Banner

Alias

Fever Dream

Mattias Baertsoen - 28 september 2011

Zullen we u eens wat vertellen? Twintig jaar geleden verscheen er een plaat die veel invloedrijker zou worden dan Nevermind. Blue Lines heette het album, Massive (Attack) de groep. Die klassieker vormde de blauwdruk voor triphop, waar later onder meer het immens populaire dubstep zou uit voortkomen.

Je kan de zwerm artiesten die door Blue Lines beïnvloed zijn haast niet bijhouden. Portishead, Hooverphonic, DJ Shadow, James Blake,... zelfs complete platenlabels als Ninja Tune en Anticon zijn schatplichtig aan dat ene chef d’oeuvre. Anticon is de thuisbasis van Alias, een Amerikaanse artiest die zijn carrière begon als rapper, maar het laatste decennium exclusief als producer optreedt. De invloed van Massive Attack is duidelijk hoorbaar en net als bij die pioniers — of bij triphop tout court — valt bij Alias een evolutie te ontwaren waarbij het accent verschoven wordt van vintage gescratch naar een futuristisch synthgeluid. DJ Shadow verslikte zich erin, Amon Tobin slaagde met enige moeite, en met Flying Lotus stond een nieuwe bolleboos op.

De beste nummers van Fever Dream moeten niet onderdoen voor het niveau van die Flying Lotus. Zo is "Revl Is Divad" een heerlijke brok dwarse elektronica die in tweeën gekliefd wordt door een logge old skool-breakbeat. "Lady Lambin" verenigt dan weer spitse baslijnen met een lieflijke vrouwenstem. Afsluiter "Wraps" springt op de trendy R&B-kar, evenwel niet gratuit, door hardleers almaar meer ratelende beats in het nummer te pompen. Van een zinderende finale gesproken.

Alias ontwikkelt steeds duidelijker een emblematische stijl waarmee hij een eigen identiteit creëert. Die gaat schuil tussen digitale triphop (het melodische "Wanna Let It Go") en donkere, instrumentale hiphop ("Dahorses"). Al is zelfs die begrenzing te eng, zo zit er in "Tagine" bijvoorbeeld een vette knipoog naar de dubstep verwerkt. Naar aloude Anticon-traditie is Fever Dream ook weer een groepsgebeuren. De nasale raps van Why? zitten diep verscholen in "Boom Boom Boom" en Dax Pierson van Subtle zingt en bespeelt de toetsen op het stuiterende "Talk in Technicolor".

Staat de som van gelijke tred houden met Flying Lotus en toch een eigen, herkenbaar pad uitstippelen, garant voor de (elektronica)plaat van het jaar? Toch niet helemaal. Daarvoor zakt het niveau hier en daar toch iets te fel. "Sugarpeeeee" valt te mager uit, net als het zweverige "No Choice", en ook het vrijblijvende "Feverdreamin" verveelt na enkele luisterbeurten. Het zijn deze zwakkere broertjes die van Fever Dream nog niet Alias’ ultieme meesterwerk maken. Maar er wordt vooruitgang geboekt en de ideeën lijken nog niet op, dus de toekomst lacht Alias toe.

"Only a fool would ignore this", klinkt het op de opener van dit album. Een boude uitspraak, maar wel één die steek houdt. Alias levert na tien jaar zijn (voorlopig?) beste album af, hij laat horen dat hij in de categorie "creatief omgaan met de erfenis van triphop" niet moet onderdoen voor jonge goden als Flying Lotus en Gonjasufi, én dat de creativiteit nog lang niet op is. Een hele prestatie. Niet? Ach, Nevermind.

E-mailadres Afdrukken