Banner

Pelican + Torche

Steven Vervaet - foto's: Jana Van Nuffel - 12 oktober 2008




In 'Tongkat' van Peter Verhelst bewaarde het hoofdpersonage, een adaptatie van de Griekse lichtbrenger Prometheus, het vuur achter z'n tanden. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden van de Amerikaanse postmetalband Pelican. Zowel op plaat als live spuwt dit viertal namelijk telkens weer een vuurbal van bruut riffgeweld en atmosferische melodieën naar de luisteraar. Met hun sacrale toewijding en passionele overgave vormt Pelican een oliezee die wacht om in brand gezet te worden. 'There will be blood', dachten we dan ook toen de Amerikanen halt hielden in de AB Club. Zover kwam het niet, maar de wenkbrauwen werden wel ei zo na van ons gelaat geschroeid.

'Unhindered by the impositions of the vocal yoke', dat staat te lezen op het inleidende tekstje bij Pelican's debuut 'Australasia'. Het is een advies dat het voorprogramma Torche beter ter harte had genomen. Wie bij de vier vervaarlijk uitziende geweldenaars stevige grunts verwachtte, kwam namelijk bedrogen uit. De zanger bracht, geholpen door een slecht afgestelde microfoon, een armtierige, semi-melodieuze reutel voort waarmee vergeleken zelfs Koen Buysse een vocaal mirakel genoemd kan worden. Gelukkig maakte hun tussen doom- en trashmetal schipperende stoomtrein veel goed. Torche schudde bijwijlen namelijk enkele stevig doorbloede riffs uit hun mouwen en aan het spelplezier van de band zal het zeker ook niet gelegen hebben. Toch deden hun nummers vaak aan als fragmentarische, slecht aaneen gekleefde rifffests die coherentie ontbeerden (Metallica, iemand?). Niemand die er echter om maalde, want wanneer de band poppy uit de hoek probeerde te komen, openbaarden hun songs zich pas helemaal als middelmatige vehikels. Gelukkig bleven die momenten beperkt en profileerde Torche zich als een halfuurtje stevig headbangvoer. Niets meer, niets minder!

Sinds hun fantastische 'The Fire In Our Throats Will Beckon The Thaw' heeft Pelican een stevig gebetonneerd stekje in de postmetalnijverheid veroverd. Net zoals de zielsverwanten van Isis excelleert de band in een verwoestende, maar harmonieuze symbiose van de aardse ondertonen van metal en de ijle melodiepracht van postrockbands als Mogwai en Explosions In The Sky. Met 'City Of Echoes' liet de band de epische grandeur achterwege ten voordele van gebaldere stroomstoten. Een dubbeltje op z'n kant, want hoewel een breder publiek aangesproken werd, werd de oerkracht van Pelican beknot. Melodieën kregen niet de tijd om volledig open te bloeien en het riffijzer werd al gesmeed nog voor het heet was.

De eerste helft van het concert leed ook lichtjes onder dit euvel. Opener 'Dead Between The Walls' liet er geen gras over groeien met gitaren van kokend lood en stevige drumsalvo's, maar net wanneer de nekspieren opgewarmd waren en de roes de kop opstak, werd het pompende 'Lost In The Headlights' al ingezet. Beiden straffe postmetalcomposities, daar niet van, maar toch overheerste het gevoel dat er kansen werden gemist. Gelukkig kwam daar al snel het titelnummer van 'City Of Echoes', de perfecte synthese van Pelican's modus operandi. Spiralen van melodieuze gitaren verstrengelden zich tot een verschroeiende riff het publiek murw mocht rammen. Verfijnd, maar primitief, melodieus, maar loodzwaar, visceraal, maar gedoseerd en doordacht: dat is Pelican op z'n best en het optreden was uit de startblokken geschoten om pas vaart te minderen na de laatste distortiongolf.

Ook 'Sirius' was namelijk een hoogtepunt. Opnieuw mochten melodieuze gitaarduels eerst de sterren aan het gesternte tevoorschijn toveren tot er zich een heidens spel van donder en bliksem aandiende met enkele raszuivere doomriffs. Gehuld in een metersdikke mist werd daarna onmiddellijk 'Last Day Of Winter' aangeheven, een post-apocalyptische strijd tussen de vier natuurelementen die z'n gelijke niet kent. Waar die compositie echter nog zalft met een subtiel melodieus interludium, werd afgesloten met een heetgeblakerde brok psych-sludge uit het debuut. De AB Club werd even in een smidse getransformeerd en minutenlang vlogen de gensters in het rond.

Hoewel Pelican dus niet over de hele lijn kon overtuigen, deed een ijzersterke tweede concerthelft de balans toch naar positief overhellen. De band blijft een machinaal organisme dat bloed, zweet, tranen en ander lichaamsvocht afscheidt en hun filmische, meeslepende postmetal krijgt live des te meer de kans om te imponeren en te bezweren. Met een mistig hoofd en vertimmerde kanis trokken we dan ook de Brusselse nacht in.

(Afbeeldingen Torche - Afbeeldingen Pelican)
E-mailadres Afdrukken