Banner

The Decemberists + Lavender Diamond

Kristof Vande Velde - 13 februari 2007


Zou het dan toch kloppen dat Europa de in eigen land erg grote The Decemberists nog moet ontdekken en dat je daarom nog op de avond zelf een goedkoop kaartje kon kopen om ze in de Botanique aan het werk te zien? Het is alleszins de reden waarom The Crane Wife pas een aantal maanden na de release in onze contreien in de winkelrekken lag. Nuja, kwaliteit sijpelt altijd naar de oppervlakte en dat wist de goed gevulde Orangerie maar al te goed. Al waren de meningen over het voorprogramma dan weer verdeeld.

Dat voorprogramma gaat door het leven onder de naam Lavender Diamond en werd door de publiciteitsman van de Botanique omschreven als "een van de belangrijkste groepen uit LA van het moment". Laat ons eerlijk zijn. Als dit correct is, dan heeft deze miljoenenstad een probleem. Niet dat we hier iets slechts aan het werk zagen, maar lang zullen we ons dit viertal toch niet herinneren.
Lavender Diamond is opgetrokken rond de feeërieke frontvrouw Becky Stark. Becky combineert de vrolijkheid van Amélie Poulain met de handbewegingen van Petra of La Sakhra en met heupswings die zelfs veertig jaar geleden hun populariteit hadden verloren maar af en toe toch nog tijdens de zomer te zien zijn op de dijk in Blankenberge. De muziek zelf beschrijven we als statische folkpop. De nummers zijn low- tot midtempo, hebben een piano als dominant instrument en zijn heel aardig gefabriceerd. Het probleem waarmee Lavender Diamond echter worstelde, naast bindteksten als "We are Lavender Diamond; now you are Lavender Diamond", is het gebrek aan kracht dat Stark vocaal live kon brengen, waardoor het geheel vaak te verheven en afstandelijk bleef. Op plaat klinkt het gelukkig net iets overtuigender.

Maar we waren dus voor The Decemberists gekomen en die bewezen meteen waarom hun naam de laatste jaren steeds meer klinkt als een klok. Geheel gelijklopend met onze verwachtingen zagen we zes sterke muzikanten die geen halsbrekende toeren moesten uithalen om te imponeren. Colin Meloy, voor de gelegenheid in een wit gestreept mantelpak, stelde zijn set keurig samen met nagenoeg enkel nummers uit Picaresque en The Crane Wife en koos ervoor rustig van wal te steken met 'The Crane Wife 3'. Hét hoogtepunt van de avond volgde al onmiddellijk in de vorm van het fantastische drieluik 'The Island'. Instrumenten werden vlijtig gewisseld waarbij 'The Landlord's Daughter', het laatste deel, met een accordeon, contrabas en twee violen een bijna volledige bezettingswijziging was ten opzichte van de voorafgaande, meer klassieke compositie. Toch had je nooit het gevoel, zelfs niet bij de beste stukken, dat The Decemberists ons totaal van de kaart zouden brengen. Het bleef allemaal zeer keurig en sterk maar werd nergens uitmuntend. Het enige storende element waren de hoge backing vocals van drummer John Moen, die niet alleen weinig bijdroegen, maar ons ook deden afvragen waarom hij zijn stem moest forceren om hoog te gaan als er twee dames op het podium stonden. Ach, ze zullen wel hun reden hebben.

Tussen de nummers door nam Colin af en toe de tijd om met zijn publiek te praten en hij beschouwde de Orangerie dan ook als een grote woonkamer waarin hij rustig kon converseren met zijn gasten. Zo kwamen we te weten dat hij high school president is geweest van de French club met enkel vrouwelijke medeleerlingen, maar dat hij desondanks nooit echt een vriend van de Franse taal was. Het publiek kon het ten zeerste appreciëren dat hij vroeg om de gefrustreerde buiten te zetten die al zeventien keer 'Petra' had geroepen naar de niet onknappe violiste Petra Haden. Datzelfde publiek werd het middelpunt van de actie toen het tijdens een zeer lange 'Sixteen Military Wives' in vieren werd gedeeld en er een competitie ontstond om het zeer moeilijke "ladiladila" om ter luidst te kelen. "There is no fucking prize," bleek Colins antwoord op de vraag wat er te winnen viel. Net voor de bisronde, waarin Meloy even naar zijn woorden moest zoeken in de wondermooie ballad 'Of Angels and Angles', mochten de vier van Lavender Diamond nog eens het podium bestijgen om samen als een happy family in 'Sons & Daughters' mee te zingen.

The Decemberists hadden de missie meegekregen de Botanique een topavond te bezorgen en zijn daar helemaal in geslaagd. Met hun professionalisme deden ze hun wisselvallige voorprogramma volledig vergeten en hoewel dit optreden geen jaarprestatie was, zijn we meer dan tevreden. Soms moet je niet naar de hemel kijken als je de wereld in je handen gestopt krijgt.



E-mailadres Afdrukken
 
The Decemberists + Lavender Diamond

Uit ons archief
Banner

TEST