Banner

Kasabian

25 januari 2005, AB Box

Matthieu Van Steenkiste - 03 februari 2005

In Amsterdam verknalde Kasabian bijna een concert doordat ze iets te hevig van de geneugten van het Hollandse gedoogbeleid hadden genoten. In de AB was het afgelopen week eerder van werkens: eerst interviews geven en dan met veel branie een volle Box bewijzen dat ze wel degelijk meer waren dan een schreeuwerige headline in een immer overdrijvend NME. Je zou bijna voorstander worden van een verbod op softdrugs.

"Dat de muziek van Stone Roses en Happy Mondays het niet ver heeft gebracht buiten de Britse eilanden is gemakkelijk te verklaren", licht gitarist Sergio Pizzorno voor het concert toe: "The Roses moesten vijf jaar laten verstrijken vooraleer ze hun tweede plaat konden uitbrengen en Shaun Ryder was een heroïnegebruiker. Dan vertrek je natuurlijk al vanuit een moeilijke positie."

Bij Kasabian zijn ze vastbesloten die fout niet te maken. De groep was zo gecharmeerd door de Brusselse Botanique in november dat ze prompt besloten België opnieuw met een bezoek te vereren. Jammer genoeg voor hen deze keer in de iets meer industrieel ingerichte AB, maar dat liet de groep duidelijk niet aan hun hart komen.

Dat hun optreden op maat van grotere (festival)podia is gesneden blijkt niet alleen uit de stevige lichtshow die de heren meebrachten, maar ook uit de ongenaakbare pose die de band inneemt. Uitgelicht in het blauwe tegenlicht, mét de zonnebril op en boven alles: cooler dan de Noordpool (wat nu ook niet meer zo moeilijk is, met dat broeikaseffect). Eindelijk zien we nog eens groep die weet wat rock n’ roll is. We kregen immers genoeg charismaloze boy-next-door’s op ons Rock Rallybord vorig jaar.

Gelukkig zit Kasabian muzikaal evengoed vol branie en met "ID", "Cutt Off" en het jakkerende "Reason Is Treason" wordt niet moeilijk gedaan over een stevig begin. Ze maken meteen ook duidelijk dat deze groep vooral live moet gezien worden. Vonden we hun debuut nog slechts "aardig en best genietbaar", dan zijn we nu meteen verkocht: dit is psychedelische elektronische dansrock die goed strak wordt gebracht en wij voelen hoe er in ons langzaamaan een echte lad wakker wordt.

De dansbare rock van de groep wordt regelmatig met een fikse scheut hiphop geïnjecteerd als in "Processed Beats" of het lome "Running Battle" dankzij zanger Tom Meighan’s declamatorische stijl. Het is echter Pizzorno die de groep overduidelijk door het materiaal leidt, centraal als hij op het podium staat en af en toe de zang op zich neemt.

Met een indrukwekkend "L.S.F. (Lost Souls Forever)" raakt de zaal — half gevuld met meegereisde eilandbewoners — op een laat kookpunt. Een machtig "Club Foot" over een allesverstikkende liefde sluit daarna af. Hier vallen de puzzelstukjes van Kasabian op hun plaats: dit is een opzwepend bommetje dat het publiek richting extase duwt, zeker als de groep daar nog eens een lange sterke outro aan vastplakt waar ze de invloeden van Led Zeppelin exploreert en zo uitkomt bij iets dat van The Music had kunnen zijn.

Het is geen vernieuwende muziek die het vijftal maakt, maar live brengen ze het met zoveel overtuiging dat je resoluut plat gaat. Is dit retro? Niet zoals Jet of The Kings Of Leon retro zijn: je hoort wel héél veel echo’s naar muziek die vijftien jaar geleden — toen heel Engeland in baggy broeken rondliep — al hip was, maar het voelt minder als een tijdreis aan. Zou het kunnen dat het verhaal van baggy niet helemaal uitverteld was toen grunge plots alles platwalste? We zullen het moeten afwachten en aan de toekomst van Kasabian en een handjevol andere groepen aflezen. Kasabian zou overigens in juli of augustus op één of ander festival te lande staan. Als ze dan even goed zijn als bij deze passage zouden ze wel eens de revelatie van de zomer kunnen worden.

E-mailadres Afdrukken
 
Kasabian

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST