Banner

30,000 Monkies

“Wij metalheads? We kennen maar één nummer van Slayer”

Lennert Hoedaert - 03 mei 2016

Zonder twijfel de vreemde eend in de noise rock-bijt: 30,000 Monkies uit Beringen. Met I Ate Myself To Grow Twice As Big hebben de vier Limburgers een debuut uit die je de stuipen op het lijf zal jagen. Maar nog belangrijker is dat de band zich niet in een hokje laat duwen. Gitaristen Ruben Savelkoul en Michiel De Naegel leggen uit hoe ze daar in slagen.

Over de intussen drie jaar oude ep Somewhere Over The Painbow schreven we: “Alsof je een mix van sterk geconcentreerde cafeïne en vloeibare LSD ingespoten krijgt”. “We vonden die plaat nog catchy in vergelijking met onze nieuwe”, zegt Savelkoul. Als we onze gesprekspartners vragen om hun muziek te omschrijven, valt een korte stilte. “Meestal is het antwoord ‘geen flauw idee’”, aldus Savelkoul. De Naegel: “Als we toch een antwoord moeten geven: iets met noise rock en sludge.” Savelkoul verbetert: “Die sludge is er wel wat uit geslopen. Maar ik zou er ook pop bij zetten. Het eerste nummer op de nieuwe plaat heeft zelfs een strofe, refrein en bridge. In het derde nummer zit ook een refrein, weliswaar zonder zang en op een heel traag tempo, maar toch…

The Rott Childs

enola: Jullie stelden de nieuwe plaat voor op Record Store Day. Hoe kwamen die nieuwe, moeilijkere nummers daar over?
De Naegel: “Het was duidelijk nog wat wennen voor het publiek. Allez, dat was toch te merken aan de respons.
Savelkoul: “Sommigen weten niet goed wanneer een nummer gedaan is. (lacht) Ik denk dat ze denken dat we hen proberen te foppen terwijl dat niet onze bedoeling is.”

enola: Als mensen zeggen dat het een moeilijke plaat is, is dat dan een compliment?
De Naegel: “Het hangt ervan af, ik wil ook niet dat ze denken dat het gezocht of geforceerd is. Zo heb je platen die echt moeilijk klinken alsof het een doel op zich is. Ik heb zelf graag platen waar je verschillende keren naar moet luisteren om er in te komen, waarin je dingen blijft ontdekken.”

enola: Welke bands zijn op dat vlak een voorbeeld voor jullie?
Savelkoul: “Bij mij is de liefde voor verrassende structuren begonnen bij The Rott Childs. Die klinken wel honderd keer meer catchy dan ons, maar klinken super hard. Ze durven ook een keigoede riff maar een keer spelen, de meeste bands zouden die blijven herhalen, tot vervelens toe. Het is niet dat we per se moeilijk willen doen, we hebben graag scheve hoeken in onze muziek. We willen vermijden dat iets saai of plat wordt.”
De Naegel: “We luisteren ook graag naar Thrones, het soloproject van Joe Preston die al bij Melvins, Sunn O))), Earth, High On Fire en Harvey Milk speelde. Zo’n band schiet ook alle kanten uit. En uiteraard houden we allemaal van The Melvins.”
Savelkoul: “Een van de eerste optredens die ik ooit zag was Lightning Bolt in 2009 in Magasin 4. En ook Sonic Youth blijft een groot voorbeeld voor mij.”

enola: Ik dacht eerlijk gezegd dat jullie ook meteen Sun O))) of een stoner/doom metal-band als Electric Wizard zouden aanhalen.
Savelkoul: “Qua sound hebben die wel een invloed hoor, maar op de manier hoe wij een nummer schrijven niet, denk ik. Hetzelfde geldt voor Sleep. In een nummer als “Dopesmoker” zit massa’s herhaling en daarnaast ook subtiele toetsen. Die verrassen dus niet met rare wendingen in nummers, maar op een andere manier.”

St. Anger

We zitten in de Consouling Store, de winkel van het gelijknamige platenlabel dat de plaat van 30,000 Monkies uitbrengt. Niet alleen de geknipte winkel voor wie houdt van de betere zware metal, maar ook Growing (drone/ambient/noise-gezeleschap uit Olympia, VS, n.v.d.r.), Sonic Youth en… St. Anger vinden we er in de platenbakken. “Dat is in mijn ogen de beste rechtdoor klinkende metalplaat”, geeft Savelkoul toe. “Die snare sound is ongeëvenaard! Tijdens de opnames van de plaat hebben we veel naar St. Anger geluisterd.” Schuilen er dan echte metalheads in 30,000 Monkies? Dat niet. “Ik ken maar één nummer van Slayer, eigenlijk zijn we veel meer aan de stoner-achtige dingen zoals Kyuss, Queens Of The Stone Age en Mastodon dan pakweg Iron Maiden.”

enola: Dat zijn goede voorbeelden van bands uit hardere genre die durven verrassen. Hoe slagen jullie er ook in om een nummer niet te voorspelbaar te doen klinken?
Savelkoul: “Meestal hebben we al een vaag idee hoe een nummer ongeveer moet klinken. Soms heb ik al een riff of een intro klaar, soms niet. Vervolgens spelen we veel op gevoel. Op het einde van “Mountainesque I” is er bijvoorbeeld een riff waarop we veel variëren, maar in het begin was dat niet zo. Ik was het na een paar keer te spelen tijdens de repetitie beu, dan hebben we er wat meer kleine variaties tussen gegooid. Maar zo werkt het niet voor elk nummer. Soms zit het meteen goed, zoals bij het eerste nummer van de plaat, soms niet.”
De Naegel: “Maar op sommige momenten hebben we dan ook te veel variaties. Er moet dus een evenwicht zijn tussen forceren en spontaan, organisch klinken.”

enola: Hoe vermijden jullie dat nummers klinken als knip- en plakwerk?
Savelkoul: “Streng zijn! We spelen de nummers tot ze helemaal strak klinken, of wanneer iets niet meer natuurlijk aanvoelt, durven we het in de vuilbak gooien. Het gebeurt ook dat we een nummer pas na drie repetities schrappen. We willen wel degelijk dat onze muziek bereik heeft, al beseffen we ook dat dat niet zo makkelijk is.”

Gewone jongens

enola: Een val waar nogal veel hardere bands in trappen, is dat de muziek een pose wordt. Is de duistere kant er bij jullie spontaan in geslopen?
Savelkoul: “Er is volgens mij in de eerste plaats een verschil tussen loodzwaar en gewoon donker. Maar wij zitten in een schemerzone. Als een stuk toch donker klinkt, is dat er inderdaad op een natuurlijke wijze in geslopen. We willen echt geen slecht gevoel meegeven. Als we dan toch een boodschap moeten meegeven, dan is het dat muziek niet saai mag zijn. We proberen iets anders te doen. Voor de rest zijn we maar gewone jongens hoor.”
De Naegel: “Zelfrelativering vind ik ook zeer belangrijk. Je speelt al redelijk zware muziek en dan dreigt het risico om zwaarwichtig over te komen. Dat past gewoon niet bij ons.”
Savelkoul: “We maken liever een paar slechte moppen tussen de nummers door om de serieux te doorbreken. Onze platenhoezen zijn ook zo gevat: ze zijn speels, kinderlijk en afschrikwekkend tegelijk. Zo zijn mijn teksten ook. Het tweede nummer van de plaat gaat bijvoorbeeld over lieveheersbeestjes. Voor mij is het belangrijkste dat de woorden qua klankkleur bij de muziek passen. Anderzijds wil ik ook niet compleet onverstaanbaar overkomen.”

enola: Bij popmuziek is een catchy refrein het belangrijkste, bij pakweg stoner zijn dat de riffs. Waar letten jullie vooral op bij het luisteren naar andere bands?
Savelkoul: “Je denkt nu misschien: onvoorspelbaarheid, maar we hebben daar geen graadmeter voor. Bij zwaardere muziek is dat de sound. (stilte) En of ze anders klinken misschien? Maar ik kan ook naar rechttoe rechtaan muziek luisteren. Een goed recent voorbeeld is Indian. Of Big Business. Zoiets zouden wij nooit kunnen.

Als uitsmijter geven de Monkies nog mee dat ze naast een debuut ook een heuse droneplaat uit hebben en die met liefst zeven muzikanten live willen brengen. “Om alle kleuren van de regenboog te presenteren”, zegt Savelkoul terwijl hij een foto toont waarop zeven mannen te zien zijn in monnikspijen in, jawel, de juiste kleuren. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Op 15 mei speelt 30,000 Monkies op Sinxen Sunday Cinépalace in Kortrijk met The K. en Vandal X, op 30 mei in Café Video en op 7 juni met Jucifer in Magasin 4.

E-mailadres Afdrukken
 
30,000 Monkies

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST