Banner

Panda Bear

Tomboy

Jurgen Boel - 20 april 2011

Vier jaar na zijn solodoorbraak en twee jaar na wat zonder meer als de meest toegankelijke (en beste) plaat van zijn band Animal Collective beschouwd wordt, treedt Panda Bear (Noah Lennox) opnieuw in het spotlicht. Met een ongekend gemak, alsof Person Pitch en Merriweather Post Pavilion nooit verschenen zijn, kiest hij op Tomboy voor een nieuwe invulling van het gekende geluid.

Een doorslagje van beide platen is Tomboy met andere woorden niet geworden, maar een duidelijke breuk is het evenmin. Zo dwaalt de geest van Brian Wilson nog steeds door alle songs heen en struinen psychedelica en good vibrations nog steeds hand in hand over regenbogen en roze wolken. De belangrijkste verschillen plaatsen zich op een microniveau waar de songs zelf het voor het zeggen hebben: niet langer zijn het uitgebreide sfeerstukken maar “reguliere” songs die conventioneler klinken zonder een knieval richting het publiek te maken.

Neem nu de eerste single “Tomboy”, die vorig jaar al verscheen en op de zweverige zangstijl na op het eerste gehoor weinig gemeen heeft met Person Pitch: de drums klinken harder, net als de gitaren, terwijl de song zelf zich binnen duidelijk afgebakende grenzen en tijdsduur ophoudt. Ook tweede single “You Can Count On Me” houdt het netjes. Deze Beach Boys op valium vertoont weliswaar meer raakvlakken met de vorige plaat maar laat tezelfdertijd een donkere echo weergalmen die het nummer met beide voeten op de grond houdt.

In dezelfde lijn ligt ook de derde single “Last Night At The Jetty” dat zich net zo goed laat definiëren als een gepimpte versie van de vorige plaat waar flarden van de bekende surfgroep tussen gemixt zijn. Het recent verschenen “Surfer’s Hymn” vormt een uitzondering op deze songs door voor een techno-achtige onderbouw te kiezen waarboven Panda Bears ijle, uitgestrekte zang geplaatst wordt. Het mag als een vreemde zet klinken, maar het werkt wonderwel en is net zo goed een treffende samenvatting van de plaat.

Per slot van rekening tapt ook “Slow Motion” uit een ander vaatje, ditmaal met enkele flinke knipogen naar de jaren tachtig, en lijken alle vergelijkingen met Person Pitch niet meer dan oppervlakkig. Een belangrijke reden hiervoor is dat, zoals onder andere de singles treffend aantonen, de dikke geluidswolken van weleer verdreven zijn en meer ademruimte ervoor in de plaats is gekomen. Toch schuwt Panda Bear het experiment nog steeds niet zoals het toepasselijke getitelde “Drone” diets maakt, meteen ook een waarschuwing dat termen als toegankelijk tussen aanhalingstekens geplaatst mogen worden.

Het is zeker niet het beste nummer op de plaat, maar het laat wel horen dat Lennox zich weinig gelegen laat aan wat van hem verwacht wordt en rücksichtslos zijn eigen ding blijft doen. Wie vreest dat “Friendship Bracelet” eenzelfde richting uitgaat, zal overigens na enkele seconden rustig kunnen ademhalen, al blijft het opmerkelijk om te horen hoe Lennox muzikaal voor alweer een nieuwe en aparte invulling kiest (een mix van abstracte techno en dierengeluiden met een ridicuul hoge pitch is maar één potentiële omschrijving).

Veel meer dan op Person Pitch kiest Panda Bear hier voor uiteenlopende stijlen en experimenten waarbij een algemene sfeer voornamelijk ondersteund door zijn kenmerkende en vervormde manier van zingen als rode draad geldt. Het is ook die zangstijl die de lijnen met de vorige plaat openhoudt, want op Tomboy laten de elf songs zich verder vooral op hun individualiteit voorstaan. Dat Panda Bear desondanks toch een coherente plaat heeft afgeleverd die nauwelijks dient onder te doen voor zijn (voorlopige) meesterwerk zegt op zich genoeg, maar omdat een herhaling nooit kwaad kan: Tomboy is nu al een van die platen die ook binnen tien jaar nog als een klassieker onthaald zal worden.

E-mailadres Afdrukken
 
Panda Bear

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST