Banner

Fred Hersch Trio

Quincy Cloet - 14 november 2011

Bozar, Brussel, 14 november 2011

We zijn het niet lichtelijk vergeten, de laatste keer dat Fred Hersch naar België kwam voor een concert. In de Gentse Vooruit mocht hij het 'voorprogramma' verzorgen van de Franse saxofonist Louis Clavis. Een beetje tegen de verwachtingen in, speelde de Amerikaan de zaal plat - een prestatie die later op de avond niet meer zou herhaald worden. Wanneer Hersch opnieuw in het land neerstrijkt, is dat natuurlijk de ideale gelegenheid om een van de toppianisten van het moment aan de slag te zien. De man mist misschien het uiterlijke charisma van een Robert Glasper, Jason Maron of Brad Mehldau maar draait al een drietal decennia mee aan de top. Dat bewees hij de afgelopen twee jaar nogmaals met de fabuleuze soloplaat 'Alone at the Vanguard' en het trio-album 'Whirl'. Het is met zijn trio (John Hébert op bas, Eric McPherson op drums) dat hij een selectie van eigen en andere composities in de Bozar brengt.

In de intro krijgt het publiek al onmiddellijk enkele impressies te zien van Hersch's speelstijl. Geen grootse gebaren of flamboyante bewegeningen, nee: de pianist gaat eerder uit van een opvallende mildheid. Zijn bewegingen zijn soepel, hij springt vlot van de ene naar de andere toon. Er is zelfs een vleugje blues en hard bop in zijn melodieën aanwezig. Hersch kijkt nauwelijks op naar de andere muzikanten en alles lijkt tot in puntjes geregeld. Ze voelen niet de nood om voortdurend met elkaar te communiceren: de drie muzikanten zijn ondertussen al volledig op elkaar ingespeeld.

De avond vult zich grotendeels met muziek van 'Whirl', te beginnen met een compositie opgedragen aan de bosso nova zanger Antonio Carlos Jobim ('Sad Poet'). Hersch maakt er een gewoonte van om voor zijn composities inspiratie op te doen bij artiesten uit de kunsten. De muziek is stijlvol, verraadt een zekere graad van eruditie maar verliest zich ook niet in een koel en rationeel afhaspelen van noten. Wat Hersch als muzikant misschien minder nadrukkelijk uitstraalt, brengt hij wél aan de dag in zijn pianospel: emotioneel, bevlogen en intens. Bassist Hébert is zijn tegenpool: zeer meeslepend en expressief in zijn solo's; hij gaat geheel op in wat hij doet. Het trio maakt belevingsmuziek, doet dat als een nauw aansluitend geheel en elk op zijn manier.

De titeltrack van het album 'Whirl' is opgedragen aan ballerina Suzanne Farrell en siert zich door een opmerklijke melodie en ritme. Het begin is onrustig, maar vervolgens gaan de drie muzikanten slagvaardig vooruit. Ze blinken uit in snelheid van uitvoeren en zijn op dat vlak ook aan elkaar gewaagd. Hersch is de kalmte zelve, terwijl de anderen zich eerder aan hun acties overleveren. 'Whirl' is net zoals veel van de overige composities vrij naturalistisch qua inslag: het verlevendigt wat de titel suggeert. Het voelt aan als het moment waarop een windkolk voor het eerst in aanraking komt met de grond. Een bevlogen compositie die voortdurend draait en keert en zich nooit laat vangen.

Het middenluik van het concert bestaat vooral uit odes aan grootheden uit de jazzgeschiedenis. Fred Hersch waagt zich tweemaal aan een compositie van Ornette Coleman, beginnend met 'Forerunner' om later groots te eindigen met 'Lonely Woman'. Het valt daarbij op dat Hersch zich plots in een volledig andere tijdsgeest begeeft: de muziek voelt abrupter aan en maakt zich gedeeltelijk los van ieder ritmisch of melodisch verband. Heerlijk hoe het trio dat allemaal bijzonder speels houdt, zonder de eigenaardigheid van Colemans muziek teniet te doen. Het strafste van de avond is ongetwijfeld de volledige herwerking van 'Lonely Woman'. Een klassieker die vooral bekend staat vanwege zijn expressieve saxofoonsolo's, is hier getransformeerd tot een piano-versie die meesterlijk wordt opgebouwd en uitblinkt op vlak van nuance en zacht-luid-dynamiek. Het flitsende cymbalenwerk van McPherson brengt het bruisende karakter van een vijftig jaar oude compositie helemaal tot leven. 'Lonely Woman' krijgt een nieuwe invulling, maar het origineel gaat nooit helemaal verloren.

Hersch wisselt verder nog geregeld af tussen oud en nieuw materiaal. De bloem die 'Mandevilla' is, ontwikkelt zich als een vrij statig nummer maar laat zich uiteindelijk volledig door een exotisch gevoel doordringen. 'Jackalope' is de luchtige noot in het geheel: Hébert brengt kleur in zijn ritmisch spel, terwijl Fred Hersch de melodie echt laat swingen. Alle drie de muzikanten hebben plezier bij het spelen en dat maakt het ook fijn om te horen. De eerste bisronde bestaat uit een korte encore met het solostuk 'Valentine'; de tweede bisronde laat zich opmerken door een vloeiende ode aan Sonny Rollins.

Fred Hersch heeft zich in de Bozar niet enkel getoond als een meesterlijk pianist en componist maar ook als een groots vertolker van oude jazzmuziek. De drie muzikanten ritsten klassiekers met eigen composities aaneen, zonder dat het publiek ooit enig kwaliteitsverschil heeft gemerkt. Hersch legt de lat hoog maar weigert om er ooit onder te gaan. Een genot om aan het werk te zien.

Voor wie Fred Hersch wil ontdekken of beter leren kennen, is het solo-album 'Alone at the Vanguard' uit 2011 warm aangeraden.
E-mailadres Afdrukken
 
Fred Hersch Trio

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST