Banner

COLUMN

Rock Rally

Matthieu Van Steenkiste - 22 januari 2014

En zo is het dan toch weer begonnen. Ondanks een januari waarin maar geen ruimte ontstond voor de dingen die belangrijk zijn (want: alwéér een familiefeest, het werk dat opnieuw aantrekt, u kent het wel...) ben ik afgelopen weekend dan toch weer op één van de preselecties voor de Rock Rally geraakt; een ondertussen tweejaarlijkse afspraak die ik voor geen geld ter wereld zou willen missen.

Het zal ondertussen de zesde Rock Rallycampagne zijn die ik als een soort zelfbenoemde schaduwjury probeer te volgen. Zelfs al haal ik nooit alle preselecties (sorry Leffinge en Hamont, ik ben van het centrum van het land en trek de grens bij anderhalf uur rijden), het is toch altijd weer boeiend om te zien wat die dekselse Humojournalisten weer demogewijs hebben geselecteerd, en wat dat live moet voorstellen. Veel potsierlijks heb ik in die tien jaar zien passeren, en om één of andere reden was dat altijd vooral het geval in de Velinx in Tongeren. Stond je plots te gapen naar een door Radio Donna geïnspireerd covergroepje uit diep-Limburg, waar het plaatselijke jeugdhuis een bus supporters had ingelegd. Of een groep die ter plekke de militaire gothic van Front 242 nog eens opnieuw uitvond maar enkel hoongelach kon oogsten.

Niettemin is zo'n preselectie soms ook onverhoeds een potentiële winnaar spotten. Ik zal nooit die eerste keer Steak Number Eight vergeten, in de Magdalenazaal in Brugge: vier snotjongens die de rest van het deelnemersveld op een hoopje speelden. Zelfs het Lief -- een notoir folkmeisje en dus een beetje bang van het zwaardere gitaargeweld -- moest het toegeven: "dit is een groep waarvan ik me kan voorstellen dat ze straks op een festival spelen". Ze had voorspellende gaven, bleek nog geen zomer verder. En soms sla je de bal mis. The Sins leken in de Nijdrop in Opwijk, misschien diezelfde editie 2010, misschien één vroeger -- wie zal het zeggen? -- een geheide finalekandidaat. Als ik me goed herinner wisten insiders toen al dat ze op splitten stonden; daar sta je dan met je kennersoog. Goeie songs nochtans.

Vanaf de halve finales, als het kaf zowat van het koren is gescheiden, begint de pret helemaal. Kun je je als alternatieve selectieheer lekker opwinden in de keuzes van die echte jury. "Wàt? Diè? Ze weten er niets van! En die andere moest zeker mee!" En dan is het finale, een lange, slopende namiddag en avond, die eindigt in een regen van bier richting podium: er is altijd wel iemand het niét eens met de ultieme beslissing. Maar desondanks is dat laatste, triomfantelijke setje dat de winnaar mag spelen steevast een schoon moment. A star is born, en ze weten het zelf: de blijdschap spat er van af, sommigen weten met hun euforie geen blijf, en vragen dan maar de rest van de deelnemers mee het podium op. School Is Cool, dat moment blijft onvergetelijk.

Hier doe ik al dit geschrijf voor. Niet om de zoveelste Sigur Rós te bespreken (zelfs al blijf ik die groep met interesse volgen), maar om nieuwe muziek te ontdekken. Het is zo gemakkelijk om uit de losse pols de BBC Sound Of Elk Jaar Opnieuw achterna te lopen. Ik beslis liever zelf wat ik de moeite vind, en nergens krijg je zo'n groot overzicht van wat er in ons eigen land te vinden is als op de Rock Rally. Ik hoef het niet eens te zijn met de overwinnaar; ik kies wel wie ik verder volg. Hulde dus aan 's lands oudste rockwedstrijd. Ik teken ook dit jaar weer present in de volgende rondes.

Maar toch vind ik nog steeds dat Giants Of The Air in 2004 had moeten winnen.

E-mailadres Afdrukken