Banner

22 Pistepirkko

De leegte in het midden

Matthieu Van Steenkiste - 12 mei 2003

Sporadisch slaagt een groep uit Finland er eens in om internationaal even de kop op te steken. We hadden in volle grungeperiode Waltari, die een vrij brute en vroege poging deed om techno met metal te verzoenen, en een aantal jaar terug was er de dramarock van HIM en de hitjes van de Bomfunk MC’s. En dan vergeten we nog het cabaret van de Leningrad Cowboys dat ooit de MTV-awards mocht opfleuren. In de schaduw van al dat one-hitgewonder doet het arctische trio 22 Pistepirkko al twintig jaar zijn eigenzinnige ding. Nu is er de verzamelaar The Nature of 22 Pistepirkko 1985-2002. Goddeau zorgt voor de bijhorende tekst en uitleg.

"Aanvankelijk hadden we geen zin in een compilatie", zegt Asko, "en eigenlijk is het nog een idee van onze vorige platenfirma. Toen we hen meedeelden dat we ze gingen verlaten, antwoordden zij: ’ok, dan brengen we wel een compilatie uit.’ Zo niet, dachten we. De mensen kennen onze groep nauwelijks in het buitenland, en dat is h&ugraven schuld. Waarom of voor wie zouden we dan een verzamelaar moeten uitbrengen? Tot we in onze eigen platencollectie keken: Hank Williams, Madonna….Allemaal compilatiealbums. Toen leek het plotseling niet zo’n slecht idee om daar een 22 Pistepirkko-verzameling naast te plaatsen."

22 Pistepirkko — spreek uit "kaksikummenta Pistepirkko" en lees "tweeëntwintig lieveheersbeestjes" — mag dan al slechts een cult-aanhang hebben, de groep is al twintig jaar lang uitermate boeiend bezig. In de late jaren zeventig begonnen broers Asko (bass, orgel) en P-K (gitaar en zang) Keränen en drummer Espe een garagerockgroepje, maar al snel merkten ze dat punk toch niets voor hen was. Voor hun Fins gezongen titelloze debuutplaat (1983) en opvolger Piano, Rumpu ja kukka (1985) gingen ze terug naar surfmuziek, country en blues.

Met Kings Of Hong-Kong (1987) grijpen ze naar het Engels, wat vreemd genoeg zorgt voor de landelijke doorbraak. Tekstueel is 22 Pistepirkko "an inspired assault on the English language", zoals een rockmagazine het ooit omschreef, maar de groep zelf vindt dat niet belangrijk. "Het klopt wel dat onze teksten niet in perfect Engels geschreven zijn", zegt P-K, "maar dat geeft niet. Songs zijn ook gevoel en ik denk dat ons Engels daar goed genoeg voor is. We proberen ook niet om iets correct uit te spreken: de schoonheid zit net in het feit dat het onvolkomen Engels is. Het gaat om de communicatie."

22 Pistepirkko’s naam is met het album gemaakt en met het erg bluesy Bare Bone Nest zet de groep de eerste pasjes buiten de grenzen. Het levert de groep krediet op bij de platenfirma, die de portefeuille stevig opentrekt voor het daaropvolgende Big Lupu (1992), dat in een grote studio wordt opgenomen. De grondvesten van 22 Pistepirkko’s muziek zijn gelegd, vanaf nu vertrekken de Finnen op een muzikale ontdekkingsreis.

Big Lupu is een stap weg van het traditionele beginstadium: drums maken plaats voor een veelheid aan percussie en er wordt geëxperimenteerd met tapes en synthesizers. Toch klinkt het resultaat nog vrij gitaargericht. Met titels als "Don’t Say I’m So Evil" en "Tired Of Being Drunk", is de humor nooit ver weg, maar het is single "Birdy" dat de show steelt met een break van een halve minuut waarin enkel vogelgeluiden te horen zijn.

Het gebeurt wel vaker dat 22 Pistepirkko in het midden van een song wat leegte laat. "Dat moet het noordelijke aspect van onze muziek zijn", denkt Asko: "waar wij vandaan komen zie je niets dan witte velden en meren als je de deur opendoet: stilte en vrije ruimte. Dat is in ons systeem gekropen."

Toch beschikt de groep over een goed gevoel voor melodieën, al kun je ze bezwaarlijk pop noemen: strofes kunnen alle kanten opgaan, maar éénmaal het refrein in de buurt komt, pakken de muzikanten steevast uit met een memorabele hook. "We zijn dan ook pop-fans", zegt P-K. "We horen veel verschillende dingen graag en putten daar dan uit." "Vroeger wilden we wel commercieel zijn", zegt Asko, "maar nu willen ons daar niet meer mee bezig houden. Het gaat beter als we ons bij onze muziek houden en ons niet om pop-appeal bekommeren."

Niettemin doet de groep met Rumble City La La Land (1994) een halfhartige poging om met een popaanpak iets te forceren. De groep heeft zich een beatbox aangeschaft en gaat daar mee aan de slag. In Finland bevestigen ze met "(Just a) Little Bit More" hun status, maar de grote doorbraak blijft uit. Het album is dan ook een caleidoscopische zaak: meezingers als "At The Everybody’s" staan er schouder aan schouder met traditioneler werk genre "Coffee Girl" of "Gimme Some Water" en het experimentele "Tokyo Tiger". De elektronica heeft echter zijn intrede gedaan in de groep en toont de weg voor de volgende stap.

Om het vijftienjarig bestaan van de groep te vieren, verschijnt in 1996 Zipcode, een dubbel remix-album waarop onbekenden (Larry & The Lefthanded, Aleksei Borisov & Tetris,…) maar ook bekende fans (Arno, Jimi Tenor — die al meewerkte aan Big Lupu, Martin Rev van Suicide,…) hun gang gaan met het materiaal van de groep. De band draagt met "Roundabout" en "Horror O’Horrible" zelf twee nieuwe nummers bij.

De remixen openen de ogen en de groep omarmt de elektronica nu volledig. Met de aanschaf van MIDI-apparatuur en goed opnamemateriaal beginnen ze hun eigen Bare Bone Studio, waar ze kunnen creëren als de inspiratie zich aandient. "Een hele verandering", zegt P-K: "we moesten al dat nieuw materiaal als samplers en sequencers eerst leren bedienen en dat vergde een lange studieronde. Het was niet eenvoudig, maar het was wel de juiste richting voor ons: we waren altijd al gewoon om lang in de studio te zitten. Als je dan je eigen studio bezit, heb je volledige vrijheid. Eenmaal je de aanschafkosten hebt afgetrokken, is het een stuk goedkoper dan naar een vreemde studio te trekken."

Het geklooi met de nieuwe apparatuur leidt tot het volgende album Eleven (1998), dat internationaal kritische erkenning krijgt. "Hoogst indrukwekkend", juichte Rolling Stone, "Smashing Pumkins-achtige bezetenheid", klonk het bij de Stuttgarter Zeitung. Een hit scoort 22 Pistepirkko niet, maar Eleven doet het niet slecht. Single "Onion Soup" wordt ook op Studio Brussel regelmatig gedraaid.

"Met Eleven wilden we een Art-Hiphop-Blues album maken", zegt P-K. "Geen idee of we dat bereikt hebben, maar het is ook niet zo belangrijk. Het is misschien een slechte gewoonte, maar wij vinden dat we alles mogen uitproberen. Van elke song hebben we bijvoorbeeld tien verschillende versies opgenomen. Dan is het zoeken om er de beste uit te halen. Soms is het ook frustrerend: dan zit je in de studio te sleutelen en te knoeien en het blijft maar duren. Je hoort in je hoofd perfect waar je naartoe wilt, maar je lijkt het zo niet op band te krijgen."

Met de soundtrack voor de Finse film Downhill City (1999) slaat de groep opnieuw een andere weg in. Ditmaal paren ze hun psychedelische geluid aan een meer atmosferische benadering. Naast bewerkingen van "Snowy Dave" en "Tokyo Tiger" van op Rumble City La La Land, waagt de groep er zich ook aan soundscapes. Dat komt ook terug op het volgende volwaardige album Rally Of Love (2001), waar de groep ook gaat experimenteren met triphopbeats ("Carwash", "D-Day").

Niettemin grijpt de groep ook terug naar haar vroegste dagen en zowel "Freeman" als "Mowing A Lawn" krijgen een opvallend ruig jasje aan, terwijl "This Time" met een refrein uitpakt dat recht uit Rumble City kon weggelopen zijn. "Metro Blues" gaat dan weer helemaal terug naar de roots.

"Eigenlijk zijn onze invloeden nog steeds het zelfde als vroeger", zegt P-K, "maar we houden onze ogen en oren open voor nieuwe dingen: hiphop of drum ’n bass en zo. Er zijn veel goeie dingen op het moment, je moet er alleen wat naar zoeken soms, zeker in Finland. Maar als je weet waar je het kunt vinden, dan gaat dat wel."

"Soms organiseren P-K, Espe en ik een speciale vergadering", vertelt Asko in de hoesnota’s van The Nature Of 22 Pistepirkko. "Meestal is dat na een vakantie, of als we net van een tour terugkomen of een plaat hebben afgewerkt. Bij een kop koffie nemen we dan heel wat zaken door en we vragen ons af: ’wordt het geen tijd om te splitten?’. Voorlopig eindigden onze vergadering steevast met dromen over nieuwe songs, plannen voor een volgend album, hoe we onze optredens beter kunnen maken…"

Het ziet er dus niet naar uit dat het verhaal van 22 Pistepirkko gedaan is. Meer nog, waarschijnlijk mogen we in de toekomst nog meer "lullabies from around the moon" verwachtten. Immers: "The mood is good, good is the mood".

The Nature Of 22 Pistepirkko is uit op Clearspot/EFA en wordt verdeeld door deKonkurrent. Op de officiële website vind je alle teksten en kun je je eigen remix maken van "Waiting For The Train". De groep hoort graag het resultaat. Op seeds.22-pistepirkko.net kun je enkele exclusieve downloads bemachtigen.

Bronnen voor dit artikel: www.popnews.com, www.clearspot.de, www.laut.de

E-mailadres Afdrukken