Banner

COLUMN

Slijpschijf #8

Dirk Steenhaut - 20 januari 2010

Journalist DIRK STEENHAUT snijdt zich wekelijks aan de scherpste kantjes van de rockmuziek

Kiwipop blijft, buiten een kleine kring van ingewijden, al dertig jaar een goed bewaard geheim. Zelf werden we ons voor het eerst van het fenomeen bewust dankzij het Nieuw-Zeelandse indielabel Flying Nun, dat ons tijdens de jaren tachtig vanuit Christchurch deed kennismaken met fijne bandjes als The Chills, Verlaines, The Clean, Tall Dwarfs, The Bats en Jean Paul Sartre Experience. Meer dan een cultstatus zat er voor deze combo’s destijds niet in, maar naar de vorig jaar bij het Berlijnse Morr-label verschenen hommage Not Given Lightly te oordelen, is hun muziek aan pakweg Lali Puna, The Go Find, Tarwater en American Analog Set toch niet ongemerkt voorbijgegaan.

Of er een tweede kiwigolf aankomt, valt vooralsnog moeilijk te voorspellen. Maar James Milne, een excentrieke songwriter die zich verschuilt achter het pseudoniem Lawrence Arabia, verdient alvast een luisterend oor. Met zijn tweede langspeler Chant Darling (de eerste verscheen in eigen beheer en is ons volledig ontgaan) manifesteert hij zich als een meesterlijke popclassicus die het werk én de harmonieën van The Beatles en The Beach Boys als zijn broekzak kent. Liedjes zoals het knap gearrangeerde “The Undesirables”, het speelse “Apple Pie Bed” of het ijle, in Brian Wilsonsferen gedrenkte “Dream Teacher” doen een beetje anachronistisch aan, maar Milne beheerst zijn metier dermate dat hij tegelijk charmeert en respect afdwingt. In “Auckland CBD part 2” herinnert de man dan weer aan de opgewekte exotische pop van David Byrne. Zwierige strijkers, kekke blazers, springerige ritmen en een vleugje psychedelica behoren duidelijk tot Lawrence Arabia’s favoriete ingrediënten. Chant Darling staat vol bedachtzame nummers waarin de liefde centraal staat. Toch voelt Milne opvallend vaak de drang om iedere neiging tot romantiek te saboteren met een fikse dosis cynisme.

De man vertoont zich in het openbaar in de gekste outfits en staat in Nieuw-Zeeland bekend als de stichter van een politieke partij: allemaal dingen die voor de nodige media-aandacht hebben gezorgd. Maar in wezen is Lawrence Arabia een bedeesde jongen, op zoek naar een harnas tegen de boze buitenwereld. Net als The Flaming Lips en Animal Collective bewijst hij eer aan zijn muzikale voorgangers. Alleen klinkt het bij hem allemaal wat directer en minder bedacht.

De Noorse rockband Madrugada wist tijdens het voorbije decennium in onze streken een trouwe aanhang te verwerven. Toen echter gitarist Robert Boras, die ook actief was bij My Midnight Creeps, op 12 juli 2007 dood werd aangetroffen in zijn appartement in Oslo, besloten de overblijvers dat het welletjes was geweest. Zanger en frontman Sivert Höyem had eerder al twee soloplaten uitgebracht, en samen met multi-instrumentalist en coproducer Cato Salsa maakt hij op zijn derde cd Moon Landing muziek die als een logische voortzetting van die van Madrugada kan worden beschouwd. De man brouwt ietwat donkere maar bevlogen gitaarrock waarin dit keer vooral het aandeel van allerlei analoge keyboards opvalt.

”Beldorado”, de monumentale opener, is meteen een schot in de roos: het is een epische, tot ruim acht minuten uitgesponnen popsong, gestut door een even scherpe als circulaire gitaarriff. Ook de titeltrack, het sobere “The Light That Falls Among the Trees” en de soulvolle bluesballad “Going For Gold” kruipen algauw diep onder je huid. Toch is het vooral de tweede helft van de cd die je onverhoeds knock-out zal meppen. Het met oriëntaalse klankkleuren versierde “Shadows/High Meseta” is bijvoorbeeld pure suspense: knagend en bijtend zoals het venijnigste van 16 Horsepower. “Lost at Sea” en “Empty House” zijn dan weer stuwende, intense rockers, vol vuur en passie, die in het oeuvre van Nick Cave niet zouden misstaan, terwijl in het gitzwarte “High Society” een rokerige sax de aandacht opeist.

Moon Landing werd gemixt door niemand minder dan John Agnello, die vroeger al plaatjes van Sonic Youth, Dinosaur Jr en Steve Wynn onder handen nam, en geeft blijk van daadkracht en ambitie. De eerste oplage gaat vergezeld van een bonus-EP, waarop onder andere een eigenzinnige cover van “House of the Rising Sun” te beluisteren valt. Sivert Höyem heeft met zijn derde werkstuk onder zijn eigen naam eindelijk zijn niche gevonden. Zijn concert, op 16 april in de Brusselse Botanique, is er dan ook één om nu al in je agenda in het rood aan te kruisen.

De Amerikaan Will Hoge, een singer-songwriter met rock-’n-rollbloed in de aderen, was tot dusver voor ons een nobele onbekende. Met The Wreckageblijkt hij echter al aan zijn vijfde langspeler toe te zijn en daarmee plaatst hij zich meteen tussen grote rootsrockers als Bruce Springsteen en Tom Petty. Hoge is geen vernieuwer die de ambitie heeft het wiel opnieuw uit te vinden, veeleer is hij een traditionele ambachtsman voor wie muziek maken een heuse manier van leven is. De man geeft gemiddeld tweehonderd concerten per jaar en zijn Americanasongs zijn bereid volgens een beproefd recept: expressief gitaarwerk, een hitsige hammond, een door emotie gegroefde stem die sterk herinnert aan die van Adam Duritz van Counting Crows en een organische productie. In Hoges referentiekader spelen blues, country, rock en soul een gelijkwaardige rol. De zanger heeft overigens lak aan perfectie: zijn liedjes, die niet zelden in het teken staan van gewetenskwesties, steunen vooral op emotie en geloofwaardigheid.

Tot de hoogtepunten behoren “Favorite Waste of Time”, een messcherpe rocker met witheet snarenwerk dat verwant is aan het beste van Drive-By Truckers, het pakkende “Goodnight/Goodbye” waarin zangeres Ashley Monroe de tweede stem aandraagt, en de soulvolle sleper “Too Late Too Soon”. Qua sound heeft Will Hoge weinig te bieden dat je nog nooit elders gehoord hebt, maar de man weet wel hoe je een goeie song in elkaar sleutelt en doet dat met de eerlijkheid die ook het werk van een Neil Young, Townes Van Zandt of Steve Earle kenmerkt. Draag je die artiesten een warm hart toe, dan mag je in je platenrek voor The Wreckage zeker een plekje reserveren.

Lieden voor wie folk, country en bluegrass geen scheldwoorden zijn, kennen Dave Rawlings als levensgezel en muzikale partner van Gillian Welch, een zangeres uit Nashville die sinds haar vierde cd Soul Journey uit 2003 niets meer van zich heeft laten horen. A Friend of a Friend wordt nu toegeschreven aan Dave Rawlings Machine en hoewel je op deze plaat nog steeds hetzelfde duo aan het werk hoort, zijn de rollen nu omgedraaid: Rawlings heeft, na een optreden tijdens het Newport Folkfestival, genoeg zelfvertrouwen gekweekt om als zanger op de voorgrond te treden, terwijl Welch zich tevreden stelt met een dienende rol en de tweede stem verzorgt. In stilistisch opzicht is er weinig veranderd: “Ruby” is een prachtsong waarin country en soul elkaar liefdevol omhelzen, “I Hear Them All” is sobere, broze folk en “Sweet Tooth” en “How’s About You” baden alweer in de jolige sfeer van de Appalachen.

Samen met Gillian Welch heeft Dave Rawlings niet alleen een belangrijke bijdrage geleverd aan de revival van traditionele akoestische muziek, hij speelde destijds ook een niet te onderschatten rol op Heartbreaker, het solodebuut van Ryan Adams. Een van de nummers die ze toen samen schreven, “To Be Young (Is to Be Sad, Is To Be High)”, wordt hier hernomen in een countryhonkversie. Voorts bevat de plaat geslaagde covers van Jesse Fuller (“Monkey and the Engineer”), Conor Oberst (“Method Acting”) en Neil Young (diens legendarische “Cortez the Killer” krijgt een verrassende maar geslaagde unplugged-behandeling). Laat het duidelijk zijn: voor wie nog altijd heimwee heeft naar de muziek van wijlen Gram Parsons, is A Friend of a Friend een verantwoorde investering.

  • Lawrence Arabia:: Chant Darling, Bella Union.
  • Sivert Höyem:: Moon Landing, Hektor Grammofon.
  • Will Hoge:: The Wreckage, Rykodisc.
  • Dave Rawlings Machine:: A Friend of A Friend, Acony.

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Columns:
COLUMN :: Slijpschijf #63
COLUMN :: Slijpschijf #62
COLUMN :: Slijpschijf #61
COLUMN :: Slijpschijf #60
COLUMN :: Slijpschijf #59
COLUMN :: Slijpschijf #58
COLUMN :: Slijpschijf #57
COLUMN :: Slijpschijf #56
COLUMN :: Slijpschijf #55
COLUMN :: Slijpschijf #54
COLUMN :: Slijpschijf #53
COLUMN :: Slijpschijf #52
COLUMN :: Slijpschijf #51
COLUMN :: Slijpschijf #50
COLUMN :: Slijpschijf #49
COLUMN :: Slijpschijf #48
COLUMN :: Slijpschijf #47
COLUMN :: Slijpschijf #46
COLUMN :: Slijpschijf #45
COLUMN :: Slijpschijf #44
COLUMN :: Slijpschijf #43
COLUMN :: Slijpschijf #42
COLUMN :: Slijpschijf #41
COLUMN :: Slijpschijf #40
COLUMN :: Slijpschijf #39
COLUMN :: Slijpschijf #38
COLUMN :: Slijpschijf #37
COLUMN :: Slijpschijf #36
COLUMN :: Slijpschijf #35
COLUMN :: Slijpschijf #34
COLUMN :: Slijpschijf #33
COLUMN :: Slijpschijf #32
COLUMN :: Slijpschijf #31
COLUMN :: Slijpschijf #30
COLUMN :: Slijpschijf #29
COLUMN :: Slijpschijf #28
COLUMN :: Slijpschijf #27
COLUMN :: Slijpschijf #26
COLUMN :: Slijpschijf #25
COLUMN :: Slijpschijf #24
Column :: Slijpschijf #23
Column :: Slijpschijf #22
Column :: Slijpschijf #21
COLUMN :: Slijpschijf #20
COLUMN :: Slijpschijf #19
COLUMN :: Slijpschijf # 18
COLUMN :: Slijpschijf #17
COLUMN :: Slijpschijf #16
COLUMN :: Slijpschijf #15
COLUMN :: Slijpschijf #14
COLUMN :: Slijpschijf #13
COLUMN :: Slijpschijf #12
COLUMN :: Slijpschijf #11
COLUMN :: Slijpschijf #10
COLUMN :: Slijpschijf #9
COLUMN :: Slijpschijf #7
COLUMN :: Slijpschijf #6
COLUMN :: Slijpschijf #5
COLUMN:Slijpschijf #4
COLUMN :: Slijpschijf #3
COLUMN :: Slijpschijf #2
COLUMN :: Slijpschijf #1

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST