Banner

Fixkes

“Geef het toch gewoon toe als je ongelukkig bent”

Philippe Nuyts - 07 november 2007

De Vlaams-Nederlandstalige muziekwereld leek de laatste jaren wel een uitgedroogde mug met een chronische nood aan nieuw bloed. Fixkes geeft alvast een stevige injectie met mooie, eerlijke, rake(nde) liedjes die het hokjesdenken, dat zingen in de eigen moerstaal steevast besmet, eindelijk omzeilen. Met zijn debuut bewijst de groep rond Sam Valkenborgh bovendien zijn eigen hype te kunnen overleven. Geen sinecure.

Sam Valkenborgh: “Zo’n hype heeft inderdaad evengoed nadelen. Zodra je een groter publiek bereikt met je single, merk je in bepaalde middens al snel een tegenreactie. Door lovende recensies overal krijg je weliswaar weer wat credibiliteit. Zodra je op nummer 1 staat, laat staan zestien weken lang, ben je al “verdacht” (lachje), dat was op sommige punten wel frustrerend.”

enola: Ook omdat je in de Vlaamse muziekwereld met veel randfenomenen te maken krijgt die geen fluit met muziek te maken hebben?
Valkenborgh: “Je hebt dat tot op zekere hoogte wel in de hand. Op een gegeven moment kloppen er mensen aan die niet weten waarmee of hoe lang je al bezig bent, of wat voor persoon je bent, en die zich gewoon baseren op het feit dat je op nummer 1 staat met een “leuk” liedje. Die vragen je dan om on tape drie nummers te playbacken op pakweg de opening van een winkelcentrum. Daar zeg je gewoon neen tegen, omdat dat niets met muziek te maken heeft. Natuurlijk betekent dat dat je succes hebt, dat is fijn, maar het probleem hier is dat je automatisch in die richting wordt geduwd.”

enola: Op den duur zag ik je in interviews je bijna altijd excuseren voor je succes, dat lijkt me ook typisch Vlaams te zijn.
Valkenborgh: “Ik weet niet of dat typisch Vlaams is. Ik noem dat eerder een typisch menselijke reactie. Eigenlijk is het simpel: je maakt in eerste instantie muziek voor jezelf die daarna al dan niet wordt opgepikt. Mijn enige stelregel is dat ik elke morgen weer voor de spiegel moet kunnen staan. Natuurlijk moet je soms dingen doen die je niet graag doet, maar dat hoort erbij. De TMF-awards is bijvoorbeeld één grote show waar ik liever vlug weg ben, maar als je daar als een van de weinige groepen toch live kunt spelen, is dat voor mij al bij al toch een geslaagde avond. Ik probeer gewoon samen met de groep integer bezig te zijn.”

enola: Je hebt daarnet het woord “leuk” gebruikt, zo wordt jullie muziek inderdaad helaas soms omschreven. Een andere term is “nostalgisch”, al is ook dat maar weer ten dele waar. Ik noem het veeleer “melancholisch”.
Valkenborgh: “Ik vind nostalgie inderdaad geen juiste term, de meeste nummers zijn melancholisch, ja. Ik vind het gewoon heel fijn om liefdesnummers te schrijven. Ik ben een ongelooflijke fan van Elliott Smith, die eigenlijk ook bijna in elk nummer hetzelfde deed. Dat werkt heel goed voor mij. Als ik nu goesting heb om een melancholisch nummer te schrijven, wil dat niet zeggen dat ik heel ongelukkig ben op dat moment. Ik voel me gewoon veel meer aangetrokken door liedjes die gaan over liefdesverdriet dan over “let’s party tonight”. Dat zegt niks over mezelf maar meer over mijn smaak.

enola: Zijn zulke songs vaak geen reactie tegen al die oppervlakkige, leuke muziek die vandaag hoogtij viert?
Valkenborgh: “Onbewust misschien wel, ja. Ik heb geen probleem met zo’n muziek, maar die spreekt me minder aan. Misschien wil ik met mijn muziek zeggen dat er nu eerlijke liefdesliedjes aankomen.”

enola: Eerlijke liefdesliedjes die alledaagse situaties en gevoelens beschrijven zonder grote, hoge woorden. Je noemt een kat een kat in je nummers.
Valkenborgh: “Inderdaad. Ik wil vanuit mijn leefwereld vertrekken, en niet aan zelfcensuur doen om er zo goed mogelijk uit te komen. Er zijn al genoeg liefdesliedjes waarin de zanger de gedumpte is, en dan totaal kritiekloos gewoon “kom terug” zingt. Fuck it, ik wil in “Ongelukkig” bijvoorbeeld zeggen: “Als je ongelukkig bent, geef dat dan gewoon toe!” Dat moet er in elk nummer in zitten, door middel van verschillende onderwerpen. Iemand zei me onlangs eens dat hij het allemaal wat vrijblijvend vond, blijkbaar omdat ik humor in mijn teksten belangrijk vind. Alsof ik er zelf mee lach. Toen was ik echt op mijn pik getrapt. Ik steek zoveel tijd in die teksten en wil dat ze stuk voor stuk ergens over gaan, dus kom me alstublieft niet zeggen dat ze banaal zijn.”

enola: Humor is voor jullie weliswaar belangrijk. Dat doet me aan Crowded House denken, die tijdens hun concerten bijna aan stand-upcomedy doen, alsof ze hun eigen weemoedige songs en vooral zichzelf willen relativeren.
Valkenborgh: “Dat is in ieder geval de bedoeling bij ons, ja. Op een gegeven moment had de regisseur van onze clips bordjes bij waarop “Awoe Fixkes” stond. Ik nam die bordjes mee op reis naar Thailand, onze bassist Jan dan weer naar Nigeria, en op een paar weken tijd zijn die bordjes op heel veel plaatsen geweest. Daar namen we telkens foto’s van die nu in ons cd-hoesje staan. Misschien tekent ons dat ergens wel. De clip van “Kvraagetaan” eindigt ook met luid boegeroep. Urbanus, die in de clip meespeelde, zei ons dat dat weer typisch Vlaams was, die zelfrelativering. “Waarom doe je dat nu”, vroeg hij. We vinden dat gewoon plezant.”

enola: De plaat eindigt redelijk zwaar, terwijl jullie jezelf in de liner notes in het hoesje weer wat in het belachelijke trekken. Een vorm van zelfbescherming zodat niemand jullie te serieus zou nemen?
Valkenborgh: “Ik ben er nog niet uit. (denkt na) Ik denk dat het meer de aard van het beestje is dan zelfbeschermend. Ik ben echt tevreden over de meeste nummers. Uiteraard wil ik niet arrogant overkomen, omdat ik dat ook niet ben, maar ik ben wel zelfbewust bezig met de dingen die ik doe. Maar je blijft toch maar een stipje tussen zes miljard mensen, straks ben je dood en dan is alles over. Je moet jezelf niet belangrijker maken dan je bent.”

enola: Jullie voornaamste leidraad is “eerlijkheid”?
Valkenborgh: “Ik hoop het, qua teksten zeker.”

enola: Lagen die teksten of de nummers al jarenlang te rijpen in je slaapkamer voor ze op plaat belandden? Zo klinken ze althans wel.
Valkenborgh: “Wel, ik heb eigenlijk een zeer intens anderhalf jaar, twee jaar achter de rug. Ik had “(Ik zen van) Stabroek” enkele jaren geleden geschreven, en wou daar altijd wel in verder gaan. Op een bepaald moment heb ik de groep bij elkaar gezocht zonder dat er eigenlijk materiaal was. Ik mailde hun daarna probeersels, ze vonden het goed, en daarna ging ik nummers schrijven. Dat was in november 2005. We hadden nogal snel een demo af met zo’n drie nummers, meer hadden we toen niet. Er kwamen nogal snel optredens, dus ik moest constant materiaal bijschrijven. Sinds eind vorig jaar heb ik niets nieuws meer geschreven wegens te weinig tijd en omdat ik me eerst op de nieuwe cd wou concentreren. Nu ben ik weer beginnen te schrijven.”

enola: Iedere Nederlandstalige tekstdichter heeft het steeds over die remmingen zodat je niet alles durft te zingen of te schrijven. Ook last van gehad?
Valkenborgh: “In het begin zeker en vast. Dat is het cliché dat je je zo meer blootgeeft. Daar mag je niet bij stilstaan, want dan begin je daar zelf op te letten. Je kunt niet blijven schrappen natuurlijk. En zoals steeds zijn sommige stukjes autobiografisch, andere dan weer niet.”

enola: Je neemt altijd wel stukjes van jezelf mee in wat je ook schrijft.
Valkenborgh: “Inderdaad. “Ongelukkig” schreef ik bijvoorbeeld duidelijk met iemand in mijn hoofd. Maar dan verplaats ik me gewoon in hoe ik me voelde toen die relatie voorbij was, en hoe ik er toen over dacht of hoe andere mensen erover zouden kunnen denken. Voor het opnemen van de clip vond ik het wel een fijn idee om haar te laten meespelen. Niet alleen of louter als inside joke, het zou gewoon kloppen. Ik vraag het haar, ze ziet dat zitten, en voilà. Het meisje zelf kende het nummer al en wist nogal gauw dat het over haar ging. Ze vond het allemaal geweldig.”

enola: Je hebt je niet tegenover je vrouw moeten verantwoorden?
Valkenborgh: (lacht) “Daar moet je je over kunnen zetten. Het komt op de plaat en zo op de radio terecht, dus ze hoort het sowieso. (denkt na) Ik zoek gewoon het universele in dingen die ik zelf heb meegemaakt en gezien. Dat kan soms inderdaad confronterend zijn.”

enola: Een van de sterktes van de plaat is dat jullie bepaalde, soms zelfs hatelijke, typisch Vlaamse fenomenen iets charmants kunnen geven. Ik huiver nu al bij de gedachte aan die typische luidruchtige familiefeesten aan het einde van het jaar, maar moet er zelfs om glimlachen als ik de zin “Waar is’t te doen van’t jaar” hoor in “Alles komt terug”.
Valkenborgh: “Bedankt, dat is een stuk van de cd waar ik zeer trots op ben. Je moet blijven schaven aan je nummers tot ze niet melig en ook niet bitter klinken. En tegelijkertijd wil ik er dan ook nog eens wat humor in. Ik schaaf daar zo hard aan dat ik eigenlijk moeilijk kritiek op mijn teksten kan verdragen. Sommige mensen noemen ons wel melig, maar dat zijn we niet, punt. En “waar is ’t doen van ’t jaar” is gewoon heel klassiek. Ik kan me eraan ergeren dat dat een belangrijke vraag is voor iemand. Komaan jongens, er zijn toch belangrijkere dingen dan te weten wat en waar we gaan eten met eindejaar? Aan de andere kant heeft dat net ook iets schattigs, een soort huiselijkheid en geborgenheid, waar ik ook wel van hou.

enola: Bij jullie ondersteunt de muziek de teksten, waar dat tegenwoordig (veel te) vaak het omgekeerde is.
Valkenborgh: “Ik ben opgegroeid met hiphop en luide gitaarmuziek, dus soms doet het zelfs pijn om zo te focussen op die teksten. Ik wil in de toekomst ook wel eens het andere uiterste opzoeken. De dingen waar ik nu stilaan mee bezig ben, neigen zelfs wat meer naar hiphop. Maar ik schrijf m’n nummers nog altijd in mijn zetel, met één stem en één gitaar, en ik schrijf graag over de kleine, intieme dingen, dus dat zal bij ons wel de hoofdbrok blijven uitmaken.”

enola: Jullie stapten ook mee op de steeds populairdere trein van de dialectpop.
Valkenborgh: “Ik zou niet in het Algemeen Nederlands kunnen zingen, dat zou niet naturel zijn. Muziek is op haar sterkst als ze gevoelens oproept, en dat kan alleen maar als je het écht maakt. Dat geldt voor elk genre. Je kunt wel genieten van een suikerzoete romantische komedie, maar een heel persoonlijke romantische film maakt dag en nacht verschil. Die eerste ben je direct vergeten, die tweede is echter en raakt je veel meer.”

enola: Jullie plaat staat bol van de genres. Nu eens funk, dan mag het weer wat epischer.
Valkenborgh: “We willen alles eens uitproberen. Pas na de voorbije festivalzomer hebben we ook de kans gehad om kwalitatiever op de nummers te werken en zo bepaalde dingen te filteren. We gaan nu meer op zoek naar nuance, dat hebben onze nummers nodig. Wel straf dat er dan mensen ons na een optreden komen vragen waarom we nu niet meer zo rock-’n-roll zijn. Komaan, we zijn nooit rock-’n-roll geweest! (lacht) Met de ruigere, hardere stukken scoor je wel beter op optredens, zoals “Côte d’Azur” van Urbanus in een Ramones-versie, maar een zaal stil krijgen geeft je nog meer voldoening.”

enola: Ondertussen hebben jullie ook de tournee aangevat.
Valkenborgh: “We hebben er zoveel goesting in. Ik koos voor de groep heel bewust mensen met wie ik graag en goed samenspeel, en met wie ik eens graag een pint ga pakken. Bij echt professionele muzikanten zou ik me veel te belachelijk voelen. Ik ben een tekstschrijver, geen muzikant. Ik kan niet spelen, ik heb mensen nodig die dat voor mij doen. Ik merk dat die gasten daar zelf ook heel hard mee bezig zijn en technisch groeien, en we beseffen dat we een grote groeimarge hebben. Dat maakt het zo plezant.”

E-mailadres Afdrukken