Banner

A Factory Night (And Then Again)

Marc Goossens - 15 december 2009




Afgelopen weekend werd in La Raffinerie (in de Manchesterstraat) voor de tweede keer A Factory Night georganiseerd. Het festival stond in het teken van het legendarische label uit Manchester, dat in de jaren '80 en '90 een van de weinige independents was die zich konden meten met de majors. Dat dit evenement plaatsvond in Sint-Jans-Molenbeek is geen toeval, want onze hoofdstad heeft altijd iets gehad met Factory.

Eind jaren '70, begin jaren '80 - toen La Raffinerie nog Plan K heette - was het kunstencentrum immers de zaal waar heel wat Britse postpunkbands hun eerste concert gaven op het continent. Bovendien mochten Michel Duval en Annik Honoré, destijds verantwoordelijk voor de boekingen in Plan K, zich bekommeren om Factory Benelux, het Brusselse bijhuis waarmee het grote Factory haar minder succesvolle acts en releases probeerde te lanceren op het vasteland.

Natuurlijk denken we bij Factory in de eerste plaats aan Joy Division, New Order, The Happy Mondays en in mindere mate aan A Certain Ratio en The Durutti Column. Toch waren zij maar het topje van de ijsberg. Ook tientallen andere acts vonden onderdak bij Factory, en het is uit deze vijver (kwalitatief zeker niet minder sterke) bands dat organisator Frédéric Cotton van Le Fantastique vist voor zijn Factory Nights.

De eerste band die zaterdag aantrad, kwam niet uit het grauwe, postindustriële Manchester van dertig jaar geleden, maar uit onze eigen hoofdstad. The Names (afbeelding 2) mochten in het begin van de jaren '80 zelfs een plaat opnemen met Martin Hannett, maar waren in eerste instantie geen lang leven beschoren. Na een korte comeback in de jaren '90 (als Jazz) is de groep sinds enkele jaren weer bij elkaar onder de oude naam. Eerder dit jaar brachten ze met 'Monsters Next Door' zelfs een gloednieuwe plaat uit.

Het concert van zaterdag was aangekondigd als live with strings, want de groep kreeg op het podium versterking van een trio op viool, altviool en cello. Het optreden werd opgenomen voor een volgend jaar te verschijnen live-cd. Daardoor zaten er ook nogal wat nieuwe nummers in de set. Het nieuwe materiaal - 'Nature of the Beast' op kop - moest echter niet onderdoen voor het oudere werk, al konden klassiekers als 'Nightshift', 'Calcutta' en 'The Astronaut' rekenen op de meeste bijval. Wijzelf houden zowel van de oude als van de nieuwe Names, die zich stilaan het Belgische antwoord op Magazine mogen noemen.

De grootste verrassing op de affiche was ongetwijfeld The Wake (afbeelding 3), een band uit Glasgow die pas sinds enkele maanden weer samen is en naar verluidt zelfs werkt aan een nieuwe plaat. A Factory Night was echter een one off, want de groep is niet van plan nog meer optredens te doen. Net als The Names was het Schotse kwartet niet de meest vernieuwende act die ooit mocht uitvaren onder Factoryvlag. Niettemin kunnen de vier een leuke discografie voorleggen, die een band laat horen die gaandeweg evolueerde van door vroege New Order beïnvloede wave naar smaakvolle pop.

Het was er echter niet aan te horen dat de groep al heel lang niet meer op een podium had gestaan, want het kwartet klonk als een hecht geheel. En ondanks het feit dat zanger Caesar - zacht uitgedrukt - niet echt spraakzaam was, hadden ze er zelf duidelijk zin in. Het effect van het concert was ongeveer hetzelfde als dat van Crispy Ambulance twee jaar geleden. De aanwezigen die hun platen kenden, waren meteen mee. De rest leek het aanvankelijk onverschillig te aanhoren, maar werd naar het einde toe toch meegesleept door het enthousiasme van de fans bij nummers als 'Here Comes Everybody', 'O Pamela' en 'Talk About the Past'.

De groep waar we het meest naar uitkeken was Biting Tongues (afbeelding 4). Met dit postpunkcollectief maakte Graham Massey Noord-Engeland en omliggende onveilig, alvorens hij met 808 State mocht proeven van commercieel succes tijdens de hoogdagen van de Madchester scene. Voor de modale muziekliefhebber klinkt de output van deze groep wellicht als teringherrie. Dat is ook zo, zij het dan dat wijzelf - en met ons de meerderheid van de aanwezigen - het opwindende, energieke en avontuurlijke teringherrie vonden.

