Banner

Masada String Trio

Haborym

The Book Of Angels Volume 16

Guy Peters - 22 september 2010

Zorn haalde z’n inspiratie voor de titels van zijn tweede Masadaboek bij het 17e eeuwse ’Lemegeton’, een boek over magie dat ook een overzicht van demonen bevat. Haborym (beter bekend als Aim) werd daar in voorgesteld als een helledemon met drie hoofden. Die lijst met demonen bevat niet minder dan 72 (!) namen, al lijkt het onwaarschijnlijk dat Zorn ook zo lang zal doorgaan met de reeks. Het befaamde Masada String Trio draaft intussen al voor de tweede keer op.

2010, #8. Het Masada-avontuur begon pas echt in 1994, met de eerste opnames van het akoestische kwartet (Zorn, Dave Douglas, Greg Cohen, Joey Baron), terwijl verdere uitbreiding van het project er kwam met de dubbelaars Bar Kokhba (1996) en The Circle Maker (1998). Op de eerst cd (Issachar) van die laatste viel voor het eerst het Masada String Trio te horen, de tweede werd volgespeeld door het Bar Kokhba Sextet (het trio plus percussionisten Cyro Baptista en Joey Baron, met gitarist Marc Ribot). Meteen was een van Zorns meest geloofde projecten geboren. Het trio zou een deel van de Birthday Celebration-reeks voor z’n rekening nemen en speelde ook al op het tweede volume van de Book Of Angels-reeks (Azazel (2005)).

Vijf jaar later maakt die line-up voor de tweede keer z’n opwachting. Vermoedelijk zal het eerder met logistiek en voorkeur van het moment te maken hebben (Zorn componeert muziek met specifieke muzikanten in het achterhoofd), dan met een gebrek aan kandidaten (een paar volumes met ’nieuwkomers’ in de reeks zouden al in de maak zijn), want zowel violist Mark Feldman als cellist Erik Friedlander en bassist Greg Cohen zijn sleutelspelers in de avant-garde scene van New York en gezichten die je op geregelde tijdstippen terug ziet komen. De link met Zorns oeuvre is er bovendien ook zonder dat de componist erbij betrokken is. Zo was Feldman een tijd geleden nog in het land om samen met z’n vrouw, pianiste Sylvie Courvoisier, werk van Zorn te spelen.

Om tot de essentie te komen: Haborym bevat niet bepaald grote verrassingen. Zorns Masada-composities hebben hun typische kenmerken en eigenheid en die komen hier natuurlijk aan bod, net zoals dat al te horen was op Issachar of Azazel. De kenmerkende chemie van de drie is ook opnieuw aanwezig. Dus wie te vinden was voor de vorige projecten, die zal ook hier z’n ding vinden, want muzikaal gezien vallen hier dingen te horen van een zeer hoog niveau. Je hoeft zelf geen musicus of expert te zijn om te horen dat deze drie, ondanks de duidelijk uitgewerkte composities, meer doen dan zomaar uitvoeren: hier wordt gemusiceerd, gecommuniceerd en geïnterpreteerd.

Daarbij mag er al gerust eens geswingd worden en het gros van deze songs is dan ook het soort spul dat zo stuwend, meeslepend en (soms) feestelijk klinkt, dat het je meteen meevoert naar een andere wereld. Of het nu gaat om de sensuele groove van "Carniel", het speelsere "Elimiel", het volks getinte "Techial" of het flukse "Gergot", hier wordt gemusiceerd met een innemende lichtheid en schwung. Hoewel deze combinatie van kamermuziek, klezmer en ethnojazz niks is voor puristen, gaat niemand kunnen ontkennen dat hier een bijzonder geslaagd evenwicht gevonden is tussen die genres en werelden.

Wordt Cohen doorgaans, maar niet altijd, in de rol van de stuwende motor gedwongen (iets dat dankzij de uitstekende sound heel mooi te beluisteren valt), dan kunnen Feldman en Friedlander directer op elkaar inspelen, op elkaars spel verder bouwen of effecten stapelen. Spelen ze nu en dan samen de thema’s unisono, dan wisselen ze net zo vaak af, zodat de ene er op los kan strijken, terwijl de andere subtiel snaren plukt of accenten plaatst. Net zo vaak gaan ze echter tegelijkertijd los, wat soms leidt tot een zeer wellustig, barok spel van dansende melodieën en warme klanken.

Doorgaans is dit zeer toegankelijke en voluptueuze muziek waarbij de melodie centraal staat in korte songs, maar nu en dan wordt een zijsprongetje gemaakt. "Bat Qol" bijvoorbeeld start met een vlug loopje van Cohen, waarop snarengekras en nerveuze stop/start-effecten en vreemde geluiden volgen. Hier sluit de muziek dichter aan bij de cartoongekte van Carl Stalling of Zorns Cobra, maar toch blijft de uitvoering enorm gedisciplineerd. Hetzelfde geldt voor het wat onwennige "Gamrial", dat de typisch melancholie koppelt aan een umheimlich noir-sfeertje, of "Raamiel", ingetogen en auditieve breedbeeldcinema.

Haborym zorgt, zoals verwacht, niet voor verrassingen (sommige songs zijn zelfs zo sterk verankerd in hun traditie dat het lijkt alsof ze er altijd al bij waren), maar dat is ook helemaal niet de bedoeling. Het trio heeft altijd garant gestaan voor enkele van de meest pure uitvoeringen van Zorns visie en dit zestiende deel in de Book Of Angels-reeks is daar geen uitzondering op. Net als de vorige releases van het trio is Haborym Zorn op z’n toegankelijkst, stijlvolst en mooist.

E-mailadres Afdrukken