Banner

David Haney + Giovanni Barcella

13 februari 2012, La Resistenza

Guy Peters - 15 februari 2012

Wie ‘Gent’ en ‘improvisatie’ denkt, die kan intussen al niet meer naast La Resistenza kijken, dat de fakkel overnam van El Negocito en de vrije muziek op de kaart zet in het midden van de rosse buurt. Elke maandagavond gaat huismuzikant Giovanni Barcella, een in drie talen gesticulerende Italiaan, de uitdaging aan om met een binnen- of buitenlandse gast een muzikaal gesprek aan te knopen. Deze keer was het aan de Amerikaanse freejazzpianist David Haney om op de uitnodiging in te gaan.

Die Haney is een boeiende figuur met een onalledaags cv. Zo was hij jarenlang vooral in de weer met het componeren, met zelfs een uitgebreide ervaring binnen de liturgische muziek. Pas in de tweede helft van de jaren negentig, toen hij de veertig al gepasseerd was, ging hij zich steeds meer toeleggen op live performance. Sindsdien was hij te horen aan de zijde van Julian Priester, Han Bennink, Adam Lane en zelfs Jørgen Munkeby (Shining). Onlangs nam hij ook het hoofdredacteurschap op zich van Cadence Magazine, een van de toonaangevende jazzpublicaties, dat gelinkt is aan avant garde-labels Cadence Jazz en CIMP, die o.m. werk van Bill Dixon, Joe McPhee en Noah Howard uitbrachten.

Haney is dan wel geen echt ronkende naam à la Matthew Shipp of Vijay Iyer binnen het wereldje, wat zich ook uitte via een eerder bescheiden opkomst, maar het weerhield hem er niet van om een mooie dialoog op poten zetten met een opmerkelijk strak drummende Barcella. Gedijt die doorgaans het best in alle kanten uit zwiepende freejazz die het vooral moet hebben van vurigheid en polyritmische ongedurigheid (wat hij al vaak liet horen aan de zijde van Jeroen Van Herzeele), dan leek het nu wel alsof de twee op voorhand afgesproken hadden dat de Amerikaan voor de speldprikken zou zorgen. Haney heeft een eigenzinnige, nogal hortende en stotende stijl, waarin veel aarzelende stiltes vallen, alsof hij z’n improvisatie extra bedachtzaam wil aanpakken. Hij dook zowel in het hoge als het lage register, nu eens krachtig percussief en dan weer jonglerend met een minimum aan ideeën.

Het contrast tussen de twee viel meteen erg op, maar werkte van meet af aan. Zo onvoorspelbaar als het spel van Haney vaak was, zo sterk zocht Barcella immers heil bij repetitieve, soms tegen de rock aanleunende ritmepatronen en staccato figuren. Haneys spel werd daardoor omringd door een inkapselende fond die de muziek wat toegankelijker maakte. De eerste paar stukken werden op gang getrokken door Haney – ook al gebruikte hij regelmatig enkel spaarzame notencombinaties en veel sustainpedaal -- en waren doorgaans te kort om te gaan dwalen, maar het was een door Barcella aangezwengeld, introvert samenspel, een ballade haast, die pas écht indruk maakte met een bijna impressionistische sfeer.

Haney speelde ooit bij een trio dat enkel werk van cultfiguur Herbie Nichols uitvoerde, en met “House Party Starting” werd ook een compositie van die pianist erdoor gejaagd. Aanvankelijk verliep het wat moeizaam -- Barcella ging een meer coherent spelende Haney nu van grilliger weerwerk voorzien, wat niet echt wilde lukken --, maar plots bloeide het stuk toch open toen de twee elkaar in het midden vonden. De set van een uur werd uiteindelijk afgerond met een nieuw hoogtepunt dat liet horen dat de twee in geen tijd een mooie band hadden opgebouwd. Barcella was z’n complexloze, joviale zelve en Haney ging zelfs in z’n meest introverte passages tekeer met een indrukwekkende focus, die z’n hele lichaam in hoekige krampen wrong. Knap om te horen en te zien.

E-mailadres Afdrukken
 
David Haney + Giovanni Barcella
http://haneydavid.tripod.com/
haneydavid.tripod.com
la-resistenza.com

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST