Banner

John Zorn / Fred Frith

Late Works

Guy Peters - 04 juni 2010

Het is zover. Zij die dachten (of vreesden) dat het opnieuw een jaar zou worden vol mooi eclecticisme, makkelijk in het gehoor liggende zwijmelmuziek en ander traditioneel klinkend werk, krijgen nu lik op stuk. Late Works laat voor het eerst in lange tijd nog eens een ontketende Zorn horen. En dat gaat niet onopgemerkt voorbij.

2010, #4. Natuurlijk waren er de voorbije jaren wel wat ontoegankelijke geluiden te horen uit Zornland, maar de inbreng van de meester bleef eerder beperkt. Met Moonchild werd een theatrale kabaalbron aangeboord die intussen al leidde tot vier albums die de grens tussen dodelijk efficiënt georchestreerde waanzin en grand guignol bewandelen, maar daarbij trad Zorn vooral op als componist/arrangeur en eerder occasioneel als muzikant. Nu en dan leidde dat tot verontwaardigde reacties, zoals na het Moonchildconcert in Brussel, waar velen naartoe gekomen waren om de meester aan het werk te zien. Tevergeefs.

Wie zweert bij het uitzinnige blaaswerk dat zijn naam en faam vestigde, kan zich nu in de handjes beginnen wrijven, want Late Works laat horen dat Zorn niet enkel een componist van formaat is, maar ook een improvisator die beschikt over een indrukwekkende speltechniek en een uitgebreid arsenaal aan stijlen en geluiden. Het helpt ook dat hij wordt bijgestaan door Fred Frith, de gitarist (en bassist bij Naked City) met wie hij al ruim drie decennia duoconcerten speelt en enkele live-albums heeft opgenomen. Late Works is het eerste studioalbum dat de twee samen maken./p>

Op "Foetid Ceremony" wordt meteen uitgepakt met verwrongen, haast machinale gitaareffecten die gecounterd worden door de schelle hysterie van Zorn, die z’n instrument met een onwaarschijnlijke furie te lijf gaat. Eindelijk horen we hier nog eens de barricadenbestormer aan het werk, de geluidsterrorist die de mooie, ingetogen melodieën even laat voor wat ze zijn. Er zijn hier wel wat flarden te bespeuren die niet onder de noemer dissonant gekweel en krijsend geschetter vallen, maar al bij al is dit een verrassend heftige opener, waarbij liefhebbers van het zachtere werk meteen zullen afhaken. Net als de rest van het album is het bovendien een pure live-improvisatie (wat betekent dat er geen ruimte is voor overdubs en ander geknoei).

De diversiteit aan stijlen is immens, soms zelfs binnen een nummer. Zo gaat Zorn in "Horse Rehab" van start met een Masadariedel, verkent hij later het terrein van de free jazz en koerst hij tenslotte richting vrije improvisatie met een resem onalledaagse geluiden en speeltechnieken. Frith toont zich daarbij een aandachtig luisteraar, die geduldig plaats ruimt om de concentratie van z’n partner niet te verstoren en op andere momenten weer mooi weet in te spelen op diens dynamiek. "Legend Of The Small" laat ook een mooi voorbeeld van zo’n intens geconcentreerde dialoog horen, waarbij Zorns fameuze tongue slapping gespiegeld wordt door Friths staccato gitaargeschraap.

Late Works is een album dat bitter weinig toegevingen doet en daardoor ook een afmattende luisterervaring is. Friths spel heeft weinig uitstaans met wat velen doorgaans verwachten van een gitaar binnen de improvisatie — hij is een meester van de geluidsmanipulatie en fragmentarische aanpak, waarbij soms wordt geflirt met folkachtige melodieën en spookachtig minimalisme. Mooi voorbeeld daarvan is "Slow Lattice", dat het vooral moet hebben van aanzwellende en terugtrekkende geluidsgolven. Het is ironisch dat het beste nummer op het album datgene is dat het meeste afwijkt van de weerbarstige toon van de plaat. "The Fourth Mind" is immers een machtig, ingetogen stuk, dat aanvankelijk een platform biedt voor Friths subtiele klankenspel en, na een minuut of twee, de slinks binnengesmokkelde altsax van Zorn. Die gaat zich nergens te buiten aan schoktechnieken, maar houdt zich in toom met een onverwacht zachtaardige toon en statigheid die ook te horen valt in de beste Masadastukken. Het onderstreept nogmaals zijn vermogen om uit te pakken met ingetogen pracht die haaks staat op zijn reputatie als provocateur.

Kortom: Late Works is ondanks enkele toegankelijke stukken een moeilijk te verteren brok die vooral de hardcore fans en liefhebbers van vrije improvisatie zal aanspreken. Niets voor Gent Jazz dus, maar wie wil horen waartoe twee vermaarde avant-gardemuzikanten in staat zijn op een goede dag, die krijgt daarvan een mooi staaltje gepresenteerd op dit album.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn / Fred Frith

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST