Banner

Einde in zicht voor John Zorns Masada

(gp) - 01 oktober 2008

Een kaakslag uit jazzland: Tzadik, Zorns onafhankelijk label, kondigde deze week het nakende einde aan van het Masada-kwartet, de laatste jaren beter bekend als Acoustic Masada. Het is nog de vraag hoeveel optredens het kwartet, een van de meest gelauwerde uit de moderne jazz, nog zal spelen, en of ze daarbij nog Europese podia zal aandoen, maar degenen die getuige waren van de overweldigende passage op het Blue Note Festival vorige zomer doen er alleszins best aan de spaarpot te spijzen. Einde juni zouden Zorn & Co. immers de plas oversteken voor een grootscheeps Masada-project in Spanje (Barcelona) en Italië (Rome).

De website tzadik.com verschaft geen tekst of uitleg bij het splitten van de band (het blijft bij de gortdroge mededeling dat de band er na bijna vijftien jaar een punt achter zet), maar dat past dan weer in de (on)communicatieve stijl van Zorn, een eigenzinnig artiest die zelden te betrappen valt op uitbarstingen van spontane emotie, en die de muziek liever voor zich laat spreken.

Zorn richtte Masada begin jaren negentig op, en ’s mans zoveelste uitlaatklep (al snel z’n populairste), werd al snel het uithangbord van de Radical Jewish Culture-serie van Tzadik, een reeks releases waarmee de componist zijn Joodse roots wilde exploreren en collega-muzikanten een platform bieden. Het kwartet, dat naast Zorn (sax) bestaat uit virtuozen Dave Douglas (trompet), Greg Cohen (bas) en Joey Baron (drums) nam midden jaren negentig tien studioalbums op (momenteel allemaal out of print), en later een reeks live-opnames die het constant tussen elegantie en brute kracht laverende viertal laat horen hoe ze het meest tot haar recht komt: op een podium.

De albums, allemaal met een vergelijkbare, stijlvolle lay-out, hebben ervoor gezorgd dat Tzadik en Masada intussen bekend staan als kwaliteitslabels. De muziek van Masada is doordrongen van de typisch Joodse weemoedigheid, maar draagt eveneens de sporen van de gedrevenheid van hard-bop en de experimenteerdrift van de free jazz. Door de identieke bezetting en duidelijke invloed wordt Masada dan ook vaak vergeleken met Ornette Coleman’s klassieke kwartet van de vroege jaren zestig. Masada kwam te laat om eenzelfde impact te hebben op de koers van de jazz, maar kan wel gezien worden als een tot in de perfectie doorgevoerde vergaarbak van impulsen uit decenia muziekgeschiedenis.

Terwijl het kwartet vanaf de tweede helft van de 90’s minder frequent op de podia te bespeuren viel, werden de Masada-songs steeds vaker in andere uitvoeringen en door van samenstelling wisselende gezelschappen gebracht. Zo waren er o.m. de kamerorkestuitvoeringen van Bar Kokhba, het tegen de rock aanleunende Electric Masada (met o.m. Marc Ribot en Trevor Dunn) en de talrijke (her)interpretaties door artiesten uit de hedendaagse experimentele muziek. Zo werden er 2003 een aantal albums uitgebracht om de tiende verjaardag van Masada te vieren, en het enige dat voorspeld had kunnen worden, was de onvoorspelbaarheid van de resultaten.

Door de eclectische aanpak en de soms verrassend brutale provocaties, die in de lijn liggen van eerder Zorn-geweld als Naked City en Painkiller, werd Masada een van de weinige jazzbands die muziekfans uit allerlei hoeken wist te verenigen. Woeste metalheads en rustig knikkende grijsaards vonden elkaar tijdens de emotionele uitputtingsslagen die de band live wist te ontketenen. Dat er een einde komt aan het Masada-project lijkt onwaarschijnlijk (Zorn schreef in 2004 immers driehonderd nieuwe songs die het tweede Masada Songbook vormen), maar met het heengaan van dit kwartet verliest de jazz en, bij uitbreiding de avontuurlijke muziekwereld, een klepper van formaat.

E-mailadres Afdrukken
 
Einde in zicht voor John Zorns Masada

Festivalnoise
Kort
Advertentie
Banner
Advertentie

TEST