Banner

Lykke Li

Wounded Rhymes

Philippe Nuyts - 20 april 2011

De tijden dat Zweden de absolute hofleverancier van perfecte en heerlijk foute pop was, ligt al meer dan een decennium achter ons. Tot Robyn vorig jaar na enkele verdienstelijke pogingen in haar eentje de troon pas echt terug opeiste met haar Body Talk-“trilogie”. Zweden stond meteen weer op de kaart.

Uit datzelfde land van pop en honing komt Lykke Li, drie jaar geleden debuterend met het tussen aandoenlijk en catchy trippelend popplaatje Youth Novels, dat ondertussen stilaan vergeten werd zoals indertijd verwacht. Lieflijk en schattig, dat wel, maar niet te betrappen op dat extra ingenieuze idee of die rotaanstekelijke melodie, waar Robyn stevige solden in kan houden. Maar laten we de vergelijking hier en nu stoppen, want Wounded Rhymes bewijst dat die toch ongerechtvaardigd is.

Niet dat Wounded Rhymes een speelplaatsadjectief als slecht waard is, maar echt enthousiast wordt een mens er bezwaarlijk van. Van de guitige Lykke Li geen spoor meer: geen gezucht, gefluister of gekreun meer -- niet noodzakelijk een slechte zaak, misschien -- maar het dreinerige, na verloop van tijd zeurderige gezang van “Li” blijft toch tegensteken. Kirren dat je “a little bit in love” bent was één ding, zingen blijkbaar een ander.

Veel reden tot vrolijk wezen heeft Li weliswaar niet meer: ook zij zit met een bloedend hart dat over een album uitgesmeerd moest worden -- wie niet eigenlijk, tegenwoordig? “Sadness is my boyfriend” klinkt het dan ook op het tekstueel toch wat knullige “Sadness Is A Blessing”. Er wordt geklauwd, maar de nagels moeten dringend geveild worden. Melancholie verpakt in popdeuntjes is een eeuwenoud recept dat door steeds weer frisse ingrediënten nog steeds geen houdbaarheidsdatum heeft (ja, teveel naar “Dagelijkse Kost” gekeken). Li zoekt de popdeuntjes niet op -- moet ook niet -- maar wanneer een plaat tijdens de eerste luisterbeurten gelaagde beloften maakt die na heel wat luisterbeurten nog steeds niet worden ingelost omdat er nu eenmaal niet meer is, wordt het een beetje vervelend.

Wounded Rhymes heeft immers een verrassende grauwe, grijze klank die tijdens de eerste kennismakingen zelfs intrigeert. En die perfect bij de hoes van de plaat past. Net als het zonlicht wordt echter ook zo goed als alle speelsheid geweerd, toch wel een kenmerk van alle uitstekende popplaten de laatste tijd. Het is vruchteloos zoeken naar een welgemikte sample, dat ene effectje, die ene klank of gewoon melodie die de songs met een vleeshaak in korte- en langetermijngeheugen vasthangt. Wanneer dat wel gebeurt, zoals in het licht ranzige “Get Some”, is het er dan ook boenk op.

Helaas zijn we dan al halfweg de plaat, die tijdens de eerste drie songs gevaarlijk langs de berm van het monotone sjokt. Vooral “I Follow Rivers” wil met een zwak refrein (iets wat een fantastische popsong nodig heeft, geen gezever daarover) een song zijn die er absoluut niet in zit. De plaat drijft vooral op percussie die mieren en wormen met het teneergeslagen hoofd naar beneden uit de grond doet daveren. Levert fijne momenten op, maar genoeg is het geenszins. Dat blijkt ook uit “Rich Kids Blues” en “Jerome”, twee songs die na het schrijven van deze recensie uit de iPod zullen verdwijnen.

Blijft er wel zeker opstaan: het aandoenlijke, breekbare “I Know Places” dat alles wat deze plaat voor de rest niet heeft wel herbergt. Gospel in een zwart gewaad in de motregen. Mooi. Maar niet genoeg om reikhalzend naar een volgende plaat uit te kijken. Die zal er wellicht komen, maar of ze echt een blijvertje is? Daarvoor heeft Lykke Li twee platen uit die haar beperkingen te veel beklemtonen. Voor popmuziek (u weet wel wie) en voor ons hartzeer (geherdefinieerd door Josh T. Pearson) grijpen we wel naar straffer spul.

E-mailadres Afdrukken