Banner

The Doors

Live At The Bowl '68

7.5
Matthieu Van Steenkiste - 20 november 2012

Dat The Doors in 1968 in The Hollywood Bowl mochten spelen, was geen kattenpis. Een goede aanleiding dus om de camera's boven te halen en dat concert ook te vereeuwigen, vond de groep, die meteen de portefeuilles boventrok om die hele operatie zelf te bekostigen. Bijna 45 jaar later is het resultaat nu eindelijk in al zijn gerestaureerde glorie te bewonderen. Het toont de groep op zijn hoogtepunt.

The Hollywood Bowl is niet de eerste de beste locatie voor een stadion-sized concert; dat wordt wel duidelijk bij het bekijken van een van de extra documentaires die op deze dvd staan. Geïnstalleerd op een berghelling iets buiten LA en gezegend met een uitzonderlijke akoestiek, was het sinds 1921 dé plaats waar artiesten zich graag toonden. Zeker eind jaren zestig was het een verplichte stop onderweg naar het supersterrendom: The Beatles, The Rolling Stones, The Kinks, ... ze stonden er allemaal.

Voor jongetjes uit de buurt als Jim Morrison, Ray Manzarek, Robby Krieger en John Densmore, was het helemaal een droom daar te kunnen spelen. Voor zover ze daar al aan durfden te denken: "Wij waren al blij als we in de Whisky A Go Go (legendarische club in LA) konden staan", klinkt het in weer een andere extra.

Geen wonder dus dat The Doors voor dit optreden wat extra moeite deden. Voor het eerst werd een setlist opgesteld, en die werd zelfs gerepeteerd. En het mocht luid worden: vrachtwagens versterkers werden aangesleept tot er op het podium een imposante muur was opgetrokken. Om te ontdekken dat elke muzikant slechts één daarvan mocht gebruiken; Joke Schauvliege moest nog geboren worden, maar ook toen waren er al geluidsnormen.

Wat met ogen van nu het meest opvalt aan de setting is echter de bescheidenheid: drums en de toetsen van Densmore en andere muzikanten staan dicht op elkaar centraal op het podium. Enige frivoliteit is de manshoge drumriser. Samenspel is de sleutel. De band speelt strak, en visueel zijn de verschillende invloeden die de leden met zich meebrachten helemaal zichtbaar: de klassiek geschoolde Manzarek in zijn burgerlulletjesoutfit achter de toetsen, Morrison every inch de rockgod en gitarist Krieger ergens halverwege daar naar onderweg.

Dat de show statisch is, stoort niet. Zelfs op film is Morrison begeesterend. Altijd in voor een grapje als een welgetimed boertje tijdens de break in "When The Music's Over" (kan een concert overigens wel foutlopen als het zo machtig kan openen?), of een knipoog naar een griet op de eerste rij. De zanger had dan ook een LSD-trip genomen, en zou tijdens het concert langzamerhand meer en meer van de wereld raken. Zonder dat het hem één noot doet missen, overigens: bewonderenswaardig. Het wordt zelfs even ronduit grappig als Morrison helemaal gefascineerd raakt door een mot, die hij verkeerdelijk voor een sprinkhaan houdt. Het gelul errond wordt naadloos verwerkt in de muziek.

Al is er genoeg theater. Occasioneel rolt Morrison al eens over de grond, of gaat hij theatraal een laatste haal van zijn sigaret halen voor de finale executie in "The Unknown Soldier". Waarna een kwartier lange versie van "The End" het besluit vormt. Geen bisnummers, dit is het. Krachtig; net iets meer dan een uur, met alle hits. Zelfs diegene die niet konden worden opgenomen omdat de zang de band niet haalde, zijn nu gerestaureerd, aangevuld met de zang van andere concertopnames. Het valt niet op in "Hello I Love You" of "The WAPS (Texas Radio And The Big Beat)".

Er is al veel uitgebracht van The Doors. Van een hagiografische docufilm tot een classic albums-aflevering. Slechts zelden vallen ze in de must have-categorie. Deze mag daar onder, al was het maar om The Doors nog eens te zien om wat ze waren: een verdomd straffe groep die de grenzen van de rock oprekte, en meer was dan een charismatische drugsverslaafde met een oedipuscomplex.

E-mailadres Afdrukken