Blikvanger was vocalist (we zeggen bewust niet zanger) en taalvirtuoos Ken Hollings. Met zijn verkapte, haast sloganeske lyrics leidde hij zijn kompanen als een goedgeluimde gids doorheen de geluidsjungle die zij neerpootten met gitaren, synths, slagwerk en saxofoons. Biting Tongues was zaterdag het levende bewijs dat er in de vroege Factory-catalogus niet alleen plaats was voor doom en gloom, maar ook voor experiment. Hun postpunk was aangelengd met stevige scheuten free jazz. Hoewel ze soms deden denken aan de New Yorkse no wave scene van drie decennia geleden, klonken ze allerminst gedateerd.

Section 25, een band die intussen zowat al haar fans moet kennen bij naam en toenaam, mocht in 2007 de eerste Factory Night afsluiten. Ook zij speelden ooit hun eerste concert buiten Engeland in Plan K en lagen met hun doortocht in de Botanique in 2006 zelfs mee aan de basis van dit evenement. Sinds hun laatste passage in de Ancienne Belgique (met Peter Hook) onderging hun line up enkele wijzigingen. Gitarist Ian Butterworth is er niet meer bij, en zanger Larry Cassidy had zaterdag zijn dochter Bethany Cassidy meegebracht op keyboard en vocals.

Het vijftal zette er alras de beuk in met nummers van hun recentste cd's. 'Singularity' en 'Remembrance', uit het eerder dit jaar verschenen 'Nature + Degree', klonken meteen overtuigend. Met de sound van nieuwe gitarist Steve Stringer in 'Poppy Fields' en 'Can't Let Go' hadden we het daarentegen iets moeilijker. Dit was echter maar een kleine smet op een voor de rest overdonderend optreden, want de groep haalde ook oude prijsbeesten van stal zoals 'Wretch', 'Friendly Fires' en 'Dirty Disco'. Memorabel was ook 'Looking From a Hilltop', waarin Bethany Cassidy even in de huid van haar overleden moeder kroop en de zang voor haar rekening nam.

De grootste naam op de affiche was A Certain Ratio, ooit de protégés van Factorybaas Tnoy Wilson, maar intussen bezig aan een succesvol tweede leven. Aangevoerd door zanger-bassist Jeremy Kerr combineerde ook deze band klassiek werk met songs van 'Mind Made Up', hun laatste plaat. Veel nieuwe zieltjes hoefde ACR niet meer te winnen, want van meet af aan ging de hele tent overstag voor de strakke, droge en bezwerende grootstadsfunk van 'Do the Du', 'Flight' en 'Shack Up'.

Dé hoogtepunten waren echter Joy Division-cover 'Heart and Soul', 'Knife Slits Water', - waarin drummer Donald Johnson naar hartelust mocht slappen op de Kerrs bas en gitarist Martin Moscrop achter de drums kroop - en de in latin ritmes gedrenkte bis 'Si Fermir O Grido'. Ook al was de geluidskwaliteit niet altijd even goed als op Domino, de sfeer in Plan K was véél beter dan tijdens hun doortocht in de A.B.. Heel even slaagden we er zelfs in te vergeten hoe koud het intussen was geworden buiten.

Twee jaar geleden lokte dit evenement een kleine 1500 bezoekers, deze keer kwam er niet zo veel volk opdagen. Jammer, want wij vonden deze affiche met The Wake en Biting Tongues interessanter dan de vorige. Bovendien was er veel meer te doen dan alleen deze optredens. Er waren dj-sets, er was een afterparty met New Order tribute band Re:Order, én fotografen Philippe Carly en Kevin Cummins (wiens foto's meer dan wie of wat ook bepalend waren/zijn voor de beeldvorming over tal van Britse bands) kwamen hun nieuwe fotoboek voorstellen en signeren.

Wij kunnen dus alleen maar hopen dat de organisatoren zich niet laten ontmoedigen door de mindere opkomst (er was des te meer sfeer en goede muziek) en dat we ons in een niet zo verre toekomst mogen verblijden in een derde Factory Night.

E-mailadres Afdrukken