Banner

Monokiri

Carrousel

Guy Peters - 22 januari 2010

Met een naam als Monokiri, oorspronkelijk een afsplitsing van de Antwerpse band Harakiri, creeëer je bepaalde verwachtingen. Die worden gedeeltelijk ingelost, maar niet helemaal, want het gaat er iets ingetogener aan toe dan verwacht.

Nochtans is front lady Caroline Werbrouck een geil delletje. Tenminste, als we haar woorden letterlijk zouden interpreteren. Ze laat geen kans onbenut om te laten horen dat ze een taaie tante is, speelt haar seksualiteit graag uit en als daarbij slachtoffers vallen, dan is dat maar zo. “I’m a relationship destroyer, or at least I’ll give it a try”, luidt het in het spitse “City Slut”, een brokje puntige tevenpunk waarmee ze aansluiting zoekt bij de sound en attitude van haar vroegere band. En er passeren nog van die geladen momenten: toen we tijdens het beluisteren van “Silent Treatment” snel om een verfrissing gingen leek het heel even of er in de verte een pornofilm op stond. Werbrouck is geen standaard nachtegaaltje en we vinden dat prima.

Begrijp ons echter niet verkeerd, Carrousel is geen op muziek gezette sekscatalogus. Met de hulp van kompanen Stoffel Hias, Tom Sterkendries en Patrick Calvelo (bekend van COEM) wordt immers gewerkt aan een groepsgeluid dat met minstens één been in het verleden staat en een cocktail fabriceert van rock, punk en (no) wave. Tijdens de krachtiger momenten -- “City Slut”, “Bad Boys”, “Pancakes” -- is het moeilijk om niet te denken aan X-Ray Spex, terwijl je net zo goed kan vermoeden dat Kim Gordon, Karen O en Lydia Lunch ook voorbeelden zijn. En dat mag: vrouwen (wijven klinkt zeker wat oneerbiedig?) met haar op de tanden die opeisen waar ze recht op denken te hebben, het is eens wat anders dan schuchter schuifelende folkmeisjes met karamellenverzen over vlinders en dennennaalden.

Op Carrousel gaat het vrij vaak over relaties en al even vaak gaat het er obsessief aan toe: uren worden doorgebracht met het wachten op telefoontjes, de schrik dat liefde misschien maar een illusie is en de begeerte wordt nu en dan ook met melancholie omgeven. In opener “Imaginary Handcuffs” laat Werbrouck weten dat ze haar reputatie (wat die ook moge zijn) op het spel wil zetten om die ene vent aan zich te binden. Je weet meteen ook dat een andere vent niet zal volstaan. Dat gehunker wordt dan gegoten in gitaargebaseerde songs die hier en daar opgesmukt worden met analoog klinkende synths en zoemgeluiden uit een of andere New Yorkse kelder.

Een andere naam die onvermijdelijk naar boven springt, is Elastica. Een song als “Confused & Confusing” had zo gepast op Elastica midden jaren negentig, met Werbrouck als Vlaamse Justine Frischmann. Mislukkingen vallen hier niet te rapen, al kan je wel spreken van een wat ongelukkige volgorde, waardoor het middengedeelte van het album lang aansleept. De titeltrack met z’n gesproken zang is best geslaagd, maar als het dan ook nog eens wordt omarmd door “Confused & Confusing” en het te lange, wat apathisch klinkende “My Own Path”, dan sta je te wachten om verlost te worden door een nieuwe lendenstoot. Die laat te lang op zich wachten. “Love comes in spurts” jodelde Richard Hell ooit, en terecht: door de energie te verschuiven naar de kop en de staart van de plaat krijg je een kadans die ongemakkelijk aanvoelt.

Al bij al een prima plaatje, deze Carrousel, al zijn we vooral gecharmeerd door de clitpunk met attitude. Kortom: het rokje en de songs korter, het gekerm luider, de botten vervangen door stiletto’s en die opvolger wordt er eentje waar we ons een wild weekend mee opsluiten. We weten dat juffrouw Werbrouck zich niets van onze commentaar zal aantrekken en mocht ze ons toch willen terechtwijzen: we zijn er volledig klaar voor.

E-mailadres Afdrukken