Banner

Banquet Of The Spirits

Caym

Book Of Angels Volume 17

Guy Peters - 23 maart 2011

Snel: wie is de enige muzikant die zowel met Derek Bailey, Brian Eno als Sting speelde? Het antwoord is percussionist Cyro Baptista, de naar New York uitgeweken Braziliaan waarvan ooit gezegd werd dat alle groten hem weten te vinden wanneer ze hun concerten of platen een likje exotica willen geven. Dat hij echter ook een begenadigd bandleider is, bewijst hij opnieuw met z’n kwartet Banquet Of The Spirits.

Dat ’s mans naam niet meer voor die van de band komt, zoals bij de vorige platen nog het geval was, bewijst misschien dat hij eindelijk een bezetting gevonden heeft waarbij alle muzikanten een gelijkwaardige inbreng hebben. Dat is alleszins het geval op dit album, dat volgens de liner notes opgenomen werd met maar vier muzikanten en soms iets heeft van een grootschalig project. Zo rijk en voluptueus is de instrumentatie immers. Met twee percussionisten in de rangen is er een zo goed als onbeperkt arsenaal aan geluiden en mogelijkheden: naast een reguliere drumkit krijg je immers ook allerhande trommels, cimbalen, bellen, ratels en andere stukken hout en metaal te horen. Nu eens leidt dat tot Zuid-Amerikaanse, carnavalachtige festijnen, op andere momenten zitten we op het bekende Masadaterrein.

Voor het weldadige percussieve werk wordt Baptista bijgestaan door Tim Keiper, die bovendien de kamel ngoni (een West-Afrikaanse luit) bespeelt. Bassist Shanir Ezra Blumenkranz, die ook tekende voor de rijke arrangementen, speelt ook nog eens de oud en de gimbri, terwijl vierde bandlid Brian Marsella piano, clavecimbel en harmonium voor z’n rekening neemt. Dat leidt vanaf "Chamiel" tot een ongehoord bruisende sound, een feest van klankkleur dat de groove van Medeski, Maryin & Wood heeft, de excentriciteit van Secret Chiefs 3 en het authentieke van de betere wereldmuziek. En tegelijkertijd is het ook nog eens doordrongen van die Zorntoets, die hier dichter dan ooit op woelig Schifrinterrein dreigt te komen.

Tijdens stukken als "Matafiel" en "Tzar Tak" lijkt het wel alsof je op een marktplein in het Midden-Oosten terecht bent gekomen. Marsella weet de blaasbalg van z’n harmonium volledig te benutten, alsof het gaat om een exotische accordeon. Om het helemaal compleet te maken, krijg je ook nog eens onontcijferbare zang die perfect op z’n plaats is tussen al die geluidseffecten en ritmische details. Het gaat nochtans niet altijd om composities die aansluiting zoeken bij dansmuziek vol opzwepende ritmes. Tijdens "Hutriel" en "Yahel" klinkt het immers eerder alsof je een pianotrio hoort dat een stel vrienden uitnodigde om er een feestje van te maken. Het is bevlogen, virtuoos uitgevoerde muziek, maar dan wel vertrekkend vanuit relatief eenvoudige thema’s en structuren.

Eenheid in diversiteit, dus. Dat zou kunnen zorgen voor een overdosis aan kleurrijke spielereien, ware het niet dat er ook regelmatig gas wordt teruggenomen voor meer raadselachtige of zelfs abstracte stukken. Zo is "Zaphaniah" eigenlijk een desoriënterend schimmenspel dat aanvoelt als soundtrackmateriaal, flirt "Yehon" met sensualiteit zoals enkele van Zorns meer romantische albums en Filmworks-volumes dat deden en krijg je met "Natiel" iets dat haast een Morriconecover had kunnen zijn (en dat had prima gekund, aangezien Baptista 25 jaar geleden ook een bijdrage leverde op The Big Gundown, Zorns eerbetoon aan de Italiaanse grootmeester).

Het allermooiste wordt echter bewaard voor afsluiter "Phaleg", een sfeervol solostuk voor harmonium dat je al snel meevoert naar een verlaten kerk in een afgelegen bergdorp. Brandende hitte, geen ziel te bekennen: u kent het plaatje. Dat deze broeierige, sensuele plaat wordt afgesloten met een stuk dat bovenal religieuze ambitie lijkt uit te stralen, is de ultieme ironie. Het is meteen ook een mooie toevoeging aan de Book Of Angelsreeks, dat er met dit zeventiende deel nog maar eens een mooie kleurschakering bij krijgt.

E-mailadres Afdrukken