Banner

In Memoriam Grant Hart (1961 - 2017)

Bjorn Weynants - 15 september 2017

“We vochten over de details, maar dat is omdat het ons beide wat kon schelen” schreef Bob Mould in een bericht op Facebook nadat het overlijden van Grant Hart bekend was geraakt. Samen zorgden ze met Hüsker Dü voor een essentieel hoofdstuk in de rockgeschiedenis. Grant Hart werd 56 en bezweek aan kanker.

Grantzberg Vernon Hart -- zo heette hij voluit -- werd geboren op 18 maart 1961 in Saint Paul, Minnesota. Grant maakte op tienjarige leeftijd kennis met muziek toen zijn oudere broer omkwam in een verkeersongeluk en hij diens drumstel en platencollectie erfde. In de herfst van 1978 werkte hij in de platenwinkel Cheapo Records toen Bob Mould, een eerstejaarsstudent aan het nabijgelegen Macalester College, binnen kwam gewandeld. Ze geraakten aan de praat over muziek en wiet en spoedig trokken ze regelmatig met elkaar op en begonnen ze samen met Harts vriend Greg Norton een band, Hüsker Dü.

Geïnspireerd door bands als Ramones en Black Flag maakte Hüsker Dü deel uit van de generatie hardcore punkbands die na de korte punkperiode op het einde van de jaren ‘70 met een DIY-ethiek een alternatief circuit uitbouwden op de Amerikaanse campussen. Hun eerste releases -- het toepasselijk getitelde Land Speed Record en Everything Falls Apart -- waren furieze brokken withete punkrock, gespeeld tegen een duizelingwekkend tempo. Grant Hart gaf later toe dat ze wel verplicht waren zo snel te spelen omdat ze hun instrumenten nog niet goed genoeg konden bespelen.

Maar Hüsker Dü was altijd een van de meest ambitieuze bands uit de hele hardcore scene. De grote ommekeer kwam er met de EP Metal Circus, hun eerste release op het legendarische SST platenlabel. De muziek werd langzaamaan melodieuzer, de onderwerpen diverser. Het is op die EP dat misschien wel Grant Harts bekendste -- met dank aan Therapy? -- nummer staat. “Diane” handelt over de moord op Diane Edwards, serveerster en kennis van Hart, die een paar jaar voordien vermoord werd. Door het nummer te brengen vanuit het standpunt van de moordenaar krijgt het een extra macabere dimensie mee.

De periode van juli 1984 tot september 1985 was er een van ongeëvenaarde creativiteit. In amper 14 maanden tijd bracht Hüsker Dü drie albums uit die tot het allerbeste behoren wat de rockmuziek in de jaren ‘80 -- of nee: ooit -- voortgebracht heeft. Conceptalbum Zen Arcade, New Day Rising en Flip Your Wig zijn albums waarop de melodieën steeds beter werden, terwijl de passie en woede onaangetast bleef. Waren de nummers van Mould vooral furieuze lappen die nauwelijks ademruimte lieten, dan zorgde vooral Hart voor de meer melodieuze toets die de albums maakten tot de meesterwerken die het zijn. Nummers van Hart als “Pink Turns To Blue”, “Never Talking To You Again” of “The Girl Who Lives On Heaven Hill” tonen wat voor een meesterlijk songschrijver Hart ondertussen geworden was. Overigens was hij ook verantwoordelijk voor de cover art van de Hüsker Dü releases.

Maar net in die periode lag de kiem voor de ondergang van de band. De rivaliteit begon spoedig een wig te drijven tussen beide songschrijvers. Hart beschuldige Mould ervan dat de beste plaatsen op de albums voor zijn songs te houden, en ervoor te zorgen dat er steeds meer Mould songs op de albums stonden dan nummers van Hart. De band tekende -- als eerste van de underground bands wat hen op het verwijt van verraad kwam te staan -- nog wel bij een groot label. Daar brachten ze nog twee albums uit -- waarvan vooral Candy Apple Grey onderschat is -- maar de spanning tussen Hart en Mould werd te groot. Zeker toen Hart in die periode verslaafd werd aan heroïne was het hek van de dam. In 1988 werd Hüsker Dü voorgoed ontbonden.

In de periode na Hüsker Dü kende Grant Hart nooit meer hetzelfde succes. Nochtans bracht hij, weliswaar met mondjesmaat, nog materiaal uit dat best de moeite was. Eerst richtte hij Nova Mob op, een trio waarvoor hij de gitaar ter hand nam en de enige songschrijver was, om daarna nog een handvol solo-platen uit te brengen. Vooral het conceptalbum The Last Days Of Pompeii (1991) en Good News For Modern Man (1999) zijn albums die, hoewel ze nergens het niveau van zijn allerbeste werk halen, tonen dat Hart altijd een meesterlijk songschrijver gebleven is. Veel albums volgden er de laatste twee decennia niet meer en het in 2013 verschenen en op John Miltons Paradise Lost gebaseerde conceptalbum -- alweer -- The Argument werd zijn laatste studiorelease.

Hoewel er steeds geruchten waren over een reünie van Hüsker Dü circuleerden, maakten zowel Grant Hart als -- vooral -- Bob Mould duidelijk dat er meer dan een mirakel zou moeten gebeuren vooraleer dat daadwerkelijk mogelijk was. Nooit kwamen ze er dichter bij dan in 2005 toen ze beiden apart optraden op een benefiet voor de aan kanker lijdende Karl Mueller, bassist bij de stadsgenoten van Soul Asylum. Enigszins verrassend besloten ze op het laatste moment om samen twee nummers te brengen. Volgens aanwezigen was het echter een situatie die aan het woord ‘ongemakkelijk’ een nieuwe betekenis gaf.

Eerder deze maand werd er door het reissue label Numero Group na jarenlange rechtszaken en onderhandelingen de release van een 4LP/3CD-box Savage Young Dü met tal van nooit eerder uitgebrachte nummers uit de beginjaren van de band aangekondigd. Een release waar Grant Hart de voorbije jaren actief aan meegewerkt had.

Pixies-frontman Black Francis stelde ooit een advertentie op om een bassist te vinden die “zowel van Peter, Paul & Mary als van Hüsker Dü houdt”. Om maar te zeggen dat er met Grant Hart een groot en invloedrijk muzikant heengegaan is.

E-mailadres Afdrukken