Banner

John Zorn

Dictee / Liber Novus

Guy Peters - 16 juli 2010

‘Avant-garde’ en ‘contemporary classical’ zijn de tags die de (nog bescheiden) Wikipedia-pagina die aan het album gewijd is meekrijgt. En die labels staan daar niet voor niets, want voor het eerst dit jaar keert Zorn terug naar het domein waarin hij z’n eerste strepen verdiende.

2010, #6. Laat het van meet af aan dan ook maar duidelijk zijn: Dictée/Liber Novus is uitsluitend voer voor Zornfanaten, conventiehaters en het academische zootje ongeregeld dat kickt op platen die zich eigenlijk niet goed laten vatten in tekstjes van vierduizend tekens. Over dit soort albums worden scripties geschreven vol theoretische kaders en met voldoende voetnoten en bijlagen om een extra boek te vullen. Daar wagen we ons niet aan (we hebben de kennis noch de ambitie, om nog maar te zwijgen van het lef), dus rest er ons niets anders dan te beschrijven (of toch een poging doen tot) wat geserveerd wordt op deze intussen zesde Zorn-release van het jaar.

Het album bevat twee composities die volledig los staan van elkaar, ondanks vergelijkbare werkwijzen en bezettingen. “Dictée” is een eerbetoon aan de vermoorde Koreaanse kunstenares Theresa Hak-Kyung Cha (1951-1982), die zelf een boek naliet met de titel Dictee. Het werk balanceerde op de grens tussen poëzie, autobiografie en grafische vormgeving. Cha beheerste meerdere disciplines, iets wat weerspiegeld wordt in deze zogenaamde “postmodern tone poems”. Het leidt tot een drieëntwintig minuten durend spelletje En-wat-komt-nu?, waarbij Zorn en kompanen een bevreemdend auditief schimmenspel laten horen, dat intrigeert zoals het in 2009 verschenen Femina, maar nog een stap verder gaat.

Net als dat eerbetoon aan een resem vrouwelijke rolmodellen, wordt ook hier gewerkt met een aanpak die doet denken aan de ‘file card’-techniek die Zorn drie decennia geleden al berucht maakte bij de New Yorkse underground. Er zijn samenhangende blokken, met nu en dan innemende momenten, maar zonder enige aankondiging of duidelijke logica gaan ze soms over in andere secties die er amper een link mee lijken te hebben. Zorn en percussionist Kenny Wollesen, worden daarvoor bijgestaan door pianiste Sylvie Courvoisier, celliste Okkyung Lee en rietblazer Ned Rothenberg, die hier excelleert op klarinet, basfluit en (vooral) de Oosterse mysteriën oproepende shakuhachi.

Stemmen worden over elkaar gelegd (Courvoisier in het Frans, Lee in het Koreaans), waardoor je momenten krijgt die doen denken aan de vroege Diamanda Galás. Op andere momenten zijn er overeenkomsten met de hoekige soundtracks of het ongemakkelijke hoorspel Elegy, dat Zorn een kleine twee decennia geleden al opnam. Vooral als abrupt inslaande percussieve elementen en akelige geluiden erbij gehaald worden (dit is bij uitstek een album om via een koptelefoon te beluisteren), leidt het tot een bijzonder ongemakkelijke ervaring. Wat echter meest van al bijblijft zijn de occasionele momenten van sereniteit die geschetst worden met een opmerkelijke fijnzinnigheid.

Het tweede stuk, “Liber Novus”, is dan weer een verwijzing naar het recent verschenen The Red Book van Carl Gustav Jung. De publicatie van dit zorgvuldig afgeschermde werk werd jarenlang uitgesteld, tot het in 2009 plots verkrijgbaar was. In dit boek, dat Jung aanvatte nadat hij in aanvaring gekomen was met Freud, noteerde hij vooral opmerkingen over het onbewuste en de verbeelding, die grotendeels gebaseerd waren op eigen ervaringen en hallucinaties. Gezien deze invalshoek en Jungs interesse voor onderwerpen als alchemie en de kunsten, is het niet zo verwonderlijk dat Zorn zich nog eens zou wagen aan ’s mans werk.

Opnieuw zijn de componist (enkel voor een Duitse vertelling) en Wollesen (percussie) van de partij, deze keer bijgestaan door pianist Stephen Gosling, organist John Medeski (die van het trio) en effecten- en geluidsgoochelaar David Slusser. Nog meer dan “Dictée” neigt “Liber Novus” naar Elegy, door een nog grotere nadruk op verrassingselementen en vreemde geluiden. Lijkt de muziek enerzijds coherenter, vermoedelijk door de iets conventionele instrumentatie, dan zijn de bijgeluiden en effecten nu dominanter én beter uitgespeeld. Zorn spreekt zelf van een “mythisch psychodrama”, en dat is iets waarvan je vooral dat ‘psycho’-element mag onthouden.

Blaffende honden, ratelslangen, onheilspellend geruis, glasgerinkel, gedonder, gehinnik: soms lijkt het wel op een soundtrack voor Hammer Horror, waar Carl Stalling aan meewerkte. “Liber Novus” klinkt misschien wat minder enigmatisch dan “Dictée”, zonder het sérieux waarmee die laatste overladen is. Terwijl je je bij het eerste deel enkel kan voorstellen dat het er doodernstig aan toe ging in een studio vol intellectuelen, lijkt het alsof er tijdens van het tweede deel nog wat plezier gemaakt kon worden. Het is vooral door het tweede luik dat het album nog verteerbaar blijft. Het eindresultaat: een plaat waarvoor het adjectief “fascinerend” uitgevonden werd.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST