Banner

COLUMN

Slijpschijf #27

Dirk Steenhaut - foto's: Kim Duchâteau (illustratie) - 25 juni 2010

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek.

Gevoelige singer-songwriters die het hart op de tong dragen: je kunt er onderhand talloze straten mee plaveien. Gelukkig staat er af en toe ook een op die zich van meet af aan van het peloton weet te onderscheiden en tot die selecte groep behoort de 26-jarige Ier Conor O’Brien. Tot voor kort maakte hij deel uit van de Dublinse gitaarband The Immediate, maar vandaag probeert hij het, onder de nom d’artiste Villagers, geheel op eigen kracht. Zijn debuut-cd Becoming A Jackal, waarop hij zelf zo goed als alle instrumenten bespeelt, werd tijdens een lange winter ingeblikt op de zolderkamer van een vriend. O’Brien bedenkt liedjes waar je niet meteen vrolijk van wordt. Hij neemt de luisteraar mee naar een universum waar minnaars in roofdieren veranderen, geesten uit de fles worden gelaten en waar je achter iedere hoek de kans loopt die Lange Magere met zijn Zeis tegen het knokige lijf te lopen.

Villagers verstaat de kunst troosteloze teksten, bevrucht door de romans van Herman Hesse, in relatief opgewekte deuntjes te verpakken en je zo glorieus op het verkeerde been te zetten. O’Briens poëtische ontboezemingen over verlies, isolement en angst zijn opvallend trefzeker verwoord en wat méér is: de man zit zelden om een originele invalshoek verlegen. In “Twenty-Seven Strangers” vormt een banale buspanne bijvoorbeeld het uitgangspunt voor bitterzoete mijmeringen over de essentie van het bestaan.

In muzikaal opzicht waaiert het debuut van Villagers diverse richtingen uit. Behalve voor psychfolk en americana is er op Becoming A Jackal ook ruimte voor retropop met wortels in de jaren vijftig en zestig. “Home” had, met een beetje goede wil, op het repertoire van Roy Orbison kunnen prijken. Het dramatische “That Day” lijkt een relatief rustig nummer uit de Phil Spectorstal. Was Sam Cooke een bleekscheet geweest, dan had hij wellicht songs geschreven zoals het meefluitbare “The Pact”, terwijl de strijkers in “Pieces” zo te horen de mosterd hebben gehaald bij de hits zoals Françoise Hardy die tijdens de sixties uit de sierlijke mouw placht te schudden.

De meeste liedjes van Villagers zijn in zinnenprikkelende arrangementen gewikkeld en herinneren soms aan die van Love. Conor O’Brien legt daarbij een benijdenswaardige inventiviteit en vakmanschap aan de dag en slaat voortdurend bruggen tussen het vertrouwde en onbekende. In de titeltrack klinkt de zanger minstens even understated als Elliott Smith of Bon Iver, maar net zo vaak hoor je uit zijn muziek echo’s opkringelen uit het prille oeuvre van eightiesbands als Prefab Sprout of Aztec Camera. Evidente earcatchers zijn het met violen en een spookachtige piano versierde “I Saw The Dead”, het ongedurige “Ship Of Promises” en het spaarzaam maar smaakvol geïnstrumenteerde “The Meaning Of The Ritual”. Soms, zoals op “Set The Tiger Free”, strooit O’Brien iets te kwistig met suiker. Maar al bij al zijn deze Villagers intrigerende wezens waar je, na enkele ontmoetingen, meteen bevriend mee raakt.

De naam Horse Feathers verwijst naar een film van de Marx Brothers en betekent zoveel als ‘onzin’. Tegelijk is het een pseudoniem voor Jason Ringle, een singer-songwriter uit Portland, Oregon, die zich op zijn vorige cd, House With No Home, nog liet begeleiden door niemand minder dan Peter en Heather Broderick. Op Thistled Spring, de derde langspeler van Horse Feathers, is de line-up echter alweer drastisch veranderd. Ringle laat zich nu bijstaan door multi-instrumentalist Sam Cooper, violist Nathan Crockett en celliste Catherine Odell, waardoor zijn rustieke, tussen folk en country laverende (f)luisterliedjes nog weelderiger worden aangekleed dan voordien. Ook de banjo krijgt dit keer een ruime plek in het geluidsbeeld toegemeten.

House With No Home was destijds een plaat als een winterlandschap, maar op Thistled Spring maakt het glaciale wit plaats voor het groen van de lente. Jason Ringle bericht weliswaar nog altijd over de mistbanken in zijn hoofd, veroorzaakt door de pijn van afbrokkelende relaties, maar in “Belly Of June”, “Vernonia Blues” of het statig voortschrijdende titelnummer is er dit keer toch sprake van hoop, hoe fragiel ook.

Horse Feathers klinkt op Thistled Springbijna net zo helder en elegant als een kamerensemble. Beheerst? Zeker en vast. Subtiel? Ongetwijfeld. Maar zoveel schoonheid dreigt vroeg of laat ook een beetje saai te worden. De muziek van Ringle en zijn gezelschap zou dus wellicht een langer leven beschoren zijn, mochten er een paar barsten en deuken in zitten.

Wie ook met zijn vier poten in de folktraditie staat, is Lone Wolf. We hebben hier te maken met het alter ego van ene Paul Marshall uit Leeds die in 2007 onder zijn eigen naam al de cd Vultures uitbracht. Dat hij niet bepaald een roedeldier is, bewijst hij andermaal met The Devil And I, een plaat die werd opgenomen in een leegstaande kerk in Zweden met Kristofer Jonson van de postrockband Jenniferever als producer. Lone Wolf verzint dromerige, bucolische songs die tegelijk romantisch en elegisch aandoen. Er gaat van zijn getroebleerde teksten een onderhuidse dreiging uit die je als luisteraar een beetje onbehaaglijk stemt. Zeker in “Buried Beneath The Tiles” en de murder ballad “15 Letters.”

Het fundament van Marshalls songs is zijn stem en akoestische gitaar, maar al doende voegt de artiest er extra kleuren aan toe met wurlitzer, piano, orgel, drums, trompetten en een strijkkwartet. “This Is War” en “We Could Use Your Blood” krijgen daardoor een rijke, volle klank die meteen je aandacht aanzuigt. “Keep Your Eyes On The Road” laveert ergens tussen Crosby, Stills & Nash, Fairport Convention en Sufjan Stevens in. Sober vormgegeven liedjes zoals “Russian Winter” of “Dead River” leunen, door de combinatie van Marshalls superieure fingerpicking-spel en strijkers, dan weer sterk aan bij het werk van wijlen Nick Drake met arrangeur Paul Kirby. Een ander hoogtepunt is het titelnummer, dat zowel in een fraaie instrumentale als gezongen versie op de cd voorkomt. Lone Wolf overtuigt het meest als hij resoluut voor de eenvoud kiest. The Devil And I is zeker geen werkstuk van het type dat je vanaf de eerste kennismaking al overweldigt, maar wèl bij iedere draaibeurt aan diepgang wint. Het enige probleem is dat het hier eigenlijk gaat om een herfstplaat die zich stomweg van seizoen heeft vergist.

Holiday For Strings is een Zweeds vijftal waarvan enkele leden ook nog elders actief zijn. Gitarist en toetsenman John Eriksson dubbelt bij Peter, Paul & John, terwijl drummer Pony deel uitmaakt van Thieves Like Us. De overblijvers, onder wie de onderkoeld klinkende zanger Magnus Magnusson, zijn alle drie chef-koks in toprestaurants. Favorite Flavor, de tweede plaat van de groep, heeft even tijd nodig om te bezinken en laat zich, zeker in stilistisch opzicht, niet echt makkelijk in woorden vatten. Holiday For Strings maakt een vreemde mengeling van postpunk, pop, krautrock, disco en dub, die tot stand kwam in een houten huis uit de zeventiende eeuw, even buiten Stockholm.

De muziek -- elastische bas, elektronische beats, vervormde gitaren, afstandelijke stem -- wortelt duidelijk in de jaren tachtig maar verwijst tegelijk naar het hier en nu. De songs zijn donker maar nooit zwartgallig, doen romantisch aan (zie “Love”) maar lonken door hun geprononceerde ritmiek tegelijk schaamteloos naar de dansvloer. In “Two Of You” hoor je de veerkrachtigste momenten van Joy Division doorklinken en ook de twee covers op de plaat, “Calling Out Of Context” van Arthur Russell en “I Cry” van de Californische rapper The Egyptian Lover, vinden hun oorsprong in de eighties. “Unwilling/Not Able” bevat een gastbijdrage van zangeres Titiyo. Toch zijn de drie instrumentale, spacy tracks evenzeer de moeite waard.

Holiday For Strings maakt gelaagde, ietwat hoekige muziek met simpele ingrediënten. Van het kookfornuis naar de studio: het is blijkbaar slechts een kleine stap.

  • Villagers:: Becoming a Jackal, Domino. www.myspace.com/villagers
  • Horse Feathers:: Thistled Spring, Kill Rock Stars. www.myspace.com/horsefeathersmusic
  • Lone Wolf:: The Devil And I, Bella Union. www.myspace.com/thisislonewolf
  • Holiday For Strings:: Favorite Flavor, SeaYou Records. www.myspace.com/holidayforstrings

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Columns:
COLUMN :: Slijpschijf #63
COLUMN :: Slijpschijf #62
COLUMN :: Slijpschijf #61
COLUMN :: Slijpschijf #60
COLUMN :: Slijpschijf #59
COLUMN :: Slijpschijf #58
COLUMN :: Slijpschijf #57
COLUMN :: Slijpschijf #56
COLUMN :: Slijpschijf #55
COLUMN :: Slijpschijf #54
COLUMN :: Slijpschijf #53
COLUMN :: Slijpschijf #52
COLUMN :: Slijpschijf #51
COLUMN :: Slijpschijf #50
COLUMN :: Slijpschijf #49
COLUMN :: Slijpschijf #48
COLUMN :: Slijpschijf #47
COLUMN :: Slijpschijf #46
COLUMN :: Slijpschijf #45
COLUMN :: Slijpschijf #44
COLUMN :: Slijpschijf #43
COLUMN :: Slijpschijf #42
COLUMN :: Slijpschijf #41
COLUMN :: Slijpschijf #40
COLUMN :: Slijpschijf #39
COLUMN :: Slijpschijf #38
COLUMN :: Slijpschijf #37
COLUMN :: Slijpschijf #36
COLUMN :: Slijpschijf #35
COLUMN :: Slijpschijf #34
COLUMN :: Slijpschijf #33
COLUMN :: Slijpschijf #32
COLUMN :: Slijpschijf #31
COLUMN :: Slijpschijf #30
COLUMN :: Slijpschijf #29
COLUMN :: Slijpschijf #28
COLUMN :: Slijpschijf #26
COLUMN :: Slijpschijf #25
COLUMN :: Slijpschijf #24
Column :: Slijpschijf #23
Column :: Slijpschijf #22
Column :: Slijpschijf #21
COLUMN :: Slijpschijf #20
COLUMN :: Slijpschijf #19
COLUMN :: Slijpschijf # 18
COLUMN :: Slijpschijf #17
COLUMN :: Slijpschijf #16
COLUMN :: Slijpschijf #15
COLUMN :: Slijpschijf #14
COLUMN :: Slijpschijf #13
COLUMN :: Slijpschijf #12
COLUMN :: Slijpschijf #11
COLUMN :: Slijpschijf #10
COLUMN :: Slijpschijf #9
COLUMN :: Slijpschijf #8
COLUMN :: Slijpschijf #7
COLUMN :: Slijpschijf #6
COLUMN :: Slijpschijf #5
COLUMN:Slijpschijf #4
COLUMN :: Slijpschijf #3
COLUMN :: Slijpschijf #2
COLUMN :: Slijpschijf #1

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST