Banner

Diamanda Galás

"Ik breng wat mij op het moment ontroert"

Tom De Moor - 14 september 2006

Op zaterdag 16 september opende Diamanda Galás op OdeGand het festivalseizoen in Gent met een uniek concert op een drijvend podium aan de Korenlei. Een levende legende die ons land aandoet, het gebeurt niet elke dag. Een uur met dit boegbeeld mogen doorbrengen voor een retrospectief gesprek over haar carrière, zo'n kans krijg je maar één keer. Tom De Moor voelde Diamanda Galás aan de tand over alle facetten en invloeden van haar oeuvre met een blik op het verleden, het heden en de toekomst.

Diamanda Galás werd in 1955 geboren uit het Griekse godengeslacht op locatie in San Diego. Als kind al werd ze klassiek getraind op de jazz piano, een instrument dat haar latere bondgenoot zou worden. Haar stem, die drie en een halve octaaf beslaat, leverde haar vanaf 1979 werk op in de operawereld. In 1982 vatte ze een carrière aan als solo-artieste met een bewerking van Charles Baudelaire's 'Les Litanies de Satan'. De karakteristieke elementen van haar oeuvre waren vanaf het begin aanwezig: met een stalen stem die declameert, krijst en sist bezingt ze lijden, wanhoop en onrecht, vaak enkel zichzelf op ijzingwekkende manier begeleidend op een piano. In haar beklijvende werk schopt ze heilige muurtjes omver met aanklachten over onder meer AIDS en rassenhaat. Doorheen haar carrière werkte ze samen met de top van de muziekwereld en herinterpreteerde ze traditionele en populaire songs en teksten, maar verloochende hierbij nooit haar eigen aanpak. Met projecten als Schrei X (1996, letterlijk een verzameling gillen) bevestigde ze haar status als eigenzinnige, avantgardistische artieste en bewees ze door een bijna onmenselijk gebruik van de stem een diepe indruk te kunnen nalaten. Haar oeuvre zal door velen als ondoorgrondelijk worden afgedaan, maar voor kenners maakt ze sinds jaar en dag haar naam waar: een juweel van onschatbare waarde.

Het live-gevoel

enola: Deze zaterdag open je het festivalseizoen in Gent. Het is niet je eerste bezoek aan deze stad. Je trad reeds op in het majestueuze kader van het Gravensteen en ditmaal sta je op de romantische locatie die de Korenlei vormt. Hoe sta je ten opzichte van Gent?
Galás: Ik ben er dol op. Ik hou ervan om naar Gent terug te keren omdat er zoveel schoonheid aanwezig is, maar het toch een rustige plaats is. In vergelijking met wwat ik gewoon ben, is het een zeer stille stad en ik hou van de sfeer, van de schoonheid, van de uitzonderlijke dingen die hier te zien zijn, de mensen, de geschiedenis en het 'Café Vincent' waar ik vroeger steeds heenging. Ik voel me hier enorm op mijn gemak.

enola: Heb je een voorkeur voor shows op dergelijke unieke en karakteristieke locaties?
Galás: Natuurlijk. Ik was net in Parijs en mocht er spelen in een prachtig theater (Théâtre du Gymase - Marie Bell, nvdr.), versierd met accenten van rood en goud en met de kleine opera-boxen waarin men kon zitten. Bovendien was het een uitverkochte zaal met een geweldig publiek, waaronder enkele regisseurs die ik al lang wilde ontmoeten zoals Alejandro Jodorowsky, Gaspar Noé en Dario Argento. Ik werkte vroeger nog met Dario's moeder en hij volgt mijn werk ook al enkele jaren. Het was zeer fijn, het weerzien met enkele oude bekenden en het leren kennen van nieuwe gezichten. Zo ontmoette ik een interessante cineast, Douglas Buck, die zeer bizarre werken aflevert. Ik amuseerde me aangezien het vooral een filmfestival was waar ik als curator mocht optreden: ik kon zes films selecteren en deze analyseren en bespreken voor een publiek. Op mijn programma stonden onder meer een film van Brakhage, Franju, 'Salo' van Pasolini en 'Persona' van Ingmar Bergman. Een andere avond gaf ik er dan mijn concert, dus ik had er een zeer aangename week. Het was jaren geleden dat ik nog in Parijs geweest was, het was een blij weerzien. Dit geldt ook voor Gent. Ik heb het geluk hier vrienden te hebben die geïnteresseerd zijn in al mijn werk.

enola: Muzikaal heb je een zeer eigen stijl, maar ook tekstueel produceer je werk van zeer uitgesproken aard. Vaak behandelt het maatschappelijke zorgen en problemen. Zo was er onder meer het werk rond aids op albums als 'Plague Mass' (1991) en 'Vena Cava' (1993) en het 'Frenzy'-project (2002), opgedragen aan Aileen Wuornos (een prostituee die ten ter dood veroordeeld werd voor de moord op haar verkrachters, beter bekend van de film Monster). Hoe voel je je als een artieste die een maatschappelijke rol speelt en een boodschap uitstuurt naar het publiek?
Galás: Het is zeer natuurlijk voor mij om dat te doen, het is niet iets waarvan ik voel dat ik het moet doen. Ik wil deze rol spelen omdat ik een menselijk wezen ben op deze planeet en vaak werk ik rond thema's die nog niet aangekaart zijn, wat mij woedend maakt. Als ik kwaad word, dan spendeer ik er aandacht aan omdat ik een korte lont heb. De woede blijft in mij hangen tot ik er wat rond maak, dus ik werk om 's avonds te kunnen slapen.
Het concert dat ik hier doe is een heel andere zaak, het is een show vol liefdesnummers, vooral omdat ik vorige zomer het ongeluk had om op iemand verliefd te worden. Veel songs veranderden daardoor, een deel van het materiaal kwam uit het 'Guilty Guilty Guilty'-repertoire, wat allemaal moordzuchtige love songs zijn die erop uit waren om wraak te nemen op de man. Toen viel ik voor iemand en ontdekte ik deze prachtnummers en herontdekte ik oude standaarden als Peggy Lee. Je kan een cynisch persoon zijn, maar dan die ene persoon ontmoeten die je weer in de dingen doet geloven. Dan wordt je plots weer verraden en ga je door die hel, je voelt hoop en dan verdwijnt die weer en dat blijft aanslepen tot je gebroken bent. De manier waarop ik hier doorgeraakte, was door te werken aan dit prachtig materiaal. Ik produceerde dertien nummers deze zomer en dat hield me overeind. Er stonden enkele concerten op het programma en dit was het werk dat ik bracht: materiaal van Peggy Lee, Edith Piaf en Marlene Dietrich. Zeer verschillende artiesten, maar in hun werk ontdekte ik ongelooflijke teksten en structuren. Veel ervan was gecomponeerd door Oost-Europeanen die het werk van Rachmaninov en Bartók doorgrond hadden. Ze hadden muziek gestudeerd en kenden de technieken van pianoconcertos en orkestrale muziek. De teksten zijn daarbij zo wonderlijk mooi en deze combinatie maakte dat ik deze nummers, die ik al speelde toen ik nog een klein meisje was, op een heel andere manier kon benaderen en herwerken, dankzij de pianostudie die ik mijn hele leven al volgde. Voor het eerst speelt de piano in mijn werk zo een grote rol en is ze eigenlijk gelijkgeschakeld aan de stem. Het concert dat ik in Gent zal geven, is in essentie een jazz-concert dat naast het materiaal van onder meer Piaf ook nummers als 'You'll Never Know what Love is', 'You're my Thrill', 'Autumn Leaves' bevat. Daarnaast speel ik eveneens een Armeens nummer, dat echter ook een klaagzang is van een man over een vrouw die veraf in ballingschap leeft. Momenteel luisteren we hier naar fado, ik denk Amalia Rodriguez, en dat zet me tot denken aan, want zij zong ook heel wat van deze liefdesballades. Door mijn denkpiste zijn mijn stukken wat gewelddadiger, maar ze omvatten dezelfde schoonheidsideeën en dat is maar goed ook. Er is natuurlijk ook een cynische kant, bijvoorbeeld in 'Je m'ennuie', een nummer van Dietrich waarin ze vertelt over haar verveling, die haar aanzet om de wereld rond te reizen en overal minnaars te hebben. Zo ben ik niet, maar ik vind dit wel een grappig nummer om te brengen. Zo ook 'Padam Padam Padam', een klassieker die onder meer door Piaf gezongen werd, over hoe ze door de straten loopt om iemand te vergeten waar ze verliefd op was. Ze vraagt aan de voorbijgangers of ze het geruis in de straten niet horen; het is alsof het verleden haar inhaalt en ze dit niet kan wegdenken, wat haar ooit tot waanzin zal drijven. De kadans "Padam Padam Padam" maakt haar gek. Het is een moeilijk nummer om solo te brengen, zij bracht het nummer met een orkest.
Wat ik doe is steeds hetzelfde: ik breng wat mij op het moment ontroert. Dat kan je doen als je al lang met muziek bezig bent, luister maar naar Coltrane die na een plaat vol amoureuze nummers een reeks meditaties opnam. Soms handel ik concerten af op een zeer vanzelfsprekende manier, soms worden ze wat wilder, afhankelijk van het gevoel dat ze me geven. Wanneer ik 'You're my Thrill' voor het eerst bracht in New York, dacht ik dat ik een zeer gewone versie zou brengen, maar het werd waanzin waarin ik krijste en lagen op elkaar liet inbotsen alsof ik wilde zeggen: "You'd better be careful if you're my thrill". Een zeer bizarre versie, maar daar hou ik van.

enola: Het is voor jou een soort van catharsis.
Galás: Inderdaad, vooral bij deze nummers. Als je over jezelf zingt en wat je op dat moment doormaakt, is het dat zeker. Zelfs als je over meer afstandelijke kwesties zingt, bijvoorbeeld een politieke kwestie als de zaak rond Aileen Wuornos, de activiteit van het zingen zelf is zo een atletische, emotionele bezigheid. Om het juist te krijgen, moet je je zo hevig concentreren dat wanneer je gedaan hebt, je je in een totaal andere staat bevindt dan tevoren. Anders pakte je het verkeerd aan. Het is een tijdelijke genezing voor wat je ziek maakt.

Muzikale invloeden

enola: Je vertelde over de set die je zaterdag gaat brengen met werk van onder meer Dietrich en Piaf.
Galás: Wel, zij zongen de nummers, ze schreven ze niet zelf.

enola: Het karakteriseert je dat je deel uitmaakt van een muzikale dialoog. Je werkte onder meer samen met Philip Glass, maakte met John Paul Jones (Led Zeppelin) het album 'The Sporting Life' (1994) en herinterpreteerde materiaal van onder meer John Lee Hooker, Screamin' Jay Hawkins en The Supremes. Kan je wat meer vertellen over dit brede muzikale spectrum?
Galás: Eerst en vooral wil ik zeggen dat ik nooit samenwerkte met Philip Glass, ik weet niet waarom iedereen dat beweert. Ik werkte onder meer met Vinko Globokar, maar nooit met Glass. Iemand heeft dat ooit geschreven en zo is het verspreid geraakt, maar het is compleet onjuist. Ik las het zelfs op Wikipedia. Philip Glass leende me een studio, maar muzikaal zijn we zo tegengesteld dat een samenwerking belachelijk zou zijn. Hij is wel een zeer aangename man. Mogelijk is het misverstand ooit ontstaan door de naam van mijn broer, Philip Galás.

enola: Wel, dan gaan we dat gerucht bij deze uit de wereld helpen. Maar laten we even terugkeren naar je muzikale invloeden.
Galás: Ik ben Grieks, maar tegelijk ook Amerikaan. Ik ben in verschillende tradities opgevoed. Je komt uit twee verschillende culturen en je mengt die. Neem nu de blues, een product van wereldmuziek: de combinatie van Byzantijnse toonladders, Afrikaanse ritmes, de zuidelijke kerkdiensten, Franse hoornmuziek en de Afrikaanse technieken om deze te spelen. De blues, zoals ook jazz, is een mondiaal product. Het is geen West-Afrikaanse muziek, dat is gewoon een misvatting. Het is even goed een Oost-Afrikaans product en behoort tot de Griekse, Franse, Italiaanse en Arabische traditie. Het behoort tot zoveel culturen. Wanneer de islam West-Afrika op religieus vlak overnam, namen ze de muzikale invloeden ook over. Zo ontstond de combinatie van de eenvoudige dorpsmuziek en de meer gecompliceerde structuren van de islam, die met de Griekse en Byzantijnse methodes tewerk gingen. In Amerika waren veel slaven afkomstig uit West-Afrika en dus willen nogal wat zwarte politici de oorsprong van blues hieraan toedichten. Ze hebben echter een egoprobleem. Daarenboven, als dat waar zou zijn, dan zou je enkel in West-Afrika mensen hebben die de blues spelen en dat is gewoon larie.

enola: Blues is zeer emotionele muziek, dus het is intrinsiek menselijk om dit te spelen.
Galás: Natuurlijk! De Grieken, Turken en Assyriërs spelen zo Rimbetika-muziek. Het is andere muziek dan blues, maar dat is cultureel gebonden. Ik bedoel, waarom maakt iedereen zich zo druk over flamenco-muziek? Heel wat geweldige muzikanten in dit genre zijn geen zigeuners. Het is zoals het bekritiseren van Leontyne Price, een zwarte sopraan die prachtige uitvoeringen van Verdi bracht, omdat ze niet Italiaans is. Zo mag je niet denken. Muziek is muziek: je bent er goed in, of niet. De enige eerlijke werkwijze is, zoals vroeger in het magazine 'Downbeat', om een test met een blinddoek te doen. Op deze manier wordt je geforceerd om te schrijven over de muziek, onafhankelijk van ras. Dit zouden ze meer moeten doen. Velen kijken ergens naar en denken zo te zien wat ze horen, maar dat kan gewoonweg niet.

Roots

enola: Voor jou is je Griekse afkomst natuurlijk iets bijzonders.
Galás: Het is inderdaad speciaal voor mij, maar als ik niet die jaren ervaring had, dan zou niemand erom geven. Ik ken een Iraanse vrouw die een rijke culturele opvoeding genoot, maar ze kan niet luisteren. Ze probeert te zingen en over muziek te praten, maar ze is verschrikkelijk. Dan denk ik: je hebt alle voordelen genoten, maar je hoort het gewoon niet en dan ben je geen muzikant. Daarom kunnen veel artiesten een carrière opbouwen zonder opleiding, omdat ze natuurtalenten zijn. Eén van hen was Ella Fitzgerald: ze werd nooit onderwezen over muziek, maar was desalniettemin meesterlijk.

enola: Je sprak al over Oosterse invloeden. Die speelden ook een grote rol in je laatste project 'Defixiones' (2003). Daarop ging je uit van waarschuwingen op grafschriften in Griekenland en Asia Minor om de genocide aan de kaak te stellen. Het is een zeer karakteristieke plaat geworden, maar hoe begin je aan zo een project?
Galás: Ik denk dat je daaraan begint te denken wanneer je voelt dat de waarheid verzwegen wordt. Onlangs gaf ik een interview voor een Koerdische krant. De journalist vertelde me over hoe de Europese Unie besloten had dat als Turkije de genocide van de Grieken, Assyriërs en Armeniërs niet erkent, ze niet zullen opgenomen worden. Dat is een goede zaak. Ik realiseerde me in 1998 dat deze volkeren wereldwijd als onzichtbaar werden aanzien en daar kon ik niet mee om. Ik voelde zoveel onrecht en hoorde hierover via mijn vader en andere Grieken. Ik haat het als culturen onzichtbaar zijn of op een verkeerde manier behandeld worden. Om dezelfde redenen zette ik projecten als 'Plague Mass' of het eerbetoon aan Aileen Wuornos op. Ik beschouw het niet als een plicht, maar ik moet uit woede errond werken. Zo begon ook 'Defixiones': ik begon eraan te werken in 1998, een hele tijd geleden dus, en paste heel wat aan doorheen de jaren. Nu is het meer gericht op de specifieke plaats in Anatolia. Enkele stukken heb ik geschrapt en ondergebracht onder mijn 'Songs of Exile' om zo meer gericht te kunnen werken rond een welbepaalde plaats. Het blijft een belangrijk project en ik kan niet stoppen eraan te werken. Zo ook met de love songs: het wordt een obsessie en ik kan het werk niet neerleggen, maar dat is nu eenmaal het talent van een muzikant. Door het werk kan je een exorcisme uitvoeren.

enola: Is het moeilijk om een project waarbij je je zo persoonlijk betrokken voelt en met zo een emotionele waarde live te brengen?
Galás: Nee, dat is gemakkelijk. Het moeilijkste deel komt wanneer het publiek het niet begrijpt. Als je bijvoorbeeld in Australië bent en je brengt materiaal van beroemde Griekse dichters in het Grieks, krijg je de vraag waarom je de teksten niet in het Engels bracht. Melbourne is het tweede grootste centrum voor Grieken ter wereld, dus waarom zou ik het daar in het Engels brengen? Zulke belachelijke opmerkingen kunnen je echt gek maken. Ik weet niet of het echt racisme kan worden genoemd, het is eerder een soort van onbewustheid van de cultuur. Ze laten de Grieken buiten beschouwing, denken dat we enkele souvlaki maken en koffie schenken. We zijn een exotische cultuur, maar daarmee is alles gezegd. Ze zeiden ook dat er geen Assyriërs meer waren, dus waarom zou ik daarrond werken? Ik vraag me af hoe het dan zit met de Assyriërs in Irak die ten prooi vallen aan de Islam. Bestaan zij niet? En wat met hun nationale schatten en hun koninginnen die opgegraven worden? Wat met hun goud dat aan andere landen verkocht wordt? Ik hou er niet van om met domme mensen te discussiëren.

enola: Naar een artiest toe is onwetendheid een machtig wapen.
Galás: Het is een zeer machtig wapen, daar zeg je het. Het wordt als een knuppel gebruikt.

Literaire inspiratie

enola: We hebben het al gehad over de sociale, muzikale, politieke en historische invloeden op je werk. Een andere bron waaruit je graag inspiratie put, is de literatuur. Edgar Allen Poe beïnvloedde je 'Masque of the Red Death Trilogy' (1993), je bewerkte ook 'Litanies of Satan' (1982) van Baudelaire. Hoe selecteer je deze teksten en hoe ga je om met deze gecanoniseerde werken om toch een creatief resultaat te bekomen?
Galás: Het antwoord hierop zit al in de vraag: vele van deze werken hebben een ritmische structuur die met een canon overeen komt. Ze overlappen met de Alexandrijnse sonnetten door een specifiek aantal syllaben per vers. Als artiest heb je zo een formele structuur om mee te werken: het zijn op zichzelf eigenlijk al liederen. Niet op een prozaïsche manier, maar op een gesofisticeerde manier. Dat kan je bijvoorbeeld niet zeggen over Lautréamont omdat hij niet op die manier tewerk ging. Bij de auteurs waarmee ik gewerkt heb of waarmee ik nu bezig ben, komt het erop aan een resultaat te bekomen dat de dichter geapprecieerd zou hebben. Dat is een hele taak. De Fransen waren echter sterk beïnvloed door de Griekse schrijfwijzen. Ik pas de methode van de Amanedes toe, de geïmproviseerde vocale traditie van het Oosten. Dit waren wanhoopsgebeden. De schrijvers in kwestie waren vaak satanisten of atheïsten, maar op hun doodsbed schreeuwden ze naar god, op zoek naar een vriend in een betere plaats. Ze leefden in tijden van syfilis en in dat geval vergeet je alles en doe je een beroep op god. Bovendien waren ze vaak in de ban van Griekse mythologie en de theologie van het Midden-Oosten. Deze behandelden ze niet altijd op de juiste manier, maar niettegenstaande leverde het altijd interessante resultaten op. We maken steeds fouten, maar een intelligente persoon kan dit op een boeiende manier doen en dat spreekt me aan. Vooral de Franse dichters weten me steeds met verstomming te slaan. Ik moet toegeven dat ik het Frans niet al te best beheers. In mijn gezangen zitten zoveel fouten dat ik ze zelf in één oogopslag kan aanduiden, maar dat stoort me niet omdat ik mijn aanpak zo meer organisch vindt dan vele Fransen zelf. Ik werk via ritmische en sonische patronen, niet op een academische wijze.

enola: Je spreekt niet met het brein, maar met het hart en de gevoelens.
Galás: Inderdaad, en vele Fransen appreciëren dat, wat een goede zaak is aangezien ik ze niet zou willen beledigen. Sommige scholieren lezen het dan weer op zo'n droge manier. Ze denken toch niet dat Baudelaire met die intentie schreef. Henri Michaux schreef bezweringen met een helse kadans in het achterhoofd. Vertel me niet dat je die teksten vol gewelddadige emoties op zo een oninteressante manier moet declameren. Iemand die dergelijk materiaal schreef, stond al op de rand van de waanzin. Michaux was een rustige, sympathieke man, maar daarachter ging heel wat schuil. Vele van deze stille figuren waren zo.

enola: Waanzin is daarenboven ook een brandstof voor creatie, net zoals woede.
Galás: Correct! Ik leer nu nog steeds andere kanten van deze figuren kennen. Ik denk dat ik nooit iets perverser gelezen heb dan Lautréamont wanneer hij schreef over het mooiste zicht dat hij ooit voor ogen kreeg: lichamen van drenkelingen die omsingeld waren door haaien en hoe hij verliefd werd op een vrouwelijke haai die de andere wist te verjagen, waarop hij met haar wegzwom om te copuleren. Dit is zo ongelooflijk ziek en klinkt tegelijkertijd iets wat een tiener zou kunnen schrijven. Aan het einde schrijft hij een kritiek op de Franse poëzie die gewoon onvoorstelbaar naïef is. Dan moet hij eigenlijk zwijgen, want hij weet niet waarover hij het heeft en spreekt als een kind. Maar je moet hem natuurlijk appreciëren om zijn waanzin en zijn onmetelijke verbale talent.

De toren van Babel

enola: Je vertelde dat je in het Frans graag speelt met de ritmische patronen, maar je werkte al in een breed gamma van talen. Sommige daarvan, bijvoorbeeld het Assyrisch en Arabisch van 'Defixiones', zijn zeer archaïsch en staan mijlenver af van onze moderne linguïstische systemen. Is het moeilijk om een ritme op te zoeken in dergelijke talen?
Galás: Die talen zijn inderdaad moeilijk te behandelen, vooral het Arabisch en Assyrisch. Ik werkte daarvoor met heel wat anderstaligen: Egyptenaren, Marokkanen, Tunesiërs, … Het ritme staat zeer ver van de Alexandrijnse sonetten en is zo moeilijk om mee om te gaan. Een vriend van mij werkte het Assyrische materiaal uit. Het was zijn moedertaal en hij kende ook de dialecten zeer goed. Bovendien wilde ik een mannelijke stem voor die nummers, dus daarvoor kan ik geen krediet krijgen. Met de andere talen sprong ik zelf om. Het Armeens was een hels karwei, dat was voor mij het moeilijkst van al. Ik bestudeerde het Libanees en het Iraans, maar op het album is de speaker een befaamde zeventigjarige Libanees-Armeense actrice. Zij was de hoofdstem in het Armeens en daarnaast bezong en declameerde ik vooral de liturgieën. Je moet eraan blijven werken, want …

enola: ... anders ontbreekt dat tikkeltje meer?
Galás: Precies.

enola: Zoals je zei, emotie voedt je in je werk. Is het niet lastig om deze gevoelens te traceren in die vreemde talen?
Galás: Niet als je weet waarover je praat, en dat is een hoofdvereiste. Je moet de tekst lijn per lijn kennen. Ook hier was het Armeens een probleem omdat er geen aanknooppunt was. Grieks bijvoorbeeld kan je opzoeken, maar in het Armeens was ik verloren. Zelfs als je van elk woord de betekenis kent, blijft het moeilijker te hanteren dan bijvoorbeeld het Arabisch. Ik weet zelfs niet waar de taal vandaan komt: het is een unicum. Ik ben met Grieks opgevoed, maar daarbuiten doet het je ook denken aan alle talen dat het heeft beïnvloed. De Armenen kenden een arm leven. Ik weet er ook weinig van: ik ken niet zoveel van hun kunst, maar weet dat deze niet tot de hoogten reikte van de Griekse cultuur. Niet alleen is de kwaliteit daarvan hoog, het volk produceerde ook zo een gigantische kwantiteit op het vlak van beeldhouwkunst, schilderkunst, architectuur, wiskunde. Het is bijna ongeëvenaard door een andere cultuur. Dat zeg ik niet omdat ik Grieks ben, het is gewoon een gegeven. Het ligt ook aan de basis van het probleem dat de Amerikanen met Grieken hebben: ze zijn er jaloers op en willen de producten claimen als hun eigen werk. Ze willen ons enkel met koffie en souvlaki associëren.

enola: En zo zijn we terug bij onwetendheid.
Galás: Zo zijn we terug bij onwetendheid.

Toekomstplannen

enola: We hebben het vooral op een retrospectieve wijze over je carrière gehad, maar natuurlijk ben je ook nu met heel wat bezig. De website http://www.diamandagalas.com kondigt een nieuw album aan voor 2007.
Galás: Dat wordt 'Guilty Guilty Guilty' en is al opgenomen. Dat zijn de nummers, waaronder 'O Death' met Ralph Stanley en 'Down so Low' van Tracy Nelson (dat ik al speelde toen ik 18 was), die ik hier ook te berde wou brengen, maar dan veranderde alles. Wanneer ik kijk naar het materiaal dat ik deze zomer heb opgenomen, heb ik eigenlijk genoeg voor twee albums, maar dat zit er niet in. Ik ben ook nog bezig aan 'Nekropolis', dat zal wel eeuwig duren. Zo gaat dat. Deze zomer heb ik heel wat geproduceerd: ik heb aan ongeveer 15 à 20 nummers gewerkt. Dan zijn er ook nog enkele Griekse liederen waar ik mee bezig ben, maar die staan nog niet volledig op punt. Het zijn allemaal heel verschillende projecten. 'Guilty Guilty Guilty' gaat bijvoorbeeld over een vrouw die aan het eind van een relatie iemand gewoon beu is. Ze is ofwel in een staat van wanhoop ofwel wil ze de persoon gewoon neerschieten. Het is grappig. In februari bracht ik dit programma en nadien was ik er met enkele vrienden op een bijna hysterische wijze om aan het lachen. Je hebt die sarcastische, sardonische kant van de liefde waarom je na jaren nog steeds kan lachen en dan is er die andere kant wanneer je je plotseling weer in die situatie bevindt en de liefde opnieuw als een klap in het gezicht aankomt.

E-mailadres Afdrukken
 
Diamanda Galás

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST