Banner

Gabriel Rios

The Dangerous Return

Philippe Nuyts - 14 januari 2011

Nog één keer terugblikken naar 2010. Eind november. Terwijl Ozark Henry en Hooverphonic volop in de schijnwerpers staan met de veiligste platen die ze konden maken, duikt plots Gabriel Rios weer op met misschien wel de meest gewaagde plaat die hij kon maken.

En dat ging niet zonder slag of stoot. Aanvankelijk nam Rios zijn derde plaat op in nieuwe thuishaven New York, maar die opnames belandden in de vuilnisbak. Een tournee met pianist Jef Neve en Kobe Poesmans zetten hem vervolgens op het juiste spoor van een plaat die leerde kruipen en stappen in het Pajottenland -- ach ja, waarom het altijd ver gaan zoeken. Neve en Proesmans drukken beiden zo hard hun stempel op The Dangerous Return, dat Gabriel Rios meer dan op de vorige twee albums een band is. Dat wordt ook live bewezen – waar de plaat nog meer uitgepuurd wordt en tot zijn recht komt.

Wie songs verwacht die hij (en waarschijnlijk vooral zij) kan gaan meefluiten liggend op een festivalweide, net wanneer de zon aan z’n bad- en bedritueel begint, zal raar opkijken. The Dangerous Return lijkt in niks op wat Rios op z’n eerste twee platen deed, maar verbaast met een avontuurlijke, gewaagde plaat die grenzen tussen genres doet smelten zoals een Belgische regeringsvorming Europese records. Pop, jazz, klassiek, cabaret of musical? You name it.

The Dangerous Return is een ontzettend bochtig parcours, als een popplaat met verschillende organisch ingespeelde samples – op “Tidal Wave” na, waar een echte sample van de “Bolero” van Ravel is gebruikt. “You Will Go Far” en “Dauphine” trekken je bedeesd zelfzeker de plaat in, “Straight Song” mag Neve opfleuren met enkele stevige jazzlicks, “Old Shoes” doet even mijmeren dat Damien Rice al lang niets meer van zich heeft laten horen en “Tidal Wave” en “The Dangerous Return” vallen respectievelijk uitbundig en ingetogen in de armen van klassieke muziek.

Ook in de songs zelf schuilt achter elke hook een verrassende wending die je op een heel ander been zet, maar zelden of nooit het verkeerde. “The Things We Know” wordt een hele tijd gekieteld door de piano van Neve, tot hij een tempo- en klankverandering doorvoert die de song plots doet stuiptrekken, waarna Proesmans met bombarie de finale inleidt. Ook het weemoedige “Dauphine” brengt nog wat extra bochten in uw buis van Eustachius aan voor het, ongetwijfeld slechts tijdelijk, de oorschelp verlaat.

“Tidal Wave” begint dan weer als een akoestisch kleinood dat zachtjesaan uitmondt in een adaptatie van de eerder genoemde “Bolero”, met als kers op de taart een vleugje opera. Verder weg van “Broad Daylight” kon Rios niet stappen. Toch klinkt het geen moment als “uitpakken”, noch klinkt het overbeladen en pocherig. Zwierig en no-nonsense des te meer. De fantastie zit’m in die details, waarbij de soberheid blijft primeren. Mede daardoor blijft de plaat een geheel en zijn de songs geen in elkaar genaaide lappendekens – let bijvoorbeeld op het pianomotiefje dat door “Gulliver” kronkelt en op het einde plots voor een melancholische climax zorgt. Stuurloos wordt het nooit, al kost het best wel wat luisterbeurten om dat te beseffen. Het maakt van The Dangerous Return voor lange tijd een boeiende ontdekkingstocht en verleent het een elan van tijdloosheid.

Dat Rios, Neve en Proesmans tijdens de opnames al stevig op elkaar ingespeeld waren, is daar allemaal niet vreemd aan. De tournee kan dat alleen nog maar verder uitdiepen en het vooruitzicht op een volgende plaat van dit allooi kan er alleen nog maar aanlokkelijker door worden. Of Rios moest hierna wederom een drastische koerswijziging doorvoeren. Zou ergens jammer zijn, maar af te meten aan de brio van dit derde album evenzeer geruststellend. Rios heeft de juiste en minst evidente keuze gemaakt om de lichtjes platgetreden en doodlopende paden van z’n vorige albums te verlaten. The Dangerous Return getuigt van een lef en fantasie die meer regel dan uitzondering mag zijn, zeker ook in onze contreien.

E-mailadres Afdrukken