Banner

COLUMN

Thé

Matthieu Van Steenkiste - 10 juni 2014

Ik heb niet veel helden. Misschien een handjevol, maar dan mag ik niet te hard knijpen. Des te pijnlijker om er dan een te verliezen, maar ooit, in een akelig dichtbije toekomst, zal het moeten. "Thé Lau heeft niet lang meer", las het nieuwsbericht, en ik denk dat ik voor het eerst sinds lang eens geslikt heb.

Scherpe herinneringen aan mijn eerst confrontatie met Thé Lau heb ik niet. Was dat Rudd Rock 1994 in Brugge? Stond The Scene daar? Ik denk het. Er is in elk geval het moment dat ik ergens in dat zesde middelbaar Open geleend heb van een klasgenoot, zodat ik dat op een cassetje kon kopiëren. Maar eigenlijk denk ik dat The Scene er voor mij altijd al is geweest, al sinds ik rockmuziek, rijkelijk laat, had ontdekt.

"Open, open, open moet het zijn" in je hoofd; bij elk meisje aan wie je je liefde niet durfde te verklaren. "In Godsnaam, de romantiek"; als het weer eens pijn deed. "Wild en luidruchtig"; als je weer niet wist waar je met alle woeste opstandigheid heen moest. "De hel is op een steenworp van de hemel / En de hemel op een steenworp van jezelf"; een idee waar je jezelf, zo jong en overhoop als je was, nog niet van overtuigd kreeg.

Het was dat grote hart dat in die songs klopte dat een brug sloeg. Dit was iemand voor wie het oké was om hevige emoties te hebben. Een man van in de veertig die nog altijd niet afgevlakt en afgeleefd was, maar barstte van de drang. Naar Iets. Naar Het Onzegbare. Hoofdletters. Het moest niet alleen Open zijn, maar vooral Groots. Geen rem, maar Alles, en liefst Nu.

Later zou ik Thé Lau mogen ontmoeten. Een interview. De eerste keer was ik nog een jonkie. Hij had zijn eerste soloplaat uitgebracht, en zijn platenfirma had hem in het meest protserige hotel van Brussel geparkeerd. Het bladgouden en gemarmerde decor alleen al intimideerde me mateloos, maar het gesprek was nog geen vijf minuten aan de gang of ik was al mijn zenuwen vergeten. Ik ontmoette een aardige man, die zonder veel reserve sprak over de dingen, en waarmee ik het met enige schroom zelfs over zijn voormalige druggebruik kon hebben.

Er zouden nog een paar gesprekken volgen, maar toen de comebackplaten me net dat tikje minder konden bekoren gaf ik de fakkel door aan (pn). Mijn ultieme The Scene-moment had ik toen al achter de rug: het reünieconcert dat de groep op 15 juni 2007 in de AB gaf, zal voor altijd in de top tien van de concerten van mijn leven staan. Ik zal nooit dat "In het hart van Europa; komáán!" vergeten, halverwege de brug van "Iedereen is van de wereld". Dit was Thé Lau: antiracist, Europeaan, Mens Zonder Grenzen, met een hart voor iedereen.

Neen. Dit Is Thé Lau. Nog even. Nog zes maand, negen maand, wie zal het zeggen? Nog zeker een drietal concerten lang, dat zeker, en dan wordt het bidden. Het is een wrang besef, en je kunt niet anders dan bewonderend kijken hoe sereen de zanger zelf het allemaal ondergaat; tot in den treure zijn verhaal brengend, na jaren opzij te zijn geschoven, het eerbetoon in ontvangst nemend zonder een spoor van wrok. Het maakt ook niet uit. Het leven is wat het is; het geeft en het neemt even onverbiddelijk. "Sommige mensen sterven gewoon wat vroeger, en ik ben een van hen". De nuchterheid ervan laat je machteloos achter. Maar eigenlijk weet ik dat het niet zo is. Zolang ik zijn platen blijf draaien, zal Thé Lau nooit echt sterven.

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST