Banner

Weg met het jeugdhuis, leve de theatertournee

Matthieu Van Steenkiste - 22 december 2003

Het leek wel een volksverhuis. Nauwelijks waren de festivalweiden opgeruimd en de koeien weer van stal of de verzamelde Vlaamse rockartiesten namen — al dan niet met extra orkestsnufjes onder de arm — de planken van de culturele centra in. "Opzij kleinkunstgrootvader, hier is de nieuwe lichting": dat was zowat het gevoel, dat zich met het oog op de kerstboom nu ook naar de cd-markt vertaalt. Wij vroegen een programmator, een boeker en de artiesten zelf wat die plotselinge rush op de theaterzalen verklaart.

Het concept is meer dan eenvoudig, en je vraagt je soms af waarom het zo lang geduurd heeft: bekende rockgroep ruilt de elektrische gitaren in voor akoestische en bewijst dat hun nummers er ook zo nog staan. Een theatertournee is het resultaat, en plots staat de artiest in kwestie niet meer voor een rokerig jeugdhuis, maar beschikt hij over een deftig geluid en een deugdelijke kleedkamer. De keuze is snel gemaakt.

Noordkaap was in 1997 de eerste Vlaamse rockgroep die met het gebiedende Zit! Kijk! Luister! het woord "theatertournee" in de mond nam. Al snel volgde De Mens en een jaar later kon ook Gorki niet achterblijven. Rond de release van Ik Ben Aanwezig trokken zij eveneens de culturele centra in. "Die zalen zijn er gewoon", verklaarde Luc De Vos toen. "In België heb je honderd van die culturele centra en die vragen af en toe of we niet komen. En omdat we daar niet met onze rockbezetting spelen, besloten we om meteen ook een aangepast programma te brengen."

Eenmaal die eerste aanzet gegeven, werd een "theatertournee" vaste prik op de agenda van die groepen tussen twee festivalseizoenen in. Een alternatieve manier van overwinteren naast optredens in jeugdhuizen allerlande, zeg maar. Jari Demeulemeester, directeur van de Ancienne Belgique en jarenlang observator van het Vlaams rockmilieu ziet het zo: "De generatie van Johan Verminnen, Jan Dewilde en de Nieuwe Snaar — die jarenlang het mooie weer uitmaakte in de culturele centra — raakt langzamerhand opgedroogd en de CC’s zijn hun mosterd in het rockmilieu gaan zoeken. Ze zagen immers op de zomerfestivals hoe die groepen hun publiek hebben en ze beseffen dat de vernieuwing niet van die vorige generatie te verwachten valt."
"Het is geen toeval dat de eerste stap werd gezet door die Nederlandstalige rockgroepen. Die konden dat: iets akoestisch doen met een doek, wat presentatie en een pauze tussen de twee delen. Zij waren immers het meest toegankelijk, en dat is opgeschoven. Nu is het de beurt aan Hooverphonic, Arid en Ozark Henry.’"

Volgens Kris Eelen van boekingskantoor Garifuna speelt nog een ander element: "die groepen zijn gewoon op zoek naar nieuwe speelplekken. Het circuit van de jeugdhuizen en de parochiezalen draait minder en minder goed, want de organisatoren moeten aan erg veel reglementen voldoen: Sabam, belastingen, billijke vergoeding… en ze haken af. Die tijden zijn voorbij en zo komen de artiesten in die culturele centra terecht, want dat zijn goeie plaatsen. Komt daarbij dat Ozark Henry en anderen vroeger veel selectiever omgingen met concerten. Nu trekken ze dat om God weet welke reden open. Misschien willen ze gewoon breder gaan, misschien is het uit financiële overwegingen."

Gesubsidiëerd

"We wilden al lang zoiets doen", zegt Raymond Geerts van Hooverphonic. "Het ontbrak ons echter aan tijd, doordat we na de release van The Magnificent Tree twee jaar onafgebroken getourd hebben in het buitenland. Eigenlijk hebben we nooit deftig gespeeld in België, vanaf de release van A New Stereophonic Sound Spectacular zijn we internationaal gegaan. En dat willen we nu rechtzetten want een conceptplaat als Hooverphonic Presents Jackie Cane leent zich ook tot zo’n theaterbenadering."
"Hoe we tot het idee kwamen? Veel mensen vonden dat onze muziek zich tot een orkestrale aanpak leende: we gebruiken al van op onze eerste plaat strijkers, al was dat toen nog in samples. We kregen wel eens het aanbod om rond het jaareinde één of twee avonden iets met orkest te doen in Vorst Nationaal of het Sportpaleis. Dat leek ons maar niets: we toeren liever 35 theaters af met een strijkkwartet, met de songs tot hun naakte essentie uitgekleed."

En ook de Leuvense songsmid Anton Walgrave toerde afgelopen maanden langs de culturele centra. Die vindt de theatertournees alvast een goede zaak. "Het is goed dat rock de culturele centra bereikt", zegt hij. "Het is anders om in zo’n gesubsidieerd circuit te spelen, maar de omstandigheden zijn erg aangenaam: je hebt een luisterend publiek en de klank is er meestal erg goed. En dat is belangrijk. Mijn laatste plaat Before The Dawn is behoorlijk rustig en leent zich bijgevolg ook erg goed voor een semi-akoestische benadering. Al heb ik me ook niet ingehouden. De volgende plaat zal een stuk meer rocken, en daar speelde ik wel wat uit."
"Ik ben in de theaterzalen terechtgekomen toen ik in contact kwam met de mensen van Garifuna. Ik zocht een nieuw boekingskantoor en zij bleken erg actief in dat circuit. Het waren wel de iets kleinere CC’s — ik ben nu eenmaal geen Arid — maar met telkens 70 à 100 man zaten ze wel mooi vol. Kleinschalig maar erg plezant."

Overwinteren

"Er is natuurlijk een tweede aspect", zegt Demeulemeester. "Artiesten moeten de winter tussen twee festivalseizoenen kunnen overbruggen, en dan is dat circuit van tachtig à honderd culturele centra het enige bedrijfszekere circuit. Dat netwerk wordt vaak niet erg ernstig genomen omdat het zelf niet produceert en enkel reizende voorstellingen ontvangt, maar desondanks is het erg belangrijk."

"Of het langzamerhand geen overaanbod wordt? Tja, dat gaat nu eenmaal in vlagen. Enkele jaren geleden had je de boom van de nieuwe folkmuziek, nu zijn het theatertournees: plots staan ze er allemaal. Maar het publiek is niet dom: als die artiesten daar volgend jaar opnieuw staan zonder nieuwe cd, dan gaat er minder volk komen. De lakmoesproef ligt in de betaling: zolang die culturele centra dat kunnen blijven betalen, kan het blijven duren. Het is natuurlijk zo dat niet alle zalen geschikt zijn om dat te dragen. Het zijn geen goedkope producties."
"Natuurlijk dreigt er een overaanbod", zegt Eelen. "De theatertournees van die grote rockgroepen nemen een hele hap uit de budgetten van de culturele centra, zodat er geen ruimte meer is om voor beginnende groepen iets te doen. Zeker als je weet dat Clear Channel (dat o.a. Arid en Ozark Henry in zijn portefeuille heeft, mvs) de technieken gebruikt uit het festivalwereldje en culturele centra tegen elkaar laat opbieden. Dat wekt wrevel. Het is duidelijk dat ze ook hier — net als in Nederland — een stuk van de theatermarkt willen."

Rest nog een laatste vraag. Ozark Henry, Arid, Hooverphonic,… ooit waren ze Vlaanderen’s internationale hoop in bange dagen, de groepen die het begrip "Belgen in het buitenland" enige substantie zouden geven. Is dit het einde van de droom? Plooien ze zich terug op Vlaanderen, waar ze er dan maar proberen uit te halen wat erin zit? Bij Hooverphonic zien ze het alvast niet zo. "Sit Down And Listen To Hooverphonic komt voorlopig wel alleen uit in België", zegt Geerts, "maar het buitenland volgt waarschijnlijk later. In elk geval beschouwen we het als een volwaardige plaat en niet als een tussendoortje."

Het laatste van de rock-in-het-theater-hype hebben we volgens Eelen in elk geval nog niet gezien: "Als ik zie wie nog allemaal aan mijn deur staat met de vraag voor hem of haar een tournee te plannen, dan is het einde nog niet in zicht. De enige oplossing is dat er een tweede circuit komt in evenementenhallen, waar die artiesten voor 2000 man kunnen optreden."
Wanneer in juli het programma van de culturele centra voor volgend jaar bekend raakt, weten we ongetwijfeld meer.

E-mailadres Afdrukken
 
Weg met het jeugdhuis, leve de theatertournee

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST