Banner

Hedendaagse muziekjournalistiek in Vlaanderen

het spoor bijster?

Bram Missault - 27 mei 2010




Het voorbije decennium is muziek een vrij goed geworden. De explosie van de massa muziek die op luisteraar af komt heeft voor grote veranderingen gezorgd in het luistergedrag van muziekliefhebbers. Grotendeels veroorzaakt door de digitale uitwisseling van mp3's kan zo goed als iedereen met een paar klikken van de muis een volledig album, zelfs de volledige discografie van een artiest (al dan niet legaal) in huis halen. Hoe je het ook draait of keert, het muzieklandschap heeft hierdoor een grondige verandering doorgemaakt op verschillende niveaus. Zowel op het niveau van de artiest, als dat van de platenfirma's en de distributie, als op het niveau van de muziekjournalistiek, als op het niveau van de consument zijn de kaarten stevig door elkaar geschud.

Platenfirma's weigeren koppig hun zakenmodel aan te passen en verkopen minder platen, terwijl ze met het mes tussen de tanden van leer trekken tegen het illegaal downloaden. Muziekwinkels waar het aanbod groot en verscheiden was, zoals Bilbo, sluiten de deuren, zelfs na een hervorming (Gent) om beter aan te leunen bij de grootste gemene deler. Grote retailers genre Mediemarkt of Saturn verkopen cd's aan dumpingprijzen als lokmiddel.

Maar ook de geschreven muziekpers past zich aan, terwijl online muziekmagazines (zoals deze) en blogs die denken beter te kunnen, als paddenstoelen uit de grond rijzen. De democratisering van de muzikale wereld heeft ervoor gezorgd dat iedereen muzikaal talent kan ontdekken, dat iedereen een verdeler is, en dat iedereen een muziekcriticus geworden is. Er komt steeds meer muziek op ons af, en al die muziek moet besproken worden. Vakbladen en online webzines moeten er een mening over hebben, anders lopen ze het gevaar niet mee te zijn. En er is natuurlijk niets erger dan niet mee te zijn, niet?

De dominantie van Humo en Stubru

Vorige jaar hadden we in de recensie over de plaat van Jasper Erkens al even aangehaald dat het alternatief muzikaal landschap in Vlaanderen voornamelijk gedomineerd wordt door twee belangrijke spelers: Humo en Studio Brussel. Aan de ene kant is dat best wel logisch, beiden hebben in de muziekjournalistiek reeds hun strepen verdiend. Zowel bij het ontdekken, lanceren, als bespreken van bands en albums. En dus is het ook logisch dat zij op krediet kunnen rekenen bij het grote publiek. "Met een goedkeuringsstempel van de twee bovenvermeldde mediabronnen ben je in Vlaanderen dus meteen gelanceerd: andere radiostations volgen, de clips komen op tv, de sofa van de talkshows lonken en in de zomer wacht een overvolle festivalkalender. Dat wordt allemaal haast kritiekloos aanvaard. Het lijkt bijna alsof niemand echt luistert naar de muziek en ze durft te bekritiseren, ze durft naar waarde te schatten, of toch minstens kan kaderen."

Is die kritiekloze houding echter wel zo normaal? En leveren Humo en Studio Brussel wel nog kwalitatief sterke journalistiek? Beiden lijken zich ten nadele van de kwaliteit aangepast te hebben aan het nieuwe muzikale landschap, aan het groeiende consumentisme in de muziek, aan de steeds groter wordende massa nieuwe jonge bands, en aan de steeds sneller voorbijtrekkende hypes. Bij beide grote spelers lijkt de vervlakking steeds verder toe te nemen. Bij Studio Brussel is er een opvallend terugkerend patroon waarbij men enkele bands tot uitverkorenen aanduidt en deze dan tot de nieuwe rockgoden uitroept (zie recent Kings of Leon, Jasper Erkens, Milow,...). Vaak leidt dat tot een lawine van lof vanwege de 'fans', programmatie op allerhande festivals en optredens in allerhande tv-shows. Zodoende wordt Stubru's status als grote invloed binnen de business staande gehouden. Ook bij Humo heeft men bij de review-sectie kwaliteit ingeruild voor kwantiteit. In de loop der jaren zijn de reviews steeds groter geworden in getale, maar ook steeds korter qua inhoud en zwakker qua kwaliteit. Humo is vast en zeker geen alleenstaand geval; zowel in de geschreven pers (zoals vb. ook de Morgen, toch dé cultuurkrant bij uitstek) als bij de webzines zijn er voorbeelden genoeg te vinden.

De recensie vandaag

Het muzieklandschap is onmiskenbaar veranderd door de explosie van de hoeveelheid muziek die tegenwoordig de wereld ingestuurd wordt. En logischerwijs heeft dat ook zijn invloed op de manier waarop muziek benaderd en besproken wordt. Er lijken de dag van vandaag twee belangrijke valkuilen te bestaan wanneer het gaat om muziekrecensies. Ten eerste lijkt de consument niet langer op zoek te gaan naar grondige, diepgravende recensies. Maar de belangrijkste is misschien wel dat de functie van de recensie niet meer dezelfde is als tien à vijftien jaar geleden.

Een vriend zei me onlangs: "Eigenlijk zijn er veel te veel reviews, en heel veel van die reviews zijn simpelweg veel te lang. Ruim drie kwart ervan zou men gewoon moeten inkorten tot een aanbeveling: Welk soort muziek is het, welke invloeden kan je erin herkennen, en is het uiteindelijk een goeie plaat geworden, te schrijven in telegramstijl met kernwoorden, en uit te drukken in een score. En als dat alles me aanspreekt, dan download ik die wel en luister er ik er eens naar om te zien wat ik er van vind."

Er van uit gaande dat je die uitspraak kan extrapoleren tot een groot deel van de bevolking (wat niet bij het haar getrokken zou zijn) lijkt het erop dat die bevolking nu iets totaal verschillends vraagt vergelijken met pakweg tien jaar geleden. Ook de grootste speler in de klassieke geschreven muziekpers, Humo, lijkt me gelijk te geven met de hervorming van hun recensies: steeds korter, steeds meer vervlakkend, en steeds makkelijker te reduceren tot het gewoon bekijken van de gegeven score. Mensen hebben vaak niet meer de tijd om uit een onbegrensd aantal nieuwe bands of albums zelf een schifting te maken. En dus bestaat de taak van muziekjournalistiek er vooral in die schifting voor te schotelen. Er moet voorgekauwd worden. De consument doet de rest. En waarom zou de muziekjournalist hier niet aan tegemoetkomen? Aan de lezer geven wat die wil zorgt voor meer exposure en voor makkelijk verteerbare artikels. Bovendien is het makkelijker om mee te zijn. Het betekent nogal wat om als muziekblad geen belangrijke release over het hoofd te zien. Dit betekent echter dat publicaties van besprekingen van albums en masse moeten gepubliceerd worden, wat ongetwijfeld ten koste gaat van de kwaliteit en de inhoud van die besprekingen.

De achterhaalde recensie

Dit is natuurlijk wanneer men ervan uitgaat dat de consument het album tegen de tijd dat de recensie gepubliceerd wordt zelf nog niet gehoord heeft. Meteen ook het tweede grote probleem waar de hedendaagse muziekjournalistiek mee geconfronteerd wordt. Het is namelijk duidelijk dat recensenten het klassieke proces van yesteryear doorbroken zien: promo toegestuurd krijgen, tijd om een review te schrijven voor de release, publicatie op (of rond) de dag van de release, waarna de consument vaak op basis daarvan besliste de plaat te kopen of niet. Dat proces bestaat gewoon niet meer. Er worden nog altijd promo's verstuurd, maar die vervullen niet meer zo'n belangrijke rol als vroeger. Leaks hebben die belangrijke rol van de promo's doorbroken maar zorgen er ook voor dat de recensent niet meer de eerste of enige is die een album in pre-release te horen krijgt. Leaks zorgen er ook voor dat tegen het moment dat een recensent zijn review ziet verschijnen de algemene consensus rond een plaat vaak reeds bereikt is, en dat de recensie dus heel vaak zijn doel voorbij schiet. De consument heeft de plaat namelijk al lang zelf gehoord en heeft al lang zelf beslist of hij de plaat al dan niet aankoopt, of de digitale versie gewoon de prullenbak in gooit. De review dient in vele gevallen enkel nog om een reeds gevormde mening te verifiëren of toch nog te veranderen indien de populaire media fan blijken (het gekende Pitchfork-effect).

Het beeld en de functie van de klassieke review staat in het huidige muzieklandschap dus heel erg onder druk. De romanticus (diep) in mij zegt dat de taak van de recensent erin bestaat om op een intelligente manier, in pseudo-objectieve termen, uit te leggen waarom hij of zij een album al dan niet goed vindt. Maar aan de andere kant wil ik ook voelen dat de recensent een band heeft opgebouwd met het album. De recensent moet het album absorberen, misschien er zelfs een vriendschap mee sluiten, in plaats van het in te slikken en uit te spuwen. Het is voor een recensent mijns inziens niet genoeg om een album enkele keren op te leggen, net genoeg om het belang van de release in te schatten, om invloeden vast te stellen en om vergelijkingen te maken, om te stellen of het al dan niet catchy is, en om er dan een snelle bespreking over te schrijven zodat de oppervlakkige observaties aan de massa kunnen meegedeeld worden. Albums worden al te vaak beloond met een goeie review en een goeie score, om dan in een hoek gedumpt te worden en nooit meer opgevist te worden, wat er op zich voor zorgt dat de ganse review schijnbaar tot een leugen herleid wordt.

Het consumentisme van de muziekjournalistiek

Maar is de functie van de klassieke review in deze tijd wel nog haalbaar of wenselijk? Tien jaar geleden kochten mensen bij wijze van spreken één maal per week een album op basis van reviews die ze lazen in de toonaangevende muziekbladen. Er moesten keuzes gemaakt worden want het budget was niet onbeperkt. En om die keuzes te maken, deed men vaak beroep op mensen van wie men aanvaardde dat ze een autoriteit waren op vlak van muziek: de recensenten. De taak van die recensent was dus een kwalitatief sterke, diepgravende review afleveren waarbij het uiteindelijke effect was dat hij de lezer zo ver kreeg dat die op basis van zijn argumentatie een album aanschaftte. Nu het verkrijgen van muziek erg laagdrempelig is geworden, downloaden mensen vaak 5 à 10 albums per dag, luisteren er enkele keren naar en vormen ze een snelle mening, terwijl al overschakelend naar een volgende prooi. De klassieke recensent zag hierdoor zijn belang fel afgezwakt worden.

Men kan ook vaststellen dat muziek in vele gevallen een product en een statussymbool geworden is. Het is een consumptiegoed geworden. Enfin, who are we kidding, dat was het misschien altijd al een beetje. Tegenwoordig lijkt het echter even belangrijk naar iets geluisterd en er een mening over gevormd te hebben, dan de effectieve activiteit om naar muziek te luisteren. De vraag die gesteld wordt is dus niet langer welke albums het waard zijn om te beluisteren, te ontdekken, te koesteren. Het lijkt belangrijker aan muziek men op de harde schijf of op de iPod heeft staan dan dat men die muziek ook beluistert. Het is het soort oppervlakkigheid waar ook de muziekjournalistiek hinder van ondervindt. Want die verandering in mentaliteit is ook merkbaar wanneer men er de albumrecensies op na slaat. Kortzichtigheid en gemakzucht zijn schering en inslag. De geloofwaardigheid en muzikale bagage zijn bijzaak geworden voor een recensent. Ik citeer uit een recensie van Humo over de The Finally LP van Mark Kozelek: 'Mark Kozelek, die kenden we nérgens van', daarbij neusoptrekkend voorbijgaand aan een lange en succesvolle carrière als frontman van de Red House Painters of onder het pseudoniem Sun Kil Moon. Dat niet iedereen alles kan kennen, tot daaraan toe, maar in een review zou toch een minimum aan research mogen kruipen. Plagiaat en letterlijk vertalen uit anderstalige albumrecensies zijn absoluut geen uitzondering meer (vooral op internetblogs). Enkel en alleen om zoveel mogelijk te kunnen bespreken, om overal een mening over hebben, om mee te zijn. Het is het soort consumentisme waar muziekjournalistiek geen deel van zou mogen uitmaken.

Terug naar de essentie

Als de muziekjournalistiek aan zijn vroegere rol als gatekeeper wil blijven vasthouden, is ze op de lange termijn ten dode opgeschreven. Door de intrede van de leaks krijgen de recensenten niet meer de kans om rustig een plaat te leren kennen, een review voor te bereiden, te schrijven en te herschrijven, en er een waardeoordeel over te vellen. Daar krijgen ze de tijd niet meer voor. De enige manier om aan die rol vast te houden is inderdaad om te vervlakken, om de inhoud steeds verder te verdunnen tot de toevloed aan muziek weer verteerbaar wordt. Maar is dat ook aanvaardbaar? Bovendien is tegen het moment dat de review verschijnt de plaat in vele gevallen al yesterday's news. Er moet dus iets veranderen.

Het beeld van de klassieke review kan wél gehandhaafd blijven als ze gezien wordt als een alleenstaande stijloefening, als een oefening in inzicht verschaffen en in het argumenteren, waarbij muziek het onderwerp naar keuze is. Op een semi-objectieve wijze, maar wel met liefde en zin voor kritiek voor de muziek die besproken wordt. Er moet niet per se afgestapt worden van het beeld dat muziekjournalistiek de muziek bij de mensen moet brengen. Men moet ook niet willens nillens af van het willen ontdekken en lanceren van nieuwe, onontdekte groepen, alhoewel alle niches al voldoende gevuld zijn om daar verslag van uit te brengen. Men moet wel af van het mee willen zijn met alles en iedereen die een scheet laat in de muziekbusiness. Uiteraard is het als muziekmagazine belangrijk om een bepaald 'portfolio' te kunnen presenteren aan het publiek, maar dat mag niet ten koste gaan van de kwaliteit en diepgang van de review. Het wordt dus tijd dat de muziekjournalistiek haar essentie terug vindt. Liever vandaag dan morgen.

En precies daar kunnen online webmagazines een belangrijke rol spelen. Ze zijn onafhankelijk en hangen niet af van verkoopscijfers. Ze hebben ook in veel mindere mate last van deadlines. Ze hebben dus de onbegrensde ruimte (veel meer nog dan onafhankelijke geschreven muziekbladen) om te experimenteren, om diepgravende recensies te schrijven. Ze hebben de vrijheid om tegen de platte consumptie van muziekjournalistiek in te gaan. Ook al zijn blogs en webzines vaak randfenomenen (behalve grote spelers à la Pitchfork) of nichespelers, toch kunnen zij de katalysator zijn van een focus op meer kwalitatieve reviews. Vaak gaat het om enthousiastelingen die schrijven over muziek waar ze van houden en dat merk je ook in de sterkte en diepgang van de review. Dan is het natuurlijk nog oppassen voor fanboyisme, maar uit eigen ervaring blijkt dat mensen die schrijven voor een webmagazine over het algemeen eerder kritisch ingesteld zijn, ook voor de eigen voorkeuren. Webzines als enola, Goddeau, DaMusic, Soundslike en Cutting Edge in Vlaanderen, of Pitchfork en Cokemachineglow in het buitenland bewijzen op dagelijkse basis dat er wel degelijk een markt bestaat voor kwalitatieve reviews, ook al gaat het dan vaak over niches. Het betreft mensen die weten waarover ze schrijven en die kunnen beargumenteren waarom ze iets schrijven, met de nodige zin voor kritiek. Dat dit overslaat op de grotere muziekpers als Humo of Studio Brussel kan men enkel hopen. Het zou een stap vooruit betekenen als recensenten opnieuw proberen hun lezers iets bij te brengen, te verleiden, misschien zelfs te betoveren. Want daar zou het uiteindelijk toch allemaal om moeten gaan in de muziekjournalistiek? Ik ben het beu om een plaat te zien samengevat worden in holle, nietszeggende slogans, terwijl er voor de 35e keer een album wordt uitgeroepen tot het album van het jaar. Kwaliteit graag, en snel een beetje!
E-mailadres Afdrukken
 
Hedendaagse muziekjournalistiek in Vlaanderen

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST