Banner

PUKKELPOP 2012: The Stone Roses

vrijdag 17 augustus, Main Stage

(mvs) - foto's: Pieter Verhaeghe - 21 augustus 2012

Jawel: ze stonden er, en het klonk goed. Het was een reünie met mythische proporties, en al beloofden de geruchten over de eerste concerten weinig goeds, toch leverden The Stone Roses al bij al een puik, zij het te kort, concert af. "I am the resurrection?" Toch een uur en tien minuten lang.

Was Ian Brown zijn arrogante zelf? Perste John Squire af en toe net iets te veel noten uit zijn gitaar? Had Reni opnieuw de meest debiele hoofddeksels? Yup, dit was The Stone Roses zoals te verwachten en te voorzien was. Een tikje slordig en los uit de pols, vocaal al eens een beetje hobbelig (al viel het al bij al nog mee -- enkel in het iets matigere b-kantje "Where Angels Play" werd wel zeer opzichtig van de toonladder gegleden), maar wel met een backcatalogue aan wereldsongs waar een wei eigenlijk vol voor zou moeten staan. Was niet het geval, natuurlijk; daarvoor is de belangrijkste Britse groep van de laatste 25 jaar net dat tikje te weinig legendarisch aan deze kant van het Kanaal, en is het ook alweer veel te lang geleden. De groep liet het niet aan zijn hart komen, zette met die rommelende baslijn "I Wanna Be Adored" en daarmee een rondje klassiekers in.

Het verplichte geschiedenislesje even in sneltreinvaart? Zonder Stone Roses was er geen Britpop, zonder Brown had Liam Gallagher een andere podiumattitude moeten zoeken, en vooral: zonder deze groep hadden de Britten nooit leren dansen. Dat het deze groep is die eind jaren tachtig de toen nog van tafel en bed gescheiden levende rockers en dansers verenigde, wordt al vroeg in de set hardgemaakt met een twintig minuten durend "Fools Gold", de sublieme single waarmee The Stone Roses rock definitief de wereld van de dance introk. Squire gebruikt het nummer -- in se een funky jam met mompelzang van Brown -- als lanceerplatform voor allerlei frivole uitstapjes. "Waterfall", dat er meteen na volgt, is beter: ook zo'n lekkere groove, maar tegelijk een geweldige popsong van de soort dat de basis voor Britpop legde.

Al is het kruit daarmee bijna verschoten. Ondanks dat de groep al meer speeltijd kreeg dan aanvankelijk gepland, vindt het viertal toch geen tijd meer voor heerlijke popsongs als "This Is The One" of "Elephant Stone". Wel voor het op een blueslick drijvende "Love Spreads", dat machtiger klinkt dan ooit. Nog één groove met "Made Of Stone", en dan mag een alweer episch uitgerekt "I Am The Resurrection" de kers op de taart worden.

Een werkloze Brown houdt zich in de outro van dat nummer voor de camera in stilte bezig met GI Joe-popjes, terwijl de groep rond hem nog eenmaal in een lange jam loos gaat. Voor een puntig einde, laat staan een uitroepteken, zorgt dat niet, maar het lijkt wel alsof de groep eerder voor dit soort sets leeft. Van dol enthousiasme sluit bassist Mani John Squire in de armen, maar wanneer ook Brown zich daarmee komt moeien zie je hem toch "Wat krijgen we nou?" denken. Je verzoenen voor een reünie is één ding, opnieuw beste vrienden worden waarschijnlijk een ander. Maar ze bestaan dus terug, The Stone Roses. Het blaast een flink stuk stof van de legende: de mythe opnieuw tot de realiteit herleid. En die is: een ouder wordende rockgroep die zijn kunstjes nog altijd in de vingers heeft, maar ook nog altijd dezelfde zwakheden heeft. Geen nood: zelfs Dave Grohl heeft ongetwijfeld zijn mindere kantjes, wie niet dus. Van ons mogen The Stone Roses gerust nog eens terugkomen, en dan liefst wat langer.

E-mailadres Afdrukken