Banner

DOSSIER MADCHESTER: Het beste van de rest

Marc Goossens en Matthieu Van Steenkiste - 01 december 2015

Wie Madchester denkt, denkt in de eerste plaats aan The Stone Roses en Happy Mondays. Meer nog dan bij Britpop en grunge -- die andere grote stromingen uit de jaren negentig -- werd de aandacht grotendeels opgeslorpt door de Grote Twee. In hun schaduw zochten en vonden nog heel wat andere bands aansluiting. En ook al begon het allemaal in Manchester, de scene verspreidde zich al gauw als een olievlek over het hele eiland; tegen het eind van de jaren tachtig was dear old Blighty helemaal in de ban van baggy. Een kort, maar zéker niet volledig overzicht van het beste van de rest, in een handig, tot feesten nopend playlistje.

1. Primal Scream :: Loaded (1990)

Primal Scream, uit Glasgow, rolde eerder toevallig de Madchesterscene in. Hun eerste grote hit, "Loaded", kwam er nadat house-dj Andrew Weatherall een van hun oudere nummers ("I'm Losing More Than I'll Ever Have") helemaal herwerkte. Van het origineel bleef niet veel meer over dan het lome tempo, wat erbij kwam is een schitterende collage met een aantal goedgekozen samples: de blazers komen uit "Free Style" van John Hawkins, de vrouwenstemmen uit "I Don't Want To Lose Your Love" van The Emotions en de beat uit een remix van "What I Am" van Edie Brickell & New Bohemians. In de intro horen we ook nog Peter Fonda in de film The Wild Angels.
Hoogtepunt: 0'00". De Fonda-sample vat het credo van de ravegeneratie perfect samen: "We wanna be free / We wanna be free to do what we wanna do /And we wanna get loaded / And we wanna have a good time / That's what we're gonna do".

2. The Charlatans :: The Only One I Know (1990)

Tweede single voor The Charlatans en meteen bull's eye. Ook moederalbum Some Friendly zou het goed doen en als enige Madchesterplaat de top van de hitparade halen (het bleef steken op nummer twee). Begrijpelijk: die pompende bas, dat bijna fluitende orgeltje en die dromerige zang van "The Only One I Know" zijn onweerstaanbaar. Daarvoor was de groep dan ook vrolijk leentjebuur gaan spelen bij Deep Purple (dat orgel!) en The Byrds (heelder lappen tekst), maar het maakt niet uit. Meesleurendste stukje muziek uit de hele Madchesterperiode.
Hoogtepunt: 0'13''. De bas/orgel-combinatie is na een korte aanloop in full force gekomen; niets kan nog fout gaan.

3. New Fast Automatic Daffodils :: Stockholm (1992)

Madchester lag al goed en wel op zijn gat vooraleer New Fast Automatic Daffodils -- authentic Mancunians -- eindelijk op topsnelheid kwam. Hell, Blur had met "Popscene" al lang de laatste nagel in de kist geklopt, maar dat maakte niet eens uit. "Stockholm" is het soort track dat zijn genre niet nodig heeft om relevant te zijn; de lijzige cadans, de stoïcijnse zang van Andy Spearpoint en die rondcirkelende melodie waren meer dan genoeg.
Hoogtepunt: 0'00''. Dat gitaartje. DAT GITAARTJE!

4. Inspiral Carpets :: This Is How It Feels (1990)

Inspiral Carpets was -- zeker in eigen land -- de onbetwiste nummer drie van Madchester. De groep werd al in 1983 opgericht, maar het zou zeven jaar duren voor de vijf uit Oldham doorbraken met "This Is How It Feels". Hoewel de band -- net als The Stone Roses -- muzikaal sterk beïnvloed was door de jaren '60, herkenden heel wat jongeren die opgroeiden in een van de mistroostige buitenwijken van Manchester zich meteen in de tekst van het refrein: "This is how it feels to be lonely / This is how it feels to be small / This is how it feels when your world means nothing at all".
Hoogtepunt: 0'32". In de intro maken we meteen kennis met het Farfisa-orgel van Clint Boon, samen met de sonore stem van Tom Hingley zowat hét handelsmerk van Inspiral Carpets. Eén luttele strofe later barst het uiterst meezingbare refrein uit.

5. James :: Sit Down (1991)

Nog zo'n band die in Manchester al eeuwen meeging. Hell, ze hadden zelfs het prille ontstaan van The Smiths nog van op de eerste rij meegemaakt, toerden in hun voorprogramma, maar toen Morrissey en Marr de strijdbijl in elkaars kruin plantten stonden zij nog altijd recht, al was dat in de jaren nadien voornamelijk door de verkoop van hun hondspopulaire t-shirts-met-bloemenprint. Pas toen de groep in 1991 single "Sit Down" opnieuw uitbracht -- deze keer in een iets meer dansend "baggy" arrangement -- was het echt raak en brak het septet rond gekke danser Tim Booth definitief door. Mayhem, drugs en veganisme zouden volgen, maar de band overleefde alles: komende lente brengt James zijn veertiende album uit.
Hoogtepunt: 1'53''. "If I hadn't seen such richess, I could live with being poor". Schoon zinnetje, waar sentiment voor een nummer dat van troosten zijn core business maakt.

6. Northside :: Take Five (1991)

Je kan Northside makkelijk afschilderen als meelopers; jonge snuiters die in navolging van The Stone Roses en Happy Mondays op de kar sprongen en ook een graantje wilden meepikken. Hun geluid ligt dan ook ergens tussen dat van de Grote Twee in: de gitaren en de melodieën lonken duidelijk naar de Roses, de ritmes en de grooves zijn schatplichtig aan de Mondays. Op hun eerste en enige langspeelplaat stonden wél een pak aanstekelijke popsongs, die volgens ons ook in de Britpopperiode overeind waren gebleven. Jammer genoeg konden ze niet het geduld opbrengen om daar nog op te wachten: in 1992 al hielden de heren het voor bekeken.
Hoogtepunt: 1'00". De song begint met een mooi opgebouwde intro, waarin laagjes speelse, sprankelende gitaarlijntjes worden opgestapeld. Rond minuut één volgt het laatste opstapje richting eerste strofe en begint het nummer pas écht.

7. The Mock Turtles :: Can You Dig It? (1991)

Ook al bestonden ze al van in 1985, voor The Mock Turtles geldt hetzelfde als voor Northside: met een beetje meer geduld had hun melodieuze pop ook tijdens de Britpopperiode gerust enkele hits kunnen opleveren. Leuk detail: zanger Martin Coogan is de broer van komiek en acteur Steve Coogan, die in de film 24 Hour Party People op uitmuntende wijze Factory-baas Tony Wilson vertolkt.
Hoogtepunt: 1'03". Het refrein is zo geniaal in zijn eenvoud dat je het zelfs na één beluistering jaren later nog moeiteloos kan nazingen.

8. The Farm :: Groovy Train (1990)

Madchester uit Liverfool! Nog voor Happy Mondays bij ons was doorgebroken, hadden de scousers van The Farm hier al enkele hits gescoord met "Groovy Train" en "All Together Now". In tegenstelling tot de andere baggy bands mikte The Farm niet zozeer op het clubpubliek, als wel op de voetballiefhebbers (en dan vooral de fans van Liverpool). Logisch: Liverpool was met zes titels dé voetbalhoofdstad van de jaren tachtig, terwijl Manchester United en Manchester City op dat moment nog niet zoveel voorstelden als nu.
Hoogtepunt: 0'00". Het rinkelende, krinkelende gitaarmotiefje van Keith Mullin dat als een rode draad doorheen de song wordt geregen.

9. New Order :: Fine Time (1989)

Zonder New Order geen Madchester? Het is misschien een straffe uitspraak, maar Bernard Sumner en co waren er natuurlijk wel erg snel bij om alternatief te koppelen aan elektronische dansmuziek. Bovendien waren ze ook mede-eigenaar van The Haçienda, de club waar het allemaal gebeurde aan het eind van de jaren tachtig. Hun vijfde album -- Technique -- werd opgenomen op Ibiza. Niet alle tracks zijn dansnummers, maar "Fine Time" -- de eerste song op de plaat -- was wel een knaller van formaat.

Hoogtepunt: 0'45". Ironie: "You're much too young / To be a part of me", croont Bernard Sumner. Hij is op dat moment nog niet zo lang gescheiden van zijn eerste vrouw en heeft net een jonge vriendin.

10. EMF :: Unbelievable (1990)

Rock botst frontaal met hiphop, krabbelt recht en pakt hem mee voor een danske. "Unbelievable", hun debuutsingle, no less, maakte van EMF het soort one-hit-wonder dat voor eeuwig zou kreunen onder het gewicht van dat succes. Jammer, want deze opwindende gitaar-cum-rap-cum-dansbeatsjam blijft the life of the party.
Hoogtepunt: 1'18''. "Owwwww". Het beste stuk uit dat al geweldige refrein. Dat "You're unbelievable" mag even bezinken met een loeiende gitaarsolo vooraleer frontman James Atkins een rap in de volgende strofe laat overgaan. En dan weer (meer!) van hetzelfde.

11. 808 State :: Pacific State (1989)

"En op de zesde dag schiep God Manchester", las een populaire t-shirt, maar het was 808 State dat met "Pacific State" ergens in 1989 Madchester creëerde. "Er bestaan ongeveer 42 verschillende versies van, maar het is de "[Pacific 707]"-versie die zes maanden voor de release telkens ¬net voor sluitingstijd door The Haçiende weerklonk en het eerste zaadje voor de Britse acid houseboom plantte.
Hoogtepunt: Een trip kent geen hoogtepunt. De trip is het hoogtepunt.

12. Sub Sub :: Ain't No Love (Ain't No Use) (1993)

Sub Sub werd opgericht na een nachtje stappen in The Haçienda door de tweeling Andy en Jez Williams en hun buurjongen Jimmy Goodwin. Nadat debuutsingle "Space Face" een clubhit werd, liet New Order-manager Rob Gretton hen een tweede single opnemen voor zijn eigen dancelabel Rob's Records. "Ain't No Love (Ain't No Use)" schoot meteen naar de top van de officiële charts, maar zot van glorie verbrasten de drie al snel alle opbrengsten van de single. Wanneer het album Full Fathom Five eindelijk klaar was, was het momentum van Madchester alweer voorbij. Vier jaar, één brand in de studio en twee koerswijzingen later kwam het trio weer aan de oppervlakte als Doves, dat begin jaren tweeduizend eindelijk wat van het succes mocht proeven.
Hoogtepunt: 1'41". Zangeres Melanie Williams houdt even haar mond zodat de funky baslijn, dé ruggengraat van de song, een paar maten vrij spel krijgt.

13. A Guy Called Gerald :: Voodoo Ray (1988)

De eerste Madchester-artiest in Top Of The Pops was Gerald Simpson, aka A Guy Called Gerald. Achter de rug van de andere leden van 808 State knutselde hij in '88 met een Roland TB-303 bassynthesizer en een TR-808 drummachine op twee dagen tijd de acid house track "Voodoo Ray" in elkaar. Die werd meteen veel gedraaid in The Haçienda en in andere houseclubs, maar bezorgde hem in de zomer van '89 een eerste top twintig plaats en dus ook een uitnodiging voor TOTP. Tussen hem en 808 State kwam het overigens nooit meer goed; Simpson schreef mee aan "Pacific State", maar werd achteraf zelfs geweerd uit de credits.
Hoogtepunt: 3'58". Omdat het nummer eindigt zoals het was begonnen en onderweg geen grondige koerswijzigingen ondergaat, gaan we voor het lachje helemaal aan het slot. Was het gewoon maar om te lachen of was het echt zo plezant?

14. 808 State ft. MC Tunes :: The Only Rhyme That Bites(1990)

Voor tweede lanspeler The North At It's Heights ging 808 State in zee met de beloftevolle rapper MC Tunes en dat leverde het voorspelde vuurwerk op. "The Only Rhyme That Bites" doet exact dat: voor één keer is een Madchestertrack niet laidback en easy, maar gaat het vooruit. Motormouth MC Tunes raast voort zonder één keer naar adem te happen; de knoppendraaiers achter hem zorgen voor een poppende beat die hem in de maat houdt.
Hoogtepunt: 0'46''. Die halve fanfare die 808 State even uit zijn toetsen laat ontsnappen om een soort van refrein te creëren; feest!

15. Flowered Up :: Weekender (1992)

Een prettig gestoord vijftal en een kierewiete danser die elk weekend de clubs van het land onveilig maakten? Het zou over Happy Mondays kunnen gaan, maar we hebben het voor één keer over hun Londense evenknie Flowered Up. Net als de Mondays leefde de groep aan 200 km/u, maar in tegenstelling tot bij hun grote voorbeeld uit Manchester eiste deze hedonistische levensstijl bij de Londenaars wél slachtoffers: zowel zanger Liam Maher als zijn jongere broer Joe ruilden intussen het tijdelijke voor het eeuwige. Toch waren ze meer dan zomaar copycats; hun laatste single, het dertien minuten durende "Weekender", is -- mede dankzij de clip -- een onmiskenbaar hoogtepunt.
Hoogtepunt: 5'29". Blazers kondigen het keerpunt aan: vanaf hier wordt "Weekender" meer uitgesponnen groove dan song.

Volgende songs stonden ook op onze longlist, maar haalden het uiteindelijk niet wegens ‘te veel van hetzelfde' of gewoon 'net niet goed genoeg': Paris Angels ("Perfume (All On You)"), World Of Twist ("She's A Rainbow"), The High ("Box Set Go"), Intastella ("Dream Some Paradise"), Soup Dragons ("I'm Free"), Blur ("There's No Other Way") en Candy Flip ("Strawberry Fields Forever").

Je kunt de hele playlist ook afspelen op Spotify. Probeer niets te breken terwijl u danst.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Madchester