Banner

Wino

Adrift

Guy Peters - 19 november 2010

Als artiesten uit de kabaalsector plots op de proppen komen met akoestisch materiaal, dan durft dat al eens een eerste indicatie zijn van decibelmoeheid en/of de drang om een nieuw, bij voorkeur groter, publiek aan te boren. Hoewel Wino’s grotendeels akoestische Adrift duidelijke verschillen toont met het gewichtige werk waarmee hij z’n icoonstatus opbouwde, is het toch een mooi verlengstuk van zijn al indrukwekkende carrière.

Eigenlijk was Punctuated Equilibrium (uitgebracht begin 2009) wel een kleine tegenvaller. Het was een gevarieerde plaat die mooi liet horen waar een aantal van Wino’s roots lagen (proto-hardrock en 70’s rock, eerder dan doommetal), maar het was tegelijkertijd ook een wat onevenwichtig werkstuk dat niet de eenheid had van zijn beste werk met The Obsessed, Spirit Caravan of The Hidden Hand (haal Mother Teacher Destroyer uit 2004 in huis om te horen tot welke geweldige dingen hij in staat is), ’s mans populairste bands na zijn vertrek bij Saint Vitus. De soloplaat Adrift, waarop hij nu en dan slechts wordt bijgestaan door een extra gitarist, zal niet voor openbaringen zorgen of een nieuwe publiek aansnijden, al zullen de fans er ongetwijfeld naar uitgekeken hebben.

Wino heeft er een woelig muzikaal en privéleven op zitten, en dat hoor je er ook aan. Het lijkt niet enkel aanwezig in z’n meteen herkenbare spel op de elektrische gitaar (weinig gitaristen hebben zo’n onheilspellende sound en riffs op hun conto staan), maar ook in die wat merkwaardige stem, die van een constant geërgerde ouwe knar, die meteen een leven van onheil en tegenslag suggereert. Adrift lijkt bovendien ook een stand van zaken te willen opmaken, of beter: even duidelijk te maken waar ’s mans prioriteiten liggen, na een paar decennia die duidelijk hun portie verraad, verlies en verdommenis kenden. Iets wat duidelijk zijn productiviteit ten goede komt, want op goed anderhalf jaar maakte hij immers twee soloplaten, en dan is er nog het geanticipeerde Shrinebuilderproject

Het leidt tot wiegende folkblues (de titeltrack) en songs die zelfs zonder decibels overeind blijven als staaltjes outlaw rock (“I Don’t Care” met z’n gemompelde “Eat shit”, “Whatever” en een versie van Savoy Browns “Shot In The Head”). Hier en daar duikt een jankende elektrische gitaar op (“I Dont’ Care”, “Hold On Love” of het gedreven “Mala Suerte”), maar de nadruk blijft hier resoluut liggen op stem en akoestische gitaar. Wino is een intelligente kerel, en het is dan ook een beetje jammer dat sommige songs het vaag-anekdotische niet overstijgen. Nochtans laat hij soms ook het achterste van de tong zien. Met z’n “You fear what you don’t understand” geeft “Old And Alone” een duidelijke boodschap mee, waarbij je je enkel nog afvraagt of hij die song richt tot de luisteraar of zichzelf.

Het beste zit verborgen in het midden: Wino speelt een uitstekende versie van Motörheads “Iron Horse/Born To Lose”, een van de ultieme biker songs, en vult dat aan met de verrassend mooie instrumental “Suzanne’s Song”. Het is dan ook jammer dat het einde van de plaat plots voorzien wordt van foute psychedelica (“O.B.E.”) en een brok misplaatste jamrock (“Green Speed”). Ze hadden hun plaats kunnen hebben in een plaat als Punctuated Equilibrium, maar hier werken ze gewoon niet.

Ondanks deze teleurstellende finish blijft Adrift echter een geslaagde plaat; beter dan zijn voorganger en een mooie toevoeging aan een oeuvre dat een cruciale bijdrage leverde aan de evolutie van de moderne (doom)metal. Het is voor nieuwkomers vast een te weinig gevarieerde plaat, een perceptie waar ’Wino’s stem en stijl vast voor iets tussen zitten, maar wat ze wel in overvloed heeft, is persoonlijkheid, en dat is altijd een verademing om te horen.

E-mailadres Afdrukken