Banner

COLUMN: Rooting Interest

Zwartzakken en nestbevuilers

Toon Waroux - foto's: Roberto Rossi - 09 januari 2018

Elke maand schrijft onze correspondent Toon Waroux over muziek met wortels

“All music is folk music. I’ve never heard a horse singing a song.” Zei de grote Louis Armstrong ooit. Zo ver wil ik niet gaan met deze reeks columns, maar ik neem je wel graag mee op een zoektocht naar de boeiende wereld van de roots music. Folk, en dan niet alleen van blanke westerlingen. Maar voor de eerste keer blijven we toch dicht bij huis.

Een veelgehoord vooroordeel tegenover de Vlaamse folk, is dat het gemaakt en geconsumeerd wordt in middens die gecharmeerd zijn door het Vlaams-nationalisme en andere donkerbruine tendensen. Hoewel dit niet geheel uit de lucht gegrepen is, is het zoals bij alle vooroordelen een grove veralgemening die vooral een excuus is om zelf niet verder te moeten kijken dan de neus lang is en de eigen muzikale oogkleppen af te zetten. De Vlaamse folkscene is immers niet minder kosmopolitisch ingesteld dan andere muziekgenres, misschien zelfs in tegendeel. Het Sfinks Festival, toch een van de wegbereiders van de ethno in Vlaanderen, is niet toevallig begonnen als folkfestival.

Er is dus wel die schaduw van de collaboratie en de met heimwee daaraan terugdenkende verenigingen van de Vlaamse Beweging. Het zal dan ook niet verwonderen dat er een wat gespannen verhouding is met de van oudsher eerder linkse strekking van veel muzikanten en organisatoren in de folkwereld. Dat werd voor het eerst concreet toen Wannes Van de Velde, aartsvader van de folk hier te lande, in 1969 “Zwijgt Me Van De Vlaamse Kwestie” uitbracht. Dat werd door menig flamingant als je reinste verraad beschouwd. “Nestbevuiler” was nog maar het vriendelijkste verwijt dat hem te beurt viel. De tekst was dan ook niet mis te verstaan:

“Wanneer er in gelid de straat wordt opgegaan/In Uylenspiegel’s naam fascisme blijft bestaan/Als ik ze zie marcheren met Hitlerjugendgestes/Spreekt dan maar Frans en zwijgt me van de Vlaamse kwestie”.

Enkele jaren later werd André Bialek, die je wellicht kent van de klassieker “La Belle Gigue”, op menig evenement uitgefloten omwille van zijn Belgicistische boodschap. Wannes en André zijn destijds goede vrienden geworden. Zo zou Wannes het door Bialek geschreven lied “Groenendael” opnemen en zelf een tekst schrijven die geïnspireerd was op een opmerking van zijn Waalse vriend, dat het Centraal Station in Antwerpen “la dernière gare du monde” was.

Voor heel wat Vlaamse folkies is het dansen op een slappe koord, omdat ze het enerzijds wel grondig oneens zijn met de retoriek van het nationalisme, maar er anderzijds wel zoiets is als familiale loyaliteit. Zo ook bij Wim Claeys, die dezer dagen het land rondreist met de voorstelling “Zwartzak”. Daarin vertelt hij het verhaal van zijn vader, die oostfronter was en enkel door gratie van de koning zijn ter dood veroordeling (ten tijde van de repressie) overleefd heeft. Maar hij vertelt ook hoe de familiale politieke strekking de jonge Wim bij het VNJ deed belanden om dan via de muziek in een totaal ander milieu terecht te komen. We mogen van geluk spreken dat dat gebeurd is, want anders had de tweede folkrevival (die van de jaren negentig, waar Laïs als bekendste exponent uit voortgekomen is) er lang niet zo kleurrijk uit gezien. Als drijvende kracht in Ambrozijn, Tref, Goze, solo of in ad-hoc-combinaties met bevriende muzikanten leverde hij al menig voortreffelijk album af, en zijn optredens zijn altijd een muzikaal feest vol verrassingen.

Claeys startte destijds de Boombals en hun nieuwe manier van dansen om afstand te nemen van de nationalistische nostalgie van de volksdanswereld. En met succes, want op enkele jaren tijd werd dat ook een rage die de folk ver oversteeg. Heel wat mensen die anders niet op folkfestivals kwamen, gingen dansen op jigs, mazurka’s en bourrees in cultuurtempels zoals de Vooruit en ander CC’s. Er groeide zelfs een volledig nieuw folk- en kleinkunstfestival uit. Game, set en match dus voor Dhr. Claeys.

Maar er moest toch nog iets van zijn lever over collaboratie en repressie en hoe dat een rugzak is die je heel je leven meedraagt. Wie dat verhaal wil horen, gaat best naar een van de vele optredens deze winter, want voorlopig is er nog geen plaat van gemaakt.

E-mailadres Afdrukken