Banner

Joan As Police Woman

The Deep Field

Guy Peters - 24 januari 2011

Het heeft soms iets ranzigs en pervers om naar andermans leed en verdriet te luisteren. Nochtans heeft het ons er nooit van weerhouden om het toch te doen, want wie een trauma te verwerken heeft of door een diep dal ging, heeft vaak boeiende verhalen en zinnige dingen te vertellen. Joan Wasser wil echter met de hele wereld delen hoe ze gelukkig ze wel niet is en dat is een luisterervaring van een heel andere orde, eentje die verrassend zwaar op de maag ligt.

De New Yorkse songschrijfster en multi-instrumentalist wist ons nochtans steeds te charmeren met haar uit onverzoenbaarheden samengestelde persoonlijkheid. Goedlachs, een beetje behaagziek en wat oppervlakkig, volledig volgens het clichébeeld van den Amerikaan, maar tegelijkertijd ook wat oprecht klungelig, excentriek bedachtzaam als een Oostkustintellectueel en voldoende fascinerend om zelfs tijdens al te openhartige ontboezemingen nog charmant te blijven. Wasser is het soort vrouw waarvan je niet weet of je ze meteen kan voorstellen aan je vrienden, omdat ze precies op het verkeerde moment iets ongepasts zou zeggen, slaapkamergeheimen zou lossen waarbij je kop rood zou uitslaan bijvoorbeeld, terwijl je weet dat je met die meisjesachtige energie ook zou scoren.

Op debuut Real Life en To Survive had Wasser heel wat heftige isjoes te verwerken, wat leidde tot hondseerlijke vertellingen tussen frêle dagboekromantiek en met de gevaarzone flirtende eigenaardigheden en donkere tinten. Maar het waren vaak formidabele, rond piano opgetrokken songs die een niet te kapot te krijgen puurheid hadden en op aardig wat sympathie mochten rekenen. Op derde plaat The Deep Field zijn die directe songs en arrangementen afgezworen en vervangen door een veel rijkere, zinnelijke sound die het midden vindt tussen zweterige 70’s soul en de barokke bombast van haar vroegere broodheer Antony.

Voor de volledige duur van de plaat (tien songs die samen toch knipogen naar de magische grens van een uur) zorgt dit voor pure oorsnoep: de muziek heeft de warmte en het organische die de songs nodig hebben en alle nuances zijn er. Wassers stem, die nochtans zijn beperkingen heeft, komt ten volle tot zijn recht als ze vanaf opener “Nervous” meteen dat onweerstaanbare evenwicht vindt tussen tienermeisjesgekir, maturiteit en de veelbelovende opmerkingen van een geile minnares. “I need attention”, kreunt ze ergens, en het bevestigt wat je al wist: Wasser zingt over zichzelf, over de liefde en de manier waarop die twee in aanraking en -varing komen met elkaar. Met dat verschil dat het hier vooral de Goed-Nieuws-Show is.

Bij single “The Magic” leidt het tot geslaagde resultaten: nooit eerder klonk de warkop (want je ziet ze voor je alsof ze net uit haar bed gekropen is) zo verleidelijk en soulvol, geruggensteund door een band die heel goed luisterde naar de Hi-platen van Al Green & co. Bijna even goed: het rond een simpel thema opgebouwde “The Action Man”, dat zo van Antony had kunnen zijn en de song uitgeleide doet met een verslavend arrangement. Muzikaal zit het allemaal dus zoals het moet: het legertje muzikanten dat ter beschikking stond van Wasser doet zijn werk uitstekend, net als producer Bryce Goggin, die de songs laat zwemmen in een voluptueuze weelde.

En daar ligt net het probleem. Van een goede vrolijke plaat krijg je idealiter zelf zin om naar buiten te gaan en als een onnozelaar wat rondjes te lopen. Een handenstand uit te voeren. Onnozele dingen te doen. Je hoopt op wat spitse, aanstekelijke ideeën vol energie en wat je hier krijgt zijn langgerekte semi-jams die blijven steken in modderige tempo’s en een zwaarwichtig loungegevoel. De r&b van “Human Condition” en de zwier van afsluiter “I Was Everyone” zijn prima, maar zouden zo veel meer impact hebben in andere omstandigheden, omringd door flukse energiestoten. Als je hier belandt bij de triomfantelijke finale van die laatste songs, dan heb je vooral het gevoel dat je dringend aan wat beweging toe bent.

Het helpt ook niet dat Wasser in heel wat songs niet veel verder geraakt dan in rondjes draaiende karamellenverzen uit poëzieboekjes van trienen die zich vooral hullen in amoureuze gelukzaligheid, waarbij opwinding plaats gemaakt heeft voor comateus cocoonen en de belofte van iets geweldig ingeruild lijkt door een postcoïtale luiheid. Niks mis mee, maar het zorgt ervoor dat The Deep Field in zijn tweede helft gebukt gaat onder die vadsige tevredenheid. Muzikaal is dit een geslaagde plaat -- de sound is perfect, de arrangementen zijn rijk, de stem triomfeert --, maar ze klinkt soms zo drammerig en zo zelfgenoegzaam. ’t Is alsof je na een copieuze maaltijd nog een grote kom crème brûlée voorgeschoteld krijgt: die combinatie van suiker en room is onweerstaanbaar, maar je zou er een maagtablet bij moeten krijgen.

E-mailadres Afdrukken
 
Joan As Police Woman

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST