Banner

Adam Green

''Soms begrijp ik niks van die teksten van me''

Jan Mettepenningen - 09 april 2008

Het gaat goed met Adam Green. Dankzij de cruciale rol van hun “Anyone Else But You” bij het ultieme bleitmoment in het prijzenwinnende Juno, is zijn ex-band The Moldy Peaches vier jaar na de roemloze split plots een heuse hype in Amerika en omstreken. En alsof dat nog niet volstaat, mag hij op het Dominofestival zijn nieuwste soloplaat voorstellen aan een uitverkochte AB.

Green was de formulaïsche aanpak van platen maken beu, zei hij bij de release van Jacket Full Of Danger, zijn vorige album. Vijftien nummers van twee à drie minuten, netjes geproduced? Nee, het zou de laatste keer geweest zijn. Voor het nieuwe werk beloofde hij een ware ommekeer. Het resultaat heet Sixes & Sevens, is netjes geproduced en telt twintig nummers van elk rond de twee minuten. Euh, Adam?

Adam Green: ”Ik heb nochtans mijn best gedaan om ervan af te stappen, deze keer. Mijn vorige platen werden altijd op een drafje en zonder veel poespas opgenomen tussen twee tours in. Eigenlijk waren ze meer een weergave van wat we live deden. Deze keer heb ik bijna een jaar niet getourd maar bijna constant in de studio dingen zitten uitproberen. Voor het eerst gaf ik de opnames de kans om te laten bezinken. Vaak bouwde ik de nummers na een tijdje volledig om, door een andere zangstijl te gebruiken of nieuwe instrumenten te bespelen. Ik wilde mijn geluidspalet uitbreiden, en dat is wel gelukt denk ik. Sixes & Sevens is veel meer een studioplaat dan mijn vorige werk. Ik weet zelfs nog niet hoe ik het live zal moeten brengen.”

enola: Geef eens een voorbeeld van zo een nummer dat oorspronkelijk compleet anders klonk?
Green: “Eum, allemaal. “Festival Song” bijvoorbeeld. Ik wou er een écht festivalnummer van maken en dus stelde ik me voor dat ik het zong op Woodstock, Janis Joplinstyle, of ik probeerde James Brown te imiteren en brulde de tekst uit als een gek. Maar op de uiteindelijke versie fluister ik bijna. En het klinkt beter zo, vind ik. Aan “Tropical Island” heb ik op het laatste nippertje nog strijkers toegevoegd die het nummer een heel ander cachet geven. Voor mijn vorige plaat wilde ik dat alles perfect was. Dat was vermoeiend en momenteel heb ik niet meer de ambitie om in die richting verder te gaan. De bedoeling met deze plaat was om het net niét perfect te maken, door het onvertrouwde op te zoeken en tegen mijn instinct in te gaan.”

enola: Op Sixes & Sevens klink je veel relaxter, verder weg van de Jim Morrisson-achtige zangstijl van Jacket Full Of Danger.
Green: “Ik probeer elke keer iets anders te doen, weet je. Herhaling is saai. Jacket Full Of Danger vind ik nog steeds een fantastische plaat die perfect weergeeft wat ik in die periode in gedachten had, maar die plaat is nu eenmaal gemaakt en dus doe ik liever wat nieuws.”

enola: De meest opvallende nieuwigheid is het soulvolle achtergrondkoortje.
Green: “Ik hou van groepen die op een goede manier gebruik maken van achtergrondzangeressen, zoals de Rolling Stones of Sly and the Family Stone… Alles met ‘stone’ erin (lacht). Ik dacht dat hogere stemmen mooi zouden combineren met mijn diepe zangtimbre, dus ging ik op zoek naar gospelzangeressen. Ik heb ze gevonden in een kerk in Brooklyn en het klikte meteen. They freaked out a little toen ze voor het eerst mijn teksten hoorden maar uiteindelijk waren ze toch tevreden over de samenwerking. En ik ook. Ze hebben veel meer ingezongen dan op de plaat te horen valt. Ik heb heel wat moeten schrappen omdat ik ook niet té veel de gospelkant wou opgaan. Het meest tevreden ben ik over “Getting Led”.”

enola: Ik vind het erg christelijk klinken.
Green: “Hehe. Best ironisch, een joodse muzikant die christelijke muziek maakt. Waar je bent opgegroeid heeft altijd een sterke invloed op je muziek. Sommigen pikken hun passie voor muziek op door in de garage heavy metal te spelen, anderen door in coffee houses naar folkzangers te luisteren. Mijn achtergrondzangeressen gingen van jongs af aan met de hele familie naar de kerk en daar leerden ze zingen en pikten ze gevoel voor ritme en muziek op, dus er is zeker een christelijke invloed in wat ze doen. Nochtans is hun eigen groepje very R&B.”

enola: In “Leaky Flask” ga je de weg op van de oude blues.
Green: “Ik had Dr. John en Captain Beefheart in gedachten bij dat nummer, dus ja, die bluesinvloed is zeker aanwezig. Ik heb lange tijd enkel maar naar traditionele oude folkmuziek geluisterd. De Harry Smith Anthology was mijn instap in dat soort muziek. Die verzamelaar heeft een onderdeel ‘social music’ waarin opnames te horen zijn van prekende priesters en dominees uit de jaren ’20. Dat vind ik geweldig. En ik heb veel respect voor iemand als Dr. John die in de jaren ’60 de muziek uit New Orleans levendig hield.”

enola: Je zei ooit dat je er ongeveer een maand over doet om een nummer te schrijven. En er staan twintig nummers op je nieuwe plaat. Da’s hard werken, lijkt me.
Green: “Het is belangrijk om songs de tijd te geven om te groeien of te evolueren. Het duurt meestal toch een drietal weken voor ik de definitieve versie van een nummer gevonden heb. Nog nooit heb ik een nieuw nummer onmiddellijk opgenomen omdat ik het meteen perfect vond. Geen van mijn nummers is trouwens perfect of komt zelfs maar in de buurt.”
”Mijn liedjes zijn beschouwingen over zaken waar ik op het moment van schrijven toevallig over nadenk. Al begin ik nooit aan een song met een welbepaald idee, ik begin gewoon te zingen. Tijdens het schrijven denk ik ook nooit na over de betekenis van mijn teksten maar ik weet wel dat er onbewust een dieperliggend idee of verhaal achter zit. Al ben ik waarschijnlijk de enige persoon ter wereld die dat doorheeft, en soms begrijp ik er zelf niks van. Je mag ze alleszins niet letterlijk nemen.”

enola: Vind je het niet jammer dat de meeste mensen je teksten als baarlijke nonsens beschouwen?
“Dat is soms frustrerend maar ik kan het wel begrijpen. Ken je Mississippi John Hurt? Een compleet unieke Amerikaanse bluesmuzikant uit de jaren ‘20 die zich helemaal niet bewust was van moderne kunst of criticasters en dergelijke. Hij kon als geen ander verhalen vertellen met zijn nummers en zijn emoties in zijn spel vertalen. Ik denk dat iedere muzikant ernaar tracht om als Mississippi John Hurt te zijn, zelfs als hij nog nooit van hem gehoord heeft. Omdat het een van de puurste, eerlijkste en natuurlijkste persoonlijkheden was die er ooit zijn geweest.
”Ik heb als jonge kerel mezelf leren fingerpicken door naar zijn platen te luisteren. Niet simpel, ik vroeg me constant af hoe hij bepaalde patronen in godsnaam voor elkaar kreeg. Later vernam ik dat hij drie vingers gebruikte terwijl ikzelf er de hele tijd maar twee had gebruikt. Ik heb nog geprobeerd mijn stijl bij te schaven maar dat lukte niet meer. Dus nu zit ik opgescheept met de primitiefste fingerpickingstijl die je je maar kan inbeelden. Achja, ik probeer er nog het beste van te maken.”

Mijn favoriete nummer op Sixes & Sevens is zo’n fingerpicking song: “Bed Of Prayer”. Het doet me trouwens sterk denken aan Becks “Getting Home”.
Green: (Denkt na.) “”Getting Home”… (Neuriet het nummer zachtjes voor zich uit.) Oh ja, ik ken het, denk ik. Staat dat niet op een van zijn eerste demotapes? Al van mijn twaalfde ben ik grote fan van Beck. Hij is een belangrijke want enorm creatieve artiest. Het betekende veel voor me dat hij een soloartiest is. Dat inspireerde me. Er zijn niet veel solo rockzangers die ook nog eens creatief uit de hoek komen. Net als David Bowie en Lou Reed bewaart hij de controle over al zijn werk.

enola: Jullie delen een interesse voor oude folk, blues en country.
Green
: “In de States word je overal geconfronteerd met country. Je hoort het overal. Hank Williams was een fantastische muzikant. Velen kennen hem wel maar weinigen luisteren ook echt naar zijn muziek, jammer genoeg. Zijn hele back catalogue is zowat perfect van begin tot eind. En hij was een geweldige poëet, al is zijn schrijfstijl niet te vergelijken met andere grootheden als Leonard Cohen of Jacques Brel. Directer, minder mysterieus. Hij bedacht de meest briljante verzen en melodieën.”

enola: Al je nummers zijn verbazend melodieus en catchy. Wat zijn je favoriete melodieënschrijvers?
Green: “Je kan weinig fout doen met de oercomponisten die het klassieke canon van populaire Amerikaanse muziek hebben opgebouwd., zoals de Gerschwins (hun “Summertime” werd ontelbare keren gecoverd, oa door The Zombies en Billie Holliday, jm), of Rodgers & Hart (van het onsterfelijke “My Funny Valentine, jm). Dat zijn zúlke knappe melodieën, dat hoor je vooral als straffe zangers als Chet Baker of Frank Sinatra ze zingen. Scott Walker heeft ook een pak mooie melodieën verzonnen en ik vind dat de melodieën van Leonard Cohen enorm onderschat worden. Omdat hij dikwijls in een soort van halfgesproken stijl zingt, denken velen dat zijn liedjes heel gemakkelijk te zingen zijn maar geloof me, dat zijn ze niet. Ik heb het genoeg geprobeerd. Thelonious Monk kon er ook wat van. Zijn instrumentale pianowerk is gewoon ongelooflijk. Goh, de lijst is eindeloos.”

{image}enola: Lou Reed, misschien? Het riffje in “Be My Man” heb je alleszins gepikt van zijn “Sweet Jane”.
Green: “Aboluut! Dat nummer is een eerbetoon aan Lou Reed. Al mijn hele leven lang spookt er altijd wel iets van Lou Reed door mijn hoofd, dus het moest er eens van komen. En ik ben er bijzonder tevreden over. Het lijkt wel alsof niemand tegenwoordig nog nummers op zijn Lou Reeds probeert te schrijven. Misschien vinden ze dat het te veel voor de hand ligt? Maar dingen die normaal lijken voor jou zijn dat misschien niet voor een ander. Het is spijtig dat je iets zou laten omdat je denkt dat het te veel voor de hand ligt. Je kan niet iets creëren dat voor jezelf niet voor de hand ligt, want wat er in je opkomt is per definitie altijd normaal voor je.”

enola: Op je website zag ik een kort videofragment van een piepjonge Adam Green die op MTV deelneemt aan een karaokewedstrijd. Qué?
Green: “Yeah! Op mijn zeventiende verhuisden mijn ouders naar New York. Ik kende er niemand en waarde maar een beetje rond in de grote stad. Op een dag zag ik een lange rij jongeren aanschuiven voor een MTV-studio. Af en toe kwam er iemand buiten om er de coolste kids uit te pikken. Daar wou ik bij zijn, en dus kocht ik een chique kostuum en ging ik mee in de rij staan. Na een paar dagen vroeg zo’n kerel me of ik geen zin had om mee te doen aan een karaokeshow. Tuurlijk wel! So I was on a game show. Ik mocht enkele afleveringen meedoen en haalde zelfs de finale, maar die heb ik gesaboteerd. Ik wou The Moldy Peaches promoten en dus zong ik in plaats van de opdracht een wilde versie van “These Burgers”.”

enola: Nu je er zelf over begint: The Moldy Peaches staan opnieuw volop in de belangstelling. Door de soundtrack  van Juno is de band succesvoller dan ooit. Zijn er plannen voor een reünie?
Green: “Het is choquerend, man. Dat succes kwam geheel onverwacht. Kimya en ik hadden geen plannen om nog samen te spelen maar naar aanleiding van die film werden we door alles en iedereen gevraagd om “Anyone Else But You” te komen zingen. Op sommige voorstellen zijn we ingegaan, op andere dan weer niet. Maar we zijn niet zinnens om samen nieuwe nummers te gaan schrijven dus een tournee lijkt me overbodig. Een van de voornaamste redenen waarom we de Moldy Peaches hebben opgedoekt was dat we niet slecht wilden worden. En thank god dat we gestopt zijn want het zou ongetwijfeld waanzinnig slecht geworden zijn (lacht).”

enola: ”Drowning Head First” heeft nochtans veel weg van een Moldy Peaches-song.
Green: “Dat zing ik samen met mijn vriendin, Loribeth. Ze is geen professionele muzikante maar heeft wel al in een paar bands gespeeld. Er wordt me langs alle kanten gezegd dat het op de Moldy Peaches lijkt maar wat had je dan verwacht? Ik zat in de Moldy Peaches en da’s nu eenmaal hoe ik nummers schrijf. I don’t know what else to do.”

Adam Green mag samen met Jeffrey Lewis en Soko op 17 april het Dominofestival in de AB afsluiten. Het concert is uitverkocht.

E-mailadres Afdrukken