Banner

COLUMN

Slijpschijf #33

Dirk Steenhaut - foto's: Kim Duchateau  - 10 september 2010

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek.

Wie ons kent, weet dat we al jaren een boontje hebben het Hoge Noorden. Niet zozeer omdat fjorden, watervallen, besneeuwde sparren en rendiersleeën ons idee van het walhalla zijn, maar vooral omdat er ginds verdomd veel goeie muziek wordt gemaakt.

De Noorse scene is, dank zij Motorpsycho, Jaga Jazzist, Susanna & The Magical Orchestra, Thomas Dybdahl en Serena-Maneesh al behoorlijk gereputeerd en The Megaphonic Thrift mag nu zonder blozen aan dat rijtje worden toegevoegd. In het kwartet uit Bergen vinden we met Linn Frøkedal en Njal Clementsen twee muzikanten terug die ook actief zijn bij het fantastische Low Frequency in Stereo, terwijl de andere leden werden gerecruteerd bij bands als Casiokids, Syme en Stereo21. In zo’n geval gewaagt men wel eens van een undergroundsupergroep en hoewel we met dergelijke begrippen doorgaans voorzichtig omspringen, stelden we na één verpletterend optreden van het viertal al vast dat de term niet uit de lucht is gegrepen.

The Megaphonic Thrift ontleent zijn naam aan een song van Acid Ranch, een nevenproject van Guided By Voices, en maakt hoogst opwindende, dynamische gitaarrock, bevrucht door de Amerikaanse indieschool uit de jaren tachtig en negentig. Origineel kun je de bandsound niet echt noemen: de invloeden van Dinosaur Jr, Built to Spill en, vooral, Sonic Youth liggen er vingerdik op. Een en ander heeft niet alleen met de witgloeiende, in fuzz en feedback gedrenkte riffs of het strakke, explosieve drumwerk te maken, maar ook met het stemgeluid van Richard Myklebust, dat het midden houdt tussen dat van Doug Martsch en Thurston Moore.

Eind vorig jaar debuteerde The Megaphonic Thrift al met de puike ep A Thousand Years of Deconstruction, waarop de groep noisy punkpop koppelde aan psychedelische lofi. Toch komt haar potentieel pas écht uit de verf op Decay Decoy, haar eerste volwaardige langspeler, die opvalt door zijn imposante spannningsopbouw, uitgekiende spel met contrasten en granieten wall of sound. In “Neues”, “Sister Joan” en “Mad Mary” klinkt het kwartet melodieus en gedreven, terwijl de stormachtige uithalen in “Candy Sin”, “Dragon vs Dust” en het even agressieve als overweldigende “Queen of Noise” alle wijzertjes in het rood doen slaan. Frøkedal ontpopt zich dan weer als een Noorse Kim Gordon, wat in “Talk Like a Weed King” tot sensuele momenten leidt.

De veelvuldig aanwezige hooks en verzengende climaxen van The Megaphonic Thrift hebben inmiddels al de internationale aandacht getrokken, tot in de VS toe, en we durven er gif op in te nemen dat wie op zondagavond 12 september in het Antwerpse Trix de groep live gaat bekijken, behoorlijk wat sterretjes zal zien. In december komt het gezelschap ook naar Brussel, als onderdeel van een Noorse festival waarvoor de AB en Bozar de handen in elkaar zullen slaan. Te missen op eigen risico.

Meisjes: ze zijn toch zo bizar, meneer! En dan hebben we het nog niet eens over Women gehad, vier eh... mannen uit het Canadese Calgary die twee jaar geleden debuteerden met een plaat vol nerveuze, noisy artrock. Voor hun tweede cd, Public Strain, hebben ze hun geluidspalet enigszins uitgebreid, zodat je in hun averechtse nummers vol vervormde klanken tegenwoordig af en toe zelfs heuse melodieën herkent. Women zijn er nog steeds tuk op de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Dat doen ze met bevreemdende tempowisselingen, hoekige songstructuren en een fikse dosis dissonantie, bijvoorbeeld in het aan Sonic Youth schatplichtige “Drag Open”. Er is in de muziek van de Canadezen zowel ruimte voor licht als schaduw, voor nostalgie als futurisme, en een gevolg daarvan is dat je er moeilijk een jaartal op kunt plakken. Women klinken als geen enkele andere band die dezer dagen uw aandacht probeert te trekken.

Toegegeven, soms is er sprake van uitgesproken retro-elementen: de zangpartijen van de broers Patrick en Matt Flegel, die zo diep in de mix verzonken liggen dat ze vaak door het gitaargeweld worden overstemd, herinneren bijvoorbeeld aan die van Syd Barrett ten tijde van de vroege Pink Floyd. Op andere momenten dienen Women zich aan als The Beach Boys na een noisepopstage of als een of ander schurend psychedelisch bandje uit de Nuggets-reeks. Public Strain is een werkstuk dat heel wat draaibeurten vergt, voor je in de auditieve nevel enigszins je weg begint te vinden. Maar na een poosje tekenen “Heat Distruction”, “China Steps” en “Locust Valley” zich af als uiterst genietbare songs, gebouwd op ‘motorik beats’ en spannende gitaarmotiefjes. De toegankelijkste tracks zijn het trage, beheerste “Penal Colony”, het bespiegelende “Venice Lockjaw” en de epische single “Eyesore”, die helemaal aan het eind van de plaat verstopt zit en een zinnenprikkelende synthese vormt van alles waar Women zoal toe in staat is. Zelf blijven we in de vocale zwakte van de groep een bron van frustratie zien. Wie daar geen aanstoot aan neemt, zal aan Public Strain echter een serieuze kluif hebben.

Heel wat rustiger gaat het eraan toe in het universum van S. Carey, een klassiek geschoolde percussionist die enkele jaren geleden dermate geobsedeerd raakte door Bon Ivers For Emma, Forever Ago dat hij iedere partij uit het hoofd leerde en Justin Vernon ertoe wist te overtuigen hem als drummer en pianist in te lijven. Ook zelf is Sean Carey geen onverdienstelijke songwriter, wat mag blijken uit All We Grow, een introspectieve folkplaat met arrangementen waarin de man zijn academische achtergrond helemaal uitspeelt. Zijn staccato pianospel in songs als “We Fell” en “In the Dirt” verraadt de invloed van Steve Reich en Philip Glass en regelmatig laat hij zijn songs ook inkleuren met dwarsfluit en klarinet.

Vooral in instrumentale tracks als “Action”, gedomineerd door grofkorrelig gitaarwerk en een intrigerende ritmiek, of in de coda van “Broken” haalt Carey compositorisch alles uit de kast. In vocaal opzicht heeft hij duidelijk zijn beperkingen, maar door zijn fluisterstem te dubbelen en de zanglijnen mooi op elkaar te stapelen, weet hij toch een intimistische sfeer te creëren die liedjes als “Mothers” of “In the Stream” de nodige overtuigingskracht verleent. Dat de artiest er niet in slaagt je aandacht een hele cd lang vast te houden, ligt aan het feit dat hij zich, ondanks zijn aandacht voor details, af en toe verliest in ijle, statische klanken. Sommige nummers zijn meer sfeer dan song. Niettemin geeft Sean Carey met dit nog wat ongelijke debuut aan dat hij over voldoende talent beschikt om vroeg of laat met een pakkende collectie liedjes op de proppen te komen.

Een andere introverte nieuwkomer is de uit Louisiana afkomstige Dylan LeBlanc, zoon van een sessiemuzikant in de Muscle Shoals studio die ooit als sidekick van Roy Orbison en Hank Williams Jr dienst deed. De jonge LeBlanc is amper twintig, maar heeft sinds zijn kindertijd voortdurend in het gezelschap van types als Spooner Oldham rondgehangen. Dat hoor je meteen aan de rustieke maar voldragen Americanasound van Paupers Field. Voor de hand liggende referentiepunten zijn Grievous Angel van Gram Parsons en Harvest van Neil Young: veel akoestische instrumenten (gitaar, mandoline, banjo, een huilende pedal-steel), strompelende ritmen en melancholische tot klagerige teksten. Je kunt je natuurlijk afvragen of Dylan LeBlanc op zijn prille leeftijd al genoeg heeft meegemaakt om zijn sombere, door angst, verlies en alcohol aangetaste verhalen op een geloofwaardige manier te vertolken, maar blijkbaar hebben de vele voortijdige overlijdens in zijn familie hem al vroeg bewust gemaakt van de onvoorspelbaarheid en de vluchtigheid van het aardse bestaan.

Niet al zijn songs klinken even trefzeker, maar op zijn beste momenten weet LeBlanc de luisteraar moeiteloos te imponeren. In het eerder al door Alela Diane gecoverde “If the Creek Don’t Rise” bijvoorbeeld, waarin zijn afwisselend naar Ryan Adams en Tony Dekker (Great Lake Swimmers) verwijzende stem ondersteund wordt door die van Emmylou Harris. Ook tussen folk en country zwalkende ballads als “Emma Hartley” en “5th Avenue Bar”, allebei gestut door een treurende cello, “Coyote Creek” en het barokke “Death of Outlaw Billy John” mogen beslist gehoord worden.

Goed, zelf hadden we op Paupers Field liever wat scherpe kantjes gehoord. Soms dreigt de muziek te gaan kabbelen of gaat ze gebukt onder iets teveel monochrome sepiatinten. Niettemin heeft Dylan LeBlanc zich met succes de tijdloze tradities van het Diepe Zuiden eigen gemaakt, beheerst hij zijn metier, heeft hij zijn cd zelf geproducet en had hij het lef al zijn songs live in de studio in te blikken. Geef hem nog wat tijd om zich verder te ontwikkelen en deze jongen komt er wel.

  • The Megaphonic Thrift:: Decay Decoy, Hype City Recordings. www.myspace.com/megaphonicthrift
  • Women:: Public Strain, Jagjaguar. www.myspace.com/womenmusic
  • S. Carey:: All We Grow, Jagjaguar. www.myspace.com/scareymusic
  • Dylan LeBlanc, Paupers Field, Rough Trade. www.myspace.com/dylanstunesmusic

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Columns:
COLUMN :: Slijpschijf #63
COLUMN :: Slijpschijf #62
COLUMN :: Slijpschijf #61
COLUMN :: Slijpschijf #60
COLUMN :: Slijpschijf #59
COLUMN :: Slijpschijf #58
COLUMN :: Slijpschijf #57
COLUMN :: Slijpschijf #56
COLUMN :: Slijpschijf #55
COLUMN :: Slijpschijf #54
COLUMN :: Slijpschijf #53
COLUMN :: Slijpschijf #52
COLUMN :: Slijpschijf #51
COLUMN :: Slijpschijf #50
COLUMN :: Slijpschijf #49
COLUMN :: Slijpschijf #48
COLUMN :: Slijpschijf #47
COLUMN :: Slijpschijf #46
COLUMN :: Slijpschijf #45
COLUMN :: Slijpschijf #44
COLUMN :: Slijpschijf #43
COLUMN :: Slijpschijf #42
COLUMN :: Slijpschijf #41
COLUMN :: Slijpschijf #40
COLUMN :: Slijpschijf #39
COLUMN :: Slijpschijf #38
COLUMN :: Slijpschijf #37
COLUMN :: Slijpschijf #36
COLUMN :: Slijpschijf #35
COLUMN :: Slijpschijf #34
COLUMN :: Slijpschijf #32
COLUMN :: Slijpschijf #31
COLUMN :: Slijpschijf #30
COLUMN :: Slijpschijf #29
COLUMN :: Slijpschijf #28
COLUMN :: Slijpschijf #27
COLUMN :: Slijpschijf #26
COLUMN :: Slijpschijf #25
COLUMN :: Slijpschijf #24
Column :: Slijpschijf #23
Column :: Slijpschijf #22
Column :: Slijpschijf #21
COLUMN :: Slijpschijf #20
COLUMN :: Slijpschijf #19
COLUMN :: Slijpschijf # 18
COLUMN :: Slijpschijf #17
COLUMN :: Slijpschijf #16
COLUMN :: Slijpschijf #15
COLUMN :: Slijpschijf #14
COLUMN :: Slijpschijf #13
COLUMN :: Slijpschijf #12
COLUMN :: Slijpschijf #11
COLUMN :: Slijpschijf #10
COLUMN :: Slijpschijf #9
COLUMN :: Slijpschijf #8
COLUMN :: Slijpschijf #7
COLUMN :: Slijpschijf #6
COLUMN :: Slijpschijf #5
COLUMN:Slijpschijf #4
COLUMN :: Slijpschijf #3
COLUMN :: Slijpschijf #2
COLUMN :: Slijpschijf #1

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST