Banner

LES NUITS: Jacco Gardner

''Je fantasie is één''

Joris Vanden Broeck - 29 april 2015

Was debuut Cabinet of Curiosities nog grotendeels geïnspireerd op prikkelende pop uit de magische jaren zestig, dan gaat Jacco Gardner op zijn nieuwe plaat voluit voor de kracht van verbeelding. Hypnophobia heet die nieuwe plaat, wat zoveel betekent als angst voor hypnose.

Jacco Gardner: “Het leuke is dat niemand ooit van het woord heeft gehoord. Ikzelf ook niet, tot ik een ervaring had tussen slaap, droom en realiteit in. Ik was me nog bewust van wat er rondom mij gebeurde, maar was niet helemaal wakker. Het was een bevreemdende ervaring. De volgende ochtend heb ik opzoekingswerk verricht en kwam ik de term hypnophobia tegen en die sprak me zeer aan. De symboliek in het woord is mooi. Bovendien voelde ik eveneens dat het woord veel over mezelf zou zeggen.”
“Ik heb het enkele keren meegemaakt. Laatst nog, toen ik in het vliegtuig zat en probeerde te slapen. Het is heel fascinerend. Het is een terrein waarvan de meeste mensen zich niet bewust zijn. Het is onbekend terrein en dat is eng of duister. Maar ik ben sowieso gefascineerd door mijn onderbewustzijn en mijn dromen.”

enola: Dat lijkt in de muziek van Hypnophobia door te schemeren.
Gardner: “Dat is althans wat ik geprobeerd heb. Er staan op deze plaat meer instrumentale nummers omdat ik het gevoel heb dat wat ik voel, niet goed te omschrijven is in woorden. Woorden schieten altijd tekort. Het is een stuk makkelijker om gevoelens met muziek te omschrijven. Voor een stuk is het research naar mijn eigen psyche en mijn eigen toestand, door middel van muziek. Een wetenschapper zou woorden gebruiken om een en ander te omschrijven, maar omdat het lastig is gevoel in woorden te omschrijven, doe ik het met gevoel voor geluid.”

enola: Voor de luisteraar is het moeilijker om grip te krijgen op een plaat waarop minder gezongen wordt.
Gardner: “Ik wilde sowieso meer instrumentale muziek. Maar ik kan begrijpen dat het moeilijker is, als je gewoon bent om naar popmuziek te luisteren.”

enola: “Before the Dawn”, best een mooie song nochtans, duurt dan nog eens de volle 8 minuten.
Gardner: “In het geval van dat nummer is het cruciaal dat het zo lang duurt. Door die tijdsduur kan je een effect creëren en mensen geleidelijk ergens mee naartoe nemen, met subtiele veranderingen die niet direct opvallen. Woorden zouden in dat geval al snel voor afleiding zorgen. En het verkrijgen van een hypnotisch effect bemoeilijken. Doordat “Before the Dawn” zo lang duurt, vergeet je waar het eerste akkoord begon en ga je daar niet meer op zitten wachten. Je verwachtingen veranderen compleet omdat je je laat leiden door het moment. Dat vind ik best belangrijk: verwachtingen van mensen veranderen in de muziek.”

enola: Het resultaat is zeer sfeervol, maar blijkt opgenomen te zijn op een industrieterrein, zowat de meest onsfeervolle locatie denkbaar.
Gardner: “Op een of andere manier voelde dat industrieterrein voor mij heel erg bevreemdend. Vooral 's nachts: dan was het compleet verlaten en was ik de enige die er nog aan het werk was. Als ik even pauze nam en op het terrein rondliep, had dat een heel desolaat aanvoelen. Doordat het zo leeg was, was er ook veel ruimte voor mijn herinneringen en ervaringen om naar boven te komen, wat het voor mij erg gunstig maakte om daar te werken. Bovendien konden we er 's nachts drums opnemen zonder dat iemand er last van had.”

enola: Behalve die drums heb je de hele plaat zowat helemaal zelf ingespeeld. Maakt het dat moeilijker, als je zo op jezelf aangewezen bent?
Gardner: “Voor mij is het de makkelijkste manier van werken. Ik hoor in mijn hoofd hoe het moet zijn en ik weet hoe ik het moet spelen op de instrumenten die ik om me heen heb. Het is tegelijk heel intuïtief en heel doordacht. Het gevoel dat in iedere partij moet zitten, voel ik redelijk heftig voor ik aan een nummer begin. Ik volg dat gevoel en blijft dat doen tot het nummer klaar is.”

enola: De muziek sluit qua sfeer ook aan bij films zoals “Blow-Up”, waarin geflirt wordt met werkelijkheid en droom, zoals in het partijtje tennis.
Gardner: “Ik heb veel inspiratie uit films gehaald, voornamelijk uit prenten uit de jaren zeventig en tachtig en dan vooral horror en fantasy-films, dingen zoals “Suspiria”, een Italiaanse horrorfilm. Maar ook door Disney-films, zoals “Return to Oz”, die eigenlijk niet per sé geschikt waren voor kinderen, maar wel gemaakt werden voor kinderen. Je krijgt daarin een heel duistere, fantasievolle sfeer. Er zijn in de jaren tachtig zoveel films voor kinderen uitgekomen, als je dat vergelijkt met wat nu voor kinderen bedoeld is, dat is alleen maar heel erg vrolijk. Wat ik jammer vind, is dat horrorfilms vandaag vooral één groot bloederig schrikmoment vormen. Iets als “Valerie and her Week of Wonders” is veel meer dan dat. Het is heel duister, maar ook magisch en heel fantasievol. Die combinatie is voor mij echt noodzakelijk.”
“Volgens mij heeft het ook te maken met toen we klein waren, alles wat eng en niet-eng was zich in dezelfde wereld bevond. Hoe ouder je wordt, hoe meer dat gescheiden wordt. Het heel duistere en enge, daar willen we als volwassene niets meer mee te maken hebben. Die scheiding is zo hard. Voor mensen die jonger zijn, is dat één ding, je fantasie is niet licht of duister, het is één. En dat probeer ik ook te zoeken in mijn muziek.”

enola: Die combinatie van licht en duister zit ook vervat in de hoezen.
Gardner: “De nieuwe is ietwat abstracter, het is een creatie van Julian House. Hij maakt muziek onder de naam The Focus Group en heeft daarmee samen met Broadcast een album opgenomen: Investigate Witch Cults of the Radio Age. Dat album is een enorme inspiratie geweest voor Hypnophobia. De hele esthetiek van Julian House en zijn projecten vind ik te gek. Veel ervan overlapt met alles waar ik mee bezig was voor ik hem ontdekte. Toen ik Julian een jaar geleden de vraag stelde of hij mijn platenhoes wilde maken, bleek dat hij me al volgde sinds mijn eerste band The Skywalkers. Dat was voor mij natuurlijk een hele eer. En ook bijzonder dat onze paden elkaar vinden.

enola: Waar leidt jouw pad hierna naartoe?
Gardner: “Als je mijn eerste en tweede plaat vergelijkt, is er een verschil qua klank, de geluiden zijn iets minder makkelijk te duiden. Als je iets hoort, denk je niet meteen: oh een klavecimbel of een viool. De geluiden zijn iets minder klassiek en daardoor minder makkelijk te duiden. Ik vermoed dat dat nog meer door blijft gaan. De laatste tijd luister ik zelf heel veel naar synthesizerplaten, soundtracks en library music. Naar mijn gevoel is daar nog heel veel in te vinden en ga ik steeds meer die kant op. Al hou ik nog steeds heel veel van akoestische klanken. Ik voel dat daar ook nog veel te ontdekken is. Ik weet dus nog niet welke kant het op gaat.

enola: Je muziek wordt bijna steevast als “barok” omschreven.
Gardner: “Voor de eerste plaat kan ik dat best nog begrijpen. Bij de tweede nog enigszins, maar daar is het barokelement vooral in de akkoorden en melodieën te vinden. En de manier van componeren. Ik denk veel na over akkoorden en akkoordovergangen, ik probeer met dat soort dingen te spelen, zodat sfeer en context veranderen zonder dat de melodie verandert. Ik veronderstel dat het als barok ontvangen wordt, omdat het iets is dat in de popmuziek weinig gebeurt.

Jacco Gardner staat op zondag 10 mei op Les Nuits Botanique.

E-mailadres Afdrukken
 
LES NUITS: Jacco Gardner
Excelsior / V2
www.jaccogardner.com

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST