Banner

COLUMN

Slijpschijf #16

Dirk Steenhaut - foto's: Jim Duchateau  - 17 maart 2010

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek.

De veertigjarige IJslander Jóhann Jóhannsson is niet voor één gat te vangen. Hij begon zijn carrière tijdens de jaren tachtig als bassist bij rockbands als Daisy Hill Puppy Farm en Ham, werkte samen met ex-Sugarcubesdrummer Siggi Baldursson in DIP, deelde later de lakens uit bij het aanstekelijke elektropopgezelschap Apparat Organ Quartet en maakte de jongste jaren twee weirde leftfield industrial-cd’s met Evil Madness. Maar het bekendst is hij tegenwoordig als een van de belangrijkste figuren uit de postklassieke muziek. Het is trouwens opvallend hoeveel soundtracks Jóhannsson al op zijn naam heeft staan. Eglabörn, een van zijn meest geliefde werken, werd geschreven voor een theaterproductie en voorts componeerde hij talloze scores voor documentaires en dansvoorstellingen. Zijn nieuwe plaat, die eind vorig jaar al op vinyl verscheen en volgende maand door het Type-label eindelijk ook op cd wordt uitgebracht, is de klankband bij Varmints, een animatiefilm van Marc Craste. Jóhannsson kreeg er tijdens het internationaal filmfestival van Rhode Island al een prestigieuze prijs voor.

Varmints slaat op dieren die in de VS zonder vergunning mogen worden verdelgd, omdat ze schadelijk zouden zijn voor (de activiteiten van) de mens. In de film wordt scherp gesteld op het contrast tussen de schoonheid van de natuur en de industriële vervuiling en wordt gesuggereerd dat de ongebreidelde urbanisatiezucht van de menselijke soort veel vernietigender is voor het leven op aarde dan het ’ongedierte’ dat lukraak wordt afgemaakt. De donkere sfeer van de film wordt door de muziek van Jóhann Jóhannsson, nu gepresenteerd onder de titel And in the Endless Pause There Came the Sound of Bees, extra kracht bijgezet.

Alle kenmerken van ’s mans beste werk zijn in de soundtrack aanwezig: de breed opgezette orkestraties met veel plaats voor dramatische strijkers en een door merg en been gaande cello, de subtiel aangebrachte elektronische onderlaag, de trefzeker geïntegreerde veldopnamen en de onwereldse koorzang, waarin vooral sopraanzangeres Michaela Srumova bloedstollend uit de hoek komt. Muzikale thema’s en motieven worden geïntroduceerd en komen later onder een andere vorm terug. De sfeer ontwikkelt van lyrisch naar desolaat, van majestueus tot euforisch. Jóhannssons muziek is zo narratief, beeldend en meeslepend dat elkeen, zelfs wie de film niet gezien heeft, zich een levendige voorstelling kan maken van de emoties die op het scherm worden opgeroepen. Het Britse 4AD-label vond dit nieuwe werk van Jóhann Jóhannsson blijkbaar niet ’commercieel’ genoeg en heeft dus inmiddels afgehaakt. Maar wie de IJslander al volgt sinds zijn periode bij Touch, zal deze soundtrack, die trouwens probleemloos op zichzelf kan staan, met open armen ontvangen.

Dat 2010 een vruchtbaar jaar wordt voor de Vlaamse rock, valt al af te leiden uit de stroom van puike releases die ons de jongste twee maanden overspoelde. Maar ook aan de overkant van de taalgrens, meer bepaald in Luik, wordt dezer dagen met scherp geschoten. Na Music Drama (2002) en Small Town Boy (2006) heeft My Little Cheap Dictaphone zelfs een plaat gemaakt met de allures van een meesterwerk. The Tragic Tale of a Genius bulkt van de ambitie: het is een popopera waarin de groep, aan de hand van dertien overweldigende songs, het levensverhaal vertelt van een superbegaafde artiest die dermate wordt gekweld door innerlijke demonen dat hij niet langer in staat blijkt droom van werkelijkheid te onderscheiden. Volgens spilfiguur Redboy, ook actief als gitarist bij Hollywood Porn Stars, werd zijn tragische held gemodelleerd naar Brian Wilson. In stilistisch opzicht hebben The Beach Boys My Little Cheap Dictaphone niet hoorbaar beïnvloed, maar qua durf, reikwijdte en ideeënrijkdom spiegelt het Waalse kwartet zich wel degelijk aan Wilsons vroegere band.

De songs zijn een voor een georkestreerd met zwiepende strijkers, terwijl de piano zo een onweerstaanbare pulse verraadt dat ze in handen van MLCD haast een percussietuig wordt. De passie en gedrevenheid waarmee de nummers worden uitgevoerd, herinneren aan The Arcade Fire, de surrealistische cabaretaanpak aan Virgin Prunes, de grandeur van de instrumentale grandeur aan Elbow. Op het materiaal valt weinig af te dingen: "Piano Waltz" is precies wat de titel belooft, "My Holy Grail" is het soort ballad waar de sufkoppen van Coldplay een moord voor zouden plegen, "Shine On" klinkt tegelijk catchy en majestueus en "Slow Me Down" wordt voortgejaagd door een stotterende piano en een pittig orgeltje. Aan vitaliteit geen gebrek dus, alleen jammer van Redboys bizarre, ietwat potsierlijke uitspraak van het Engels die in angelsaksische landen ongetwijfeld vele wenkbrauwen zal doen fronsen. Nog een geluk dat My Little Cheap Dictaphone ook enkele prestigieuze gastzangers ten tonele voert: Jonathan Donahue van Mercury Rev in "What Are You Waiting For" en Pall Jenkins van Black Heart Procession in "In My Head". Ook Ralph Mulder van het Nederlandse Alamo Race Track mag tweemaal bezit nemen van de microfoon.

The Tragic Tale of a Genius doet de grenzen tussen rock, literatuur en theater vervagen en doet dat zo achteloos dat je mond ervan openvalt. MLCD heeft twee jaar aan de plaat gesleuteld en nam, met het oog op de bijhorende spectaculaire liveshow, twee filmregisseurs en een scenografe in de arm. De première vindt plaats tijdens Les Nuits Botanique op zaterdag 8 mei en als je weet dat die avond ook al The Irrepressibles (zie Slijpschijf van vorige week) op het podium staan, hoef je er niet meer aan te twijfelen dat het een wonderlijke avond wordt.

Een van de groepen die ons tijdens de jongste editie van EuroSonic aangenaam wisten te verrassen was Harrys Gym, een kwartet uit Oslo dat wel eens het Noorse antwoord op Blonde Redhead wordt genoemd. Blikvanger is zangeres-gitariste Anne Lise Frøkedahl, die ook de snaren beroert bij de psychpopformatie I Was a King en verantwoordelijk is voor de dromerige, licht psychedelische progpop-met-shoegazerinvloeden van de band. Harrys Gym kreeg, na twee opgemerkte optredens tijdens het By:larmfestival al schouderklopjes van NME, die er een kruising in hoorde tussen Mew en Garbage. Daar zit iets in: op hun titelloze debuut, dat in hun thuisland al in het najaar van 2008 verscheen, komen de Noren op de proppen met even bitterzoete als introverte liedjes waar regelmatig geprogrammeerde elektronica doorschemert. De songs zijn gevoelig maar gespierd en klinken tegelijk warm en glaciaal, een combinatie die je in Noord-Europa wel vaker aantreft.

Naar eigen zeggen laat Frøkedahl zich inspireren door films, de romans van Haruki Murakami en de muziek van XTC, Animal Collective, Daniel Johnston en Vashti Bunyan. Toch slaagt ze erin uit al die ingrediënten een eigen sound te puren. "Whisper" vond al zijn weg naar een Noorse horrorfilm, het melodieuze "Brother" leverde Harrys Gym zelfs een deal op met Universal, dat in de loop van dit jaar de tweede cd van de groep uitbrengt, en "The Dharma Bums" verwijst naar de gelijknamige roman van beatauteur Jack Kerouac. Maar ook "Top of the Hill" en "Attic" geven aan in welke mate Harrys Gym synoniem kan zijn met sfeervol en verleidelijk. Dat er ook een claustrofobische component in de plaat zit, zullen we maar op conto schrijven van de lange, koude Noorse winters.

De Brit Richard Norris metselde tijdens de jaren negentig house met The Grid, maar die etappe uit zijn carrière zullen we maar met de mantel der liefde bedekken. Tegenwoordig bedient hij zich van het pseudoniem The Time and Space Machine en Set Phazer to Stun is de eerste plaat die hij, op de drums en enkele zangpartijen na, helemaal in zijn eentje in elkaar heeft gestanst. Norris werkte ooit al samen met Genesis P. Orridge (zie Throbbing Gristle en Psychic TV) en was tijdens zijn tienerjaren betrokken bij het legendarische Bam Caruso-label, waar hij een voorliefde voor psychedelica opdeed. Samen met Erol Alkan maakte hij een reeks psychplaatjes onder de vlag Beyond The Wizard’s Sleeve, maar op zijn nieuwe cd komt hij aanzetten met een synthese van alle invloeden die hij de jongste twintig jaar heeft opgezogen. De meeste tracks drijven op een dansbare groove, freakbeatritmes, allerlei cheesy orgeltjes en welbespraakte gitaren. In "Time + Space" en "Children of the Sun" laat Norris nog eens horen dat hij het was die Primal Scream destijds de weg wees naar Screamadelica, maar net zo goed komt hij voor de dag als een op hol geslagen Booker T & The MG’s.

De in Krautrockdampen gehulde, stuiterende titeltrack is schatplichtig aan de motorik beats van Neu! en elders op de plaat tref je trippy dansvoer aan, gekruid met deep-house, balearic beat, psychelische funk en meer van dat lekkers. Toegegeven, Norris kijkt vaker achterom dan vooruit, maar wie tijdens het hoogst aanstekelijke ’More Cowbell’ niet met allerlei ledematen begint te zwieren, vinden wij een houten klaas. Set Phazer to Stun is een veelkleurig lappendeken waaronder het, de hasjpijp in de aanslag, lekker toeven is. Alleen zouden er strenge lijfstraffen moeten bestaan voor lieden die Neil Youngs ’After the Goldrush’ tot flauwe mainstreampop herleiden, zoals hier gebeurt aan het eind van de cd. En neen, ook dat gitaarloopje uit Stephen Stills’ ’For What It’s Worth’, dat in de song als ruggengraat wordt gebruikt, is helemaal niet grappig. Pek en veren!

  • Jóhann Jóhannsson:: And in the Endless Pause There Came the Sound of Bees, 12 Tónar. www.myspace.com/johannjohannsson
  • My Little Cheap Dictaphone, The Tragic Tale of a Genius, PIAS. www.myspace.com/mylittlecheap
  • Harrys Gym:: Harrys Gym, Hype City. www.myspace.com/harrysgym
  • The Time and Space Machine, Set Phazer to Stun, Tirk Records. www.myspace.com/thetimeandspacemachine

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Columns:
COLUMN :: Slijpschijf #63
COLUMN :: Slijpschijf #62
COLUMN :: Slijpschijf #61
COLUMN :: Slijpschijf #60
COLUMN :: Slijpschijf #59
COLUMN :: Slijpschijf #58
COLUMN :: Slijpschijf #57
COLUMN :: Slijpschijf #56
COLUMN :: Slijpschijf #55
COLUMN :: Slijpschijf #54
COLUMN :: Slijpschijf #53
COLUMN :: Slijpschijf #52
COLUMN :: Slijpschijf #51
COLUMN :: Slijpschijf #50
COLUMN :: Slijpschijf #49
COLUMN :: Slijpschijf #48
COLUMN :: Slijpschijf #47
COLUMN :: Slijpschijf #46
COLUMN :: Slijpschijf #45
COLUMN :: Slijpschijf #44
COLUMN :: Slijpschijf #43
COLUMN :: Slijpschijf #42
COLUMN :: Slijpschijf #41
COLUMN :: Slijpschijf #40
COLUMN :: Slijpschijf #39
COLUMN :: Slijpschijf #38
COLUMN :: Slijpschijf #37
COLUMN :: Slijpschijf #36
COLUMN :: Slijpschijf #35
COLUMN :: Slijpschijf #34
COLUMN :: Slijpschijf #33
COLUMN :: Slijpschijf #32
COLUMN :: Slijpschijf #31
COLUMN :: Slijpschijf #30
COLUMN :: Slijpschijf #29
COLUMN :: Slijpschijf #28
COLUMN :: Slijpschijf #27
COLUMN :: Slijpschijf #26
COLUMN :: Slijpschijf #25
COLUMN :: Slijpschijf #24
Column :: Slijpschijf #23
Column :: Slijpschijf #22
Column :: Slijpschijf #21
COLUMN :: Slijpschijf #20
COLUMN :: Slijpschijf #19
COLUMN :: Slijpschijf # 18
COLUMN :: Slijpschijf #17
COLUMN :: Slijpschijf #15
COLUMN :: Slijpschijf #14
COLUMN :: Slijpschijf #13
COLUMN :: Slijpschijf #12
COLUMN :: Slijpschijf #11
COLUMN :: Slijpschijf #10
COLUMN :: Slijpschijf #9
COLUMN :: Slijpschijf #8
COLUMN :: Slijpschijf #7
COLUMN :: Slijpschijf #6
COLUMN :: Slijpschijf #5
COLUMN:Slijpschijf #4
COLUMN :: Slijpschijf #3
COLUMN :: Slijpschijf #2
COLUMN :: Slijpschijf #1

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST