Banner

Can I get some beef? Rappersruzies als moderne marketingstunt

Mattias Baertsoen - 10 oktober 2007

"Hij is slechts een teddybeer, ik ben de gorilla. Als zijn nieuwe album beter verkoopt dan het mijne, dan trek ik me terug als artiest": gangsterrapper 50 Cent liet zich net voor de release van zijn nieuwste plaat Curtis opmerken door gewaagde uitspraken over zijn collega Kanye West? Zijn dit soort uitspraken louter een vorm van machtsvertoon of is er meer aan de hand?

De media springen meteen op de vete en bieden de heren een forum voor hun gepoch. Het grootste Amerikaanse muziekmagazine Rolling Stone neemt een dubbelinterview af en plaatst het tweetal recht tegenover elkaar op de cover. Ook de internationale pers zorgt voor een niet-aflatende stroom aan berichten, en vooral 50 Cent is plots weer hot. Platengigant Universal, de werkgever van beide artiesten, lacht intussen in zijn vuistje, want door de immense aandacht verkopen de platen beter dan verwacht. Fifty en Kanye zelf duiken erna samen de studio in en werken gezellig aan wat nieuwe nummers. De zoveelste beef — elkaar openlijk beledigen in hiphopland — heeft zijn effect niet gemist.

Notorious BIG vs. Tupac

Dit soort vetes ontstaat midden jaren negentig, als boezemvrienden Notorious BIG en Tupac Shakur buiten hun wil om het icoon worden van respectievelijk de Oost- en de Westkust van de Verenigde Staten. Die polarisatie leidt tot het onstaan van twee clans die elkaar steeds minder en minder kunnen luchten, wat de jaren erop escaleert tot een bijzonder intense tweestrijd waarin beide rappers uiteindelijk om het leven komen. Tupac en Biggie groeien uit tot iconen, bereid om te sterven voor hun eigenwaarde. Hiphop wordt een wezenlijk sociaal onderdeel van de jongerencultuur, de jeugd identificeert zich met de twee helden en koopt massaal hun platen.

Ook al komen Kanye West en 50 Cent evenzeer uit verschillende steden, hun gekrakeel zal wellicht geen bloederig einde kennen. Sinds het tragische verhaal van Tupac en Notorious BIG gebruiken immers verschillende rappers beef als middel om extra in de aandacht te komen. Vandaag ruziën rappers al lang niet meer over de macht over een wijk, of om de titel van meest getalenteerde woordengoochelaar.

Zo wilden Nas en Jay-Z, twee van de meest getalenteerde mainstreamrappers van het moment, hun carrière aan het begin van dit millennium nieuw leven inblazen. Hun verbale vechtpartij haalde wereldwijd het nieuws: "Switch up your flow, your shit is garbage, but you try and kick knowledge?" tegenover "This Gay-Z and Cockafella Records wanted beef". Resultaat: hun albums Stillmatic en The Blueprint gingen miljoenen keren over de toonbank en Nas tekende een monstercontract bij Def Jam, het label van... jawel, Jay-Z!

Ook 50 Cent leefde al vaak in onmin met zijn vakgenoten. Na het openlijk beledigen van onder meer Wu Tang Clans Ghostface Killah, Jadakiss, Ja Rule en Fat Joe, haalde hij enkele jaren geleden uit naar zijn poulain The Game. Die zette op zijn beurt de G-Unot-campagne op poten en het hek was van de dam. De verwijten slingerden als een boomerang heen en terug. Moet het nog gezegd worden dat beiden net op het punt stonden een nieuw album uit te brengen? En dat ook die platen tot de best verkochte van 2005 hoorden? "Da werkt wel, da werkt wel", zou Vlaamse hiphopheld Flip Kowlier terecht opmerken.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan Ook Eminem en Everlast hielden een tijdlang de schijn op elkaars bloed te kunnen drinken. Zelfs Benzino, mede-eigenaar van het Amerikaanse muziekblad The Source, probeerde via onenigheid een eigen rapcarrière op poten te zetten. De scheldtirades zelf hebben tegenwoordig hetzelfde doel als Freya en Guy op hun bankje in het Gentse: de aandacht trekken. De inhoud wordt gereduceerd tot een scheet in een fles, zou men in die stad zeggen, maar dan wel een scheet die enorm veel geld oplevert.

Toch hoort u ons niet zeggen dat we hiphop niet au sérieux nemen. Om het even stereotiep te houden: wij vinden sommige rockgroepen met opgedrongen poses vaak even belachelijk als rapsterren met kilo’s kettingen rond hun nek. Vergeet niet dat zelfs een gerenommeerde groep als The Clash met "Magnificent Seven" de mosterd ging halen bij het vaak verguisde genre.

In search of: credibility

Dat neemt niet weg dat zulke woordentwisten de geloofwaardigheid van de hiphop zwaar aantasten en de kwaliteit niet ten goede komen. Door al die komedie komen de artiesten vaak maar weinig betrouwbaar meer over. De oprechtheid, één van de fundamenten van het genre, verwatert. Door de toenemende belangstelling in het genre hebben de commerciële doeleinden steeds meer de bovenhand op de creatieve.

"Die pose is zo’n tijdsverlies. Iemand moet nu eindelijk eens groot genoeg zijn. Kids uit de hele wereld luisteren naar ons", liet leading lady van de hiphop Missy Elliott vijf jaar geleden al optekenen in De Standaard. "We zijn op het punt gekomen dat we een monsterhuis uit Lego hebben gebouwd en dat we het weer gaan afbreken", voegde ze er nog aan toe. Sindsdien ging het inderdaad bergaf met de hiphop. Net als met Missy’s mentor Timbaland, die vandaag niet meer is dan een schim van het genie dat hij ooit was, zo valt te horen op het belabberde "Ayo Technology", de eerste single van 50 Cents nieuwste plaat Curtis.

Het is zelfs zo ver gekomen dat het Amerikaanse parlement zich tegenwoordig moet buigen over het imago van hiphop: de agressie, de vrouwonvriendelijke teksten, ... Bobby Rush, voorzitter van de parlementaire deelcommissie voor handel en consumentenbelangen, trekt aan de alarmbel: "It’s time for responsible people to stand up and accept responsibility."

De tijd dat hiphop de punk van de funk was, ligt inderdaad achter ons: de maatschappijkritische, politiek getinte teksten van Public Enemy, het rebelse geluid van Boogie Down Productions, ... Als rappers vandaag eenmaal de aandacht vast hebben, vallen er velen door de mand met vrij inhoudsloos gepalaver dat ver weg blijft van de echte gevaren en het sociale bewustzijn. "Rebellen op kindermaat", werden de G-Unit-leden onlangs treffend getypeerd.

Het zijn dan ook vooral de kleine, onafhankelijke labels als Definitive Jux en Stones Throw die de stroming vandaag levend houden. Creatieve zielen als El-P, Madlib, de heren van cLOUDDEAD en MF Doom vormen de hoop in bange dagen en durven nog het achterste van hun tong te laten zien. Jammer genoeg staan er voor elk van hen honderden anderen klaar die het genre oneer aandoen.

De vraag is hoe lang de jeugd die geveinsde grootspraak om een gebrek aan kwaliteit te verbloemen, nog blijft pikken. En wie uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid zal opnemen. Get up, stand up!

E-mailadres Afdrukken
 
Can I get some beef? Rappersruzies als moderne marketingstunt

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST