Banner

DOMINO 2011

Agnès Obel

''Ik hou van mijn fouten''

Maïté Lê van - 06 april 2011

Het loopt storm voor Agnès Obel, ook al heeft u misschien nog nooit van haar gehoord. Want in tegenstelling tot die andere lieveling van de intellectuele alternativo’s, James Blake, passeert de zesentwintigjarige Deense minder op de radio en zag u haar nog op geen enkele Vlaamse televisiezender. Toch verkoopt Obel moeiteloos de grote zalen van AB en Botanique uit. Stil en discreet, net als haar muziek.

Het is onverwacht dat haar pianominiatuurtjes zoveel harten zouden veroveren. Obel doet het overal in Europa goed: stond op de cover van de grote Franse tijdschriften, verkoopt in een mum van tijd concertzalen uit en staat al weken op de toppositie van de Duitse en Deense albumhitlijsten.. Op het moment van onze ontmoeting bereidt de verlegen blondine zich voor op een doorbraak in de Verenigde Staten, waar ze al te horen was in televisieseries, zoals Grey’s Anatomy. "Mijn identiteitsdocumenten zijn in beslag genomen in afwachting van mijn visa-aanvraag. Daarom kon ik geen vliegtuig nemen en ben ik vanuit Berlijn met de trein gekomen." Een website tipte haar als must see voor het Texaanse showcasefestival SXSW en ook beroemde blogger Perez Hilton pikte haar op.

Mond-aan-mondreclame anno 2011, zo verspreidt Obels muziek zich. Vooral de sociale media helpen een handje. Mensen posten een clipje, dat dan op zijn beurt weer met andere vrienden gedeeld wordt. Zo circuleert sinds afgelopen zomer "Riverside", titeltrack van Obels eerste ep, die ze in juli uitbracht. Slechts bemand met enkele walsende pianotoetsen en een intussen herkenbare, Scandinavische meisjesstem kruipt ze fluisterend je hart in. "Down by the river, by the boats / Where everybody goes to be alone," klinken de eerste zinnen en je vermoedt al dat het minder onschuldig is als het klinkt. "Dat is alleszins niet bewust," antwoordt ze op onze opmerking over de schijnbare lieflijkheid van haar muziek, "In de eerste plaats wil ik mooie sfeerbeelden maken aan de piano. Dat doe ik al sinds mijn kindertijd. Pas veel later voegde ik er woorden aan toe. Ik hou van melodieën die zowel grote als kleine toonaarden in zich hebben, zodat er een bepaalde duisternis insluipt. Ook in songteksten kan je die sfeer scheppen. Daarom hou ik zo van die John Cale-song. Het klinkt als een onschuldig liefdesliedje, maar het gaat tegelijk over de angst om alle hoop op liefde te verliezen. Ook de melodie balanceert, briljant!"

Die "John Cale-song" is Cales bekendste nummer "Close Watch", in Obels versie nog tragischer en ontroerender. De cover stond al op de ep, maar haalde ook de tracklist van Philharmonics, het volwaardige debuutalbum dat in oktober verscheen.

Agnès Obel werd geboren in Denemarken en groeide op met twee Steinway-piano’s in huis. Toen ze zes was, volgde ze haar eerste pianolessen. "Mijn lerares liet me alleen dingen spelen die ik leuk vond. Dat moest wel, want ik was een erg koppig kind. Al die klassieke stukken die ze je aan de muziekacademie opleggen, heb ik nooit gespeeld. Men vernoemt wel eens Johann Sebastian Bach als een van mijn invloeden, maar ik heb nog nooit een stuk van hem gespeeld. Pas nu, nu ik met een klassiek geschoolde celliste toer, leer ik de grote klassiekers pas kennen. Claude Débussy is wel een terechte referentie." Ze wijst naar een gouden plaat aan de muur van haar platenlabels kantoor, "En Wim Mertens, al wordt die niet beschouwd als klassiek componist."

Net als Mertens wordt Obels muziek gelinkt aan reclame voor een mobiele telefoonprovider. "Just So" werd in 2009 het kenwijsje voor Duitse operator T-Mobile. "Dat deuntje kreeg een onverwacht commerciële respons. Ik ben er eigenlijk wat van geschrokken. Daarom koos ik bewust voor een onafhankelijk, klein platenlabel, waar de muziek belangrijker is dan de cijfers."

Keuzes is iets waar Obel bewust mee bezig is. Al sinds ze studeerde: "Ik studeerde cultuurwetenschappen in Kopenhagen. Ondertussen zong ik backing vocals bij enkele Deense groepen, de ene was meer Radiohead-georiënteerd, de andere maakte popsongs à la The Beatles. Mijn eigen creatieve ei kon ik er niet in kwijt, dus mijn kleine composities stapelden zich op. Ik wist wel dat ik ze op termijn zou moeten verzamelen en er iets mee doen, maar vond nooit het juiste moment."

Het juiste moment brak een viertal jaar geleden aan toen Obel voor het eerst in Berlijn was. "Ik werd halsoverkop verliefd op die stad. Ik voelde dat ik weg moest uit Kopenhagen, dat ik ondertussen van binnen en van buiten kende. Ik moest uit mijn comfortzone treden als ik iets van mezelf wilde creëren. Berlijn leek de ideale plek daarvoor. Het is een goede plek om naartoe te gaan als je je op een bepaald project wil storten. Er hangt een sfeer in die stad, die je dat toelaat. Het tempo is er trager en je kan er redelijk goedkoop leven. De fysieke ruimte is er ook helemaal anders: veel groen, veel water, veel ruimte tout court. Bij thuiskomst in Kopenhagen, kondigde ik meteen aan aan mijn vriendje dat we zouden verhuizen. Hij vond het meteen goed. Een jaar later woonden we er effectief."

Agnès Obel en haar vriendje ("Hij maakt animatiefilms met klei, zoals Wallace And Gromit. Hij kan zijn job dus ook op verplaatsing uitvoeren.") vestigden zich in Neu Kölln, Zuid-Berlijn. De sfeer van de stad sijpelt door in Obels muziek. "Die eerste jaren waren best eenzaam. Ik kende er niemand, zat voor het eerst in mijn leven in geen enkel muzikaal project met anderen en was dus helemaal toegewezen op mezelf. Die tristesse hoor je misschien, hoewel ik er nooit over nadenk hoe mijn muziek klinkt. Het gaat me in de eerste plaats om de melodieën, er hoeft niet per se een bepaald gevoel bij. Als het in je hoofd blijft zitten, is het voor mij voldoende."

Waarom dan niet een louter instrumentaal album maken? "Dat zou niet genoeg zijn. Er moest een verhaaltje in zitten. Ik hou van typische songwriting. Het probleem was dat ik de afgelopen jaren veel instrumentale stukken geschreven had en er pas veel later woorden aan heb toegevoegd, dus ik moest er voorzichtig mee zijn. Elk nummer is gelinkt met een bepaalde periode in mijn leven. Zo is "Avenue" het eerste nummer dat ik in Berlijn schreef. "Riverside" en "Brother Sparrow" zijn de meest recente nummers, terwijl. "Loretta" en "Wallflower" al vijftien jaar oud zijn. Door ze nu live te brengen, herbeleef ik ze op een andere manier. Dat is soms grappig."

Obels muziek klinkt alsof ze uit een doosje komt. Een onderbreking in de continuïteit vernietigt het hele nummer. Daar hoort wellicht perfectionisme bij. "Perfection is not just about control, it’s also about letting go", laten we vallen. "Black Swan! Dat citaat komt uit de film Black Swan! Heb je die scène met de vingernagel gezien? Neen? Ik ben zo blij dat je hebt weggekeken, dat had ik beter ook gedaan, want had er nog nachtenlang nachtmerries over. Hardcore filmpje, he? Maar om terug te komen op je vraag: ik heb soms het gevoel dat de beste momenten van de plaat degenen zijn waar kleine foutjes in te horen zijn. Ze verscherpen mijn geest. Liveopnames vind ik om diezelfde reden interessant. Ik hou eigenlijk best van mijn fouten. Maar het vergt zelfvertrouwen om ze te durven gebruiken. Veel muzikanten die ik bewonder, doen dat. Daniel Johnston, bijvoorbeeld. Er bestaat een versie van "True Love Will Find You In The End", waarop zijn gitaar helemaal vals staat. Toch blijft zijn stem perfect de juiste toon aanhouden. Het overstijgt de ganse muzikale begeleiding. Fascinerend vind ik dat. Ik denk niet dat ik perfectionist ben, anders had ik nooit mijn eigen album gemixt. Al moet ik er wel bij zeggen dat dat louter uit noodzaak was, omdat ik niemand anders kende toen. Ik ben dus verre van het personage van Natalie Portman in Black Swan, gelukkig maar!"

Toch lijkt het wel alsof ze alles tot in de puntjes onder controle heeft. Van haar muziek over haar dromerige en tijdloze videoclips tot die strakke, nette albumhoes waarop ze, het haar in een ouderwets dotje gebonden, de luisteraar strak aankijkt. "Eigenlijk heb ik niet voldoende over die hoesfoto nagedacht. Pas nu, nu ik erover moet praten in interviews, besef ik dat. Het beeld op de hoes moet representatief zijn voor de nummers. Ik weet niet of het een juiste keuze was om een beeltenis van mezelf te gebruiken, want het gaat niet echt over mij, terwijl iedereen dat nu wel zal denken. Het maken van deze plaat is een ernstig, soms eenzaam en hard proces geweest. Die gevoelens moet de foto weergeven. Soms twijfel ik over die keuze."

Onterecht, als u het ons vraagt. Eens de pianomozaïekjes van Agnès Obel tot je binnendringen, is er geen weg meer terug. Lang leven voor de Deense!

Agnès Obel speelt op 9 april in de AB in het kader van het Dominofestival. Een maand later, op 17 mei, komt ze naar de Botanique voor Les Nuits Botanique. Beide concerten zijn uitverkocht.

E-mailadres Afdrukken
 
DOMINO 2011 :: Agnès Obel

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST