Banner

John Zorn

Nova Express + The Satyr’s Play / Cerberus

Guy Peters - 27 juni 2011

Geen idee eigenlijk of Zorn er nog steeds een hardcore publiek op nahoudt dat al z’n releases in huis haalt (kostelijke zaak), maar feit blijft dat ‘s mans paradepaardje – het Masada Quartet/Sextet en bij uitbreiding de Masada Songbooks – al enige tijd geleden omarmd werd door een mainstreampubliek. Het is intussen zo ver gekomen dat Zorn een volledige dag (!) mag vullen op Jazz Middelheim 2011. Dat het echter niet hoeft te betekenen dat de platen vanaf nu allemaal lekker weghappen, wordt bewezen door deze twee recente releases.

Nova Express wordt voorgesteld als een vervolg op Interzone (net als die plaat haalt het z’n titel bij William Burroughs) en een mengvorm van de atonale lyriek van z’n klassieke muziek, de cut-up-technieken van Naked City en de intieme virtuositeit van Masada, maar dat schetst een beeld dat misschien wat ontoegankelijker lijkt dan het album in werkelijkheid is. Hoewel je dit zonder meer kan situeren in avant-gardehoek, zit er een hoge jazzfactor in en heb je te maken met vier topmuzikanten die hier ruim drie kwartier lang op een waanzinnig hoog niveau Zorns composities uitvoeren. Het bijzondere is dat je een enorme staalkaart van hun kunnen krijgt, omdat de plaat schippert tussen hectische, heen en weer schietende knallers (opener “Chemical Garden”), bezwerende, door simpele basostinati voortgestuwde stukken (“Port Of Saints”) en verrassend catchy werk, zoals de pianopopballade “Between Two Worlds”.

Met John Medeski (piano), Kenny Wollesen (vibrafoon), Trevor Dunn (bas) en Joey Baron (drums) treden dan ook een paar oudgedienden aan die Zorns wereld door en door kennen en in deze constellatie (ongelooflijk dat dit hun eerste werk in die bezetting is!) hun virtuositeit helemaal kunnen benutten. Vooral Medeski en Wollesen kregen daarbij ruimschoots de gelegenheid om het laken naar zich toe te trekken, wat in stukken als “The Ticket That Exploded” en “Rain Flowers” leidt tot uit hun voegen jakkerende lappen muziek die voortrazen met de furie van heavy metal en scheuren tussen denderende piano-uitvallen en duizelingwekkende wendingen die voortdurend een kat-en-muis-spelletje van grilligheid laten horen. Hoewel het werk nergens zo weerbarstig is als de pure avant-garde van de componist, is het toch ook een pak uitdagender dan het romantische werk van recente, pianogebaseerde platen als The Goddess, In Search Of The Miraculous en het exotische werk van The Dreamers, en misschien wel een goeie instap voor wie het minder bekende werk van de artiest wil ontginnen.

The Satyr’s Play / Cerberus is dan weer op maat van de echte liefhebber, omdat het nog een stuk onconventioneler is dan z’n voorganger. Net zoals What Thou Wilt vorig jaar drie stukken bij elkaar bracht die eigenlijk niet gerelateerd waren, zo kan dit album worden beschouwd als twee losstaande EP’s, met eerst acht korte percussiestukken voor het duo Cyro Baptista en Kenny Wollesen en vervolgens een langere compositie voor drie koperblazers. De eerste ketting, getiteld “Visions Of Dionysos I-VIII” is werk waarmee Zorn lijkt te willen terugkeren naar z’n obsessie met alchemie, magick en esoterie. Om dat nog eens in de verf te zetten wordt de voluptueuze, vol vreemde effecten volgestouwde en soms wellustige muziek ook nog eens vergezeld van sierlijk verlucht design dat van deze release bovendien een bijzonder hebbeding maakt.

Er komen vreemde samples aan te pas (van onweer tot mekkerende geiten), al waren die niet nodig om voor een verwarrende beluistering te zorgen, want de resonerende oppervlakken, rijke percussie en ratel-, druppel- en rammeleffecten zorgen nu al voor een weldadige luisterbelevenis. Vormen cimbalen, bellen, trommels en allerhande speeltjes doorgaans de hoofdmoot, dan haalt Wollesen in het seksfestijn van “Ode VII” ook nog eens z’n vibrafoon erbij. Best geinig, maar niet bepaald muziek waar de gemiddelde fan vaak naar terug zal grijpen. Dan liever het Cerberus-luik, dat wordt voorzien door tubaspeler Marcus Rojas, bastrombonist David Taylor en -- het kon niet lang uitblijven -- trompettist Peter Evans. Die drie kunnen zich hier volledig laten gaan met allerhande vreemde geluiden, al worden ze ook met strakke hand door Zorn geleid.

Opmerkelijk ook, hoe hier een evenwicht gevonden wordt tussen een air van vrije improvisatie en een gevoel van kamermuziek, waarbij stijlen en sferen in elkaar overvloeien op een manier die de bijzondere speeltechnieken van de drie ook kenmerkt. De tien minuten laten, ondanks de ontegensprekelijk imposante instrumentbeheersing, geen onuitwisbare indruk na, maar het doet deugd om Zorn nog eens te horen uitpakken met iets nieuws, iets dat niet direct een verderzetting lijkt van een recent verschenen werk. Al blijft dat natuurlijk wel een uitspraak met de bedenking in het achterhoofd dat deze laatste release er vooral eentje is voor de veelkopers en speciallekesfreaks.

Zaterdag 13 augustus is Zorndag op Jazz Middelheim, met concerten van Uri Caine & Mycale, het Bar Kokhba Sextet en het Masada Sextet (het reguliere kwartet aangevuld met Uri Caine en Cyro Baptista). Het is nog maar de vraag of de legendarische stunt van 1999 herhaald kan worden. We houden de vingers alvast gekruist.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST