Banner

COLUMN

Supergroep

Alexander Cornet - 21 januari 2009

We hebben 2008 alweer volledig achter ons gelaten (de nieuwe Animal Collective is gearriveerd!), maar graag wilde ik het nog even over goddeau’s eindejaarslijstje hebben. Een mooi lijstje, volgens mij, met een top vijf die steek houdt. Twee nieuwkomers, een verbluffende comeback, een duivels duo en ... een supergroep.

Elbow. Nooit grotere waarheden gelezen op goddeau dan “Dit was 2008 [dubbele punt] Elbow”, als header voor een interview. Elbow werd groot in 2008, de band won de Mercury Prize in Groot-Brittannië en bracht met The Seldom Seen Kid zijn beste plaat tot nog toe uit.

Het is niet mijn bedoeling (is)’s review over die plaat te herschrijven, daarvoor is die zelf al meer dan genoeg de nagel op de kop, maar The Seldom Seen Kid roept een aantal vragen op. Zoals -- om maar meteen to the point te komen -- “Wanneer kan een plaat bestempeld worden als een nieuwe OK Computer?” En moet die plaat daarvoor per definitie vertrekken vanuit Britpop met weerhaken? Weet iemand in welke categorie Elbow een bepaald klassiek album naar de kroon kan steken? Of snakken wij in 2020 misschien naar een nieuwe The Seldom Seen Kid; is die laatste Elbow heel misschien toevallig geen klassiek album?

“De band presteert steeds op hetzelfde torenhoge niveau”, lees je in recensies, maar een supergroep is Elbow vooralsnog niet. Daarom opnieuw: kan Elbow überhaupt een plaat met OK Computer-allures maken? Of heeft de groep daarvoor nooit genoeg in de “mainstream” Britse rock gestaan (Pitchfork bedenkt hen met het label “artrock”)? Want laten we wel wezen, die Mercury Prize, alle overige lof en die vierde plaats in goddeau’s eindejaarslijstje zijn mooi, maar al bij al is Elbow dezelfde outsider gebleven die de groep al drie platen lang was.

Als ik trouwens spreek over Elbow als supergroep, dan is dat vooral een zinspeling op wat ik vernam van mensen die het beter weten dan ikzelf: 2008 kende zoveel hypes omdat er naar supergroepen werd en wordt gezocht. Fleet Foxes in één trek naast en over My Morning Jacket, Bon Iver met een mooie break-upplaat maar met een nog veel mooier achterliggend verhaal. Of we die twee daarom echter meteen tot supergroepen moeten bombarderen, dat is nog even iets anders. Met Sigur Rós is het vorig jaar klaarblijkelijk wel gelukt, getuige de bejubelde doortochten op Werchter en Pukkelpop. Maar zet die band in Vorst Nationaal voor haar nieuw aangeboorde publiek en de pers verlangt weer naar dat obscure IJslandse snoepje.

Elbow is nog zo’n snoepje. Daarom: supergroepen, ’t klinkt leuk op papier, maar laten we er vooral omzichtig mee omspringen. Radiohead doet wat het vandaag doet omdat het destijds het label supergroep kreeg opgeplakt. De weigering om een nieuwe OK Computer te maken, was voor heel wat journalisten ten tijde van Kid A niets minder dan een doorn in het oog. En Kurt Cobain is toch dood omdat hij de superfrontman van een supergroep moest zijn?

Dus moeten we van Elbow een supergroep maken, zelfs als hij dat zou verdienen? Misschien wel niet, misschien zijn afsluiten in de Marquee op Pukkelpop en een uitverkochte Ancienne Belgique wel ideaal in hun eenvoud. Op last.fm wordt Elbow bij similar artists naast Guillemots, Doves en Turin Brakes geplaatst, andere Britse bands waarmee Elbow weinig of niets te maken heeft. Een zoveelste onderwaardering is dat voor een groep die al lang veel meer is dan louter een ándere Britse band en generatiegenoot van voornoemde groepen. Elbow is zomaar hier voor u die supergroep, dat snoepje dat uw iets te commerciële nichtje misschien maar beter nooit moet proeven.

E-mailadres Afdrukken