Banner

John Zorn

Enigmata

Guy Peters - 28 oktober 2011

Natuurlijk moest het er eens van komen. Het kon niet blijven duren. From Silence To Sorcery (2007) was een taaie brok voor muziektheoretici op zoek naar een uitdaging, iets dat ook van toepassing was op What Thou Wilt (2010). Deze Enigmata is echter de eerste Zornplaat in jaren waarvan we gewoonweg niet weten wat ermee aan te vangen.

“12 enigmas for electric guitar and 5-string bass”, luidt het onderschrift. Als je vervolgens nog eens stilstaat bij het feit dat het respectievelijk gaat over Marc Ribot en Trevor Dunn, ja, dat is dan zo’n beetje een natte droom die tot leven gewekt wordt. Not. Dit is met voorsprong de meest tegendraadse, obscure, in zichzelf gekeerde plaat die Zorn in jaren op de markt bracht. En dat zijn er in zijn geval nogal wat. Zelfs Late Works, het improvisatiefestijn met Fred Frith, is een hapklare brok in vergelijking met deze onberekenbare en onverteerbare muziek.

Gelukkig is het een reactie die Zorn uitvoerig beschrijft en betreurt in de liner notes. Zoals hij zelf zegt: “(…) these twelve pieces are some of the most inexplicable and outrageous music I have ever created.” Het zijn abstracte vignetten die directe nakomers zijn van de “Apparitions”-stukjes op het Ipsissimus-album van Moonchild. In de context van die plaat werkten de gewrongen stukjes eigenlijk prima als rustpunten tussen de donderende, tegen de metal aanleunende alchemische fusion. Het opnemen van die korte stukken was voor Ribot en Dunn blijkbaar zo’n revelatie dat Zorn werk maakte van een twaalfdelige cyclus, die hier gepresenteerd wordt.

Al deze stukken houden het kort (tussen 2,5 en 4,5 minuten), maar omdat ze allemaal een vergelijkbare werkwijze volgen, krijg je af te rekenen met een onwrikbaar blok van veertig minuten dat zich eenvoudigweg niet laat vatten. Uitgeschreven atonale passages die afgewisseld worden met gedirigeerde improvisatie en noise-uitbarstingen die zowat elk referentiekader lijken te missen. Dat is ook waar de componist bewust op mikte: in tegenstelling tot al z’n andere albums kaderen ze niet in een welomlijnde filosofie of aanpak (zie de Masada-boeken, de recente mystieke platen zoals In Search Of The Miraculous en The Goddess, de lounge van The Dreamers, de postmoderne knip-en-plaktoestanden van Interzone, etc). Ze zijn wat ze zijn.

Enerzijds fijn om te lezen dat je reactie helemaal niet zo verwonderlijk is, maar anderzijds getuigt het ook wel van arrogantie om het denkwerk in plaats van de luisteraar te doen. Wij weten niet goed wat aan te vangen met deze friemelende stukken -- een goeie omschrijving die we tegenkwamen plaatste de muziek tussen Beefheart en Schoenberg -- waarbij het eigenlijk nooit duidelijk is waar de compositie ophoudt en de improvisatie begint. De gitaarsound is door en door Ribot en kennen we al van Asmodeus, Ipsissimus en Electric Masada, maar het klonk nooit zo regelloos. Idem voor Dunns ronkende bas. Het is niet zo dat de twee constant dissonant kabaal uitspuien, maar er valt geen touw aan vast te knopen.

Er zijn een paar momenten die opvallen door hun ingetogenheid (“Enigma Eight”) en in het slotstuk hoor je even dat de geest van Jimi Hendrix nog steeds in Ribot huist, maar voor de rest is deze plaat beluisteren iets als beton te lijf gaan met een houten lepel. We willen daarbij zeker geloven dat het componeren en opnemen van deze verwarrende en provocerende muziek een fijne ervaring was voor Zorn en de muzikanten, maar er als luisteraar iets uit halen is geen evidentie. Wie de sleutel tot de plaat vindt, voor zover er een beschikbaar is, die mag het ons steeds eens komen uitleggen, want dit gaat onze schamele verstandelijke vermogens duidelijk te boven. Dank.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST