Banner

COLUMN

Popquiz

Matthieu Van Steenkiste - 08 oktober 2013

Zeventiende. Godmiljaar, ik had nog zo gezegd dat we het deze keer beter moesten doen dan die vijftiende plaats van in mei. Het mocht niet zijn. Onze tanden stuk gebeten op een ronde vol seventiesrock, en we mochten alle hooggestemde ambities voor de tweede editie van de Gentse Popquizmarathon opbergen.

Noem me een nerd, maar laat me een muziekflard horen, en ik wil zo snel mogelijk titel en uitvoerder kunnen roepen. Stel me een popvraag, en ik wil weetjes spuien. Het is een soort reflex. Ik kan dan ook maar een paar activiteiten bedenken die leuker zijn om een winterse avond op te vrolijken dan me samen met een paar vrienden en een goedgevuld vat bier te buigen over een blad schier onmogelijke opgaven genre "Herken de saxsolo's in het oeuvre van Robert Palmer" of "Hier zijn vier seconden intro; raad het nummer". Dan komt het competitiebeest in me naar boven: "Minstens top tien moeten we halen, jongens". Of beter nog: "Komaan, we gaan voor de overwinning". En maar trots zijn dat je dat bizarre duet tussen Bing Crosby en David Bowie hebt herkend.

Het is nochtans altijd weer een reality check, zo'n muziekquiz: er is nog zoveel muziek die ik niet ken. En om één of andere reden draait het ook altijd om de gitaarhelden van de seventies. Het zal wel iets met de gemiddelde leeftijd in zo'n in hel tl-licht badend parochie- of achterafzaaltje te maken hebben, maar zonder kennis van de exploten van Todd Rundgren, Uriah Heep of Lynyrd Skynyrd kom je er niet ver. Al kennen we ook plekken waar ze al een decennium zijn opgeschoven, en je je beter verdiept in de echte zwartjasserij; het is geen verbetering.

De concurrentie, zo moet u weten, bestaat elke keer uit buikige mannen wier hielen de midlifecrisis alweer het nakijken geven; mannen die geleefd hebben voor de muziek, zich er dag in dag uit in hebben verdiept. Een specialiteit ("R&B in de sixties en seventies"! "Obscure krautrockparels!") hebben gekozen en zich daar op hebben gestort met de vasthoudendheid van een roedel bloedhonden. Daar heb je als allrounder die van alles een béétje afweet niet van terug.

Maar toch. Zelfs al komen we elke keer figuurlijk bont en blauw geslagen en met gedeukt ego naar buiten gestrompeld, geamuseerd hebben we ons zeker, gediscussieerd nog meer. "Ik wist dat het France Gall was die daar in het Duits zong. Ik herkende dat krakske in haar stem!", roept ons lief dan bijvoorbeeld, wij heffen de handen ten hemel dat we Cream met Deep Purple hebben verward, terwijl onze kompanen hartsgrondig tandenknarsen dat ze nog twijfelden tussen een obscuur nummer van The La's of The Stone Roses; verkeerd gegokt. Maar we slaan onszelf op de schouders, spreken voor eens en altijd af dat we ons gaan specialiseren (wat we natuurlijk niet doen, er is te veel muziek om je in één aspect te begraven), en noteren alvast de volgende in de agenda: de Men In Black? Of toch maar meteen de Tequila Overdrive? Het maakt niet uit; maar dat we 't beter willen doen dan vorige keer, dát zeker.

En ondanks alle gevloek denken we toch grijnzend :"Ach, zeventiende is toch lang zo slecht niet."

E-mailadres Afdrukken