Banner

John Zorn

Femina

Guy Peters - 16 december 2009

Het venijn zit ‘m in de staart, dat bewijst nu ook John Zorn met zijn vijfde album van het jaar (en volgens onze telling, zijn veertiende album sinds begin 2008!). Femina koppelt de sound en het raffinement van de moderne Zorn aan zijn baanbrekende werk van de jaren tachtig.

Zorn is al jaren niet meer zo cool als hij ten tijde van Naked City was en het is vooral zijn onwaarschijnlijke productiviteit waar hij op wordt afgerekend.(*) De eindredacteur in hem zou het hebben laten afweten, met veel onevenwichtige en inwisselbare albums tot gevolg. Onzin, vinden wij. Je kan wel stellen dat hij met een hele resem albums (vooral uit de Filmworks-serie) blijft variëren op een stijl (waardoor die zalvend mooie albums soms wel een persoonlijke intensiteit missen), maar de bezetting wordt steeds met zo’n zorg gekozen dat het elke keer leidt tot innemende platen die bijdragen aan een totaalwerk dat elk jaar aan zeggingskracht wint.

Femina neemt wel een heel bijzondere plaat in in ’s mans oeuvre, en het begint al bij het voluptueuze artwork. Samen met Filmworks XXII is dit album immers een van de meest opvallende releases van Tzadik qua vormgeving, verpakt in luxedesign van huisontwerpster Heung-Heung Chin en voorzien van een 52 pagina’s tellend boekje met werk van multidisciplinaire kunstenares Kiki Smith, foto’s die zwanger van symboliek zijn, nu eens raadselachtig, dan weer onrustwekkend en steeds eclectisch. Hetzelfde geldt voor de muziek, die te weerbarstig is om zich op één stijl of sfeer te laten vastpinnen.

Als bijsluiter krijg je ook een lijst van vrouwen gepresenteerd die op een of andere manier hun sporen nalieten en aan wie het album opgedragen is. Het gaat van auteurs/filosofen (Hélène Cixous, Simone de Beauvoir, Hannah Arendt), beeldende kunstenaars (Louise Bourgeois, Frida Kahlo) en muzikanten (Meredith Monk, Joni Mitchell) tot heldenfiguren (Jeanne d’Arc) en voorlopers uit de Oudheid (Sappho), allen figuren die baanbrekend en hoogstpersoonlijk werk leverden. Mooie bonus is dat Zorn voor Femina een compleet vrouwelijk sextet samenstelde: Jennifer Choi (viool), Carol Emanuel (harp), Okkyung Lee (cello), Sylvie Courvoisier (piano), Shayna Dunkelman (percussie) en ten slotte Ikue Mori (elektronica), die al het vaakst met de componist samenwerkte.

Zorn haalde de beruchte file card technique boven, waardoor drie lange stukken nog eens worden opgedeeld in zelfstandige blokken. Die onderdelen worden afzonderlijk gecomponeerd en vervolgens in een specifieke volgorde aan elkaar verbonden. Binnen die blokken is ruimte voor improvisatie, al is er slechts een halve beluistering voor nodig om vast te stellen hoe ingenieus die overkoepelende structuur in elkaar zit en hoe veel ze van de betrokken muzikanten vereist. Het is ver verwijderd van de hysterische cut-up techniek van Naked City, maar van een rechtlijnige coherentie is geen sprake. Het is een ervaring die de luisteraar dwingt om luisterconventies opzij te zetten en van de ene in de andere verrassing te vallen.

Het geheel doet, ondanks het gebruik van andere stijlen en bezetting, nu en dan denken aan sleutelwerk Spillane (1987), met een fragmentarische aanpak en een structuur met een eigen tegendraadse logica. De blokken zijn erg divers: nu eens hebben ze iets van schattige kinderriedels of sprookjesachtige interludes (vooral door de harp), dan weer wordt geflirt met meeslepende kamermuziek, bedwelmende romantiek of tegen de chaos aanleunende geluidssoep met snerpende viool/cello en pruttelende elektronica. Boeiend ook om te horen hoe divers wordt omgesprongen met overgangen: met een plotse drumslag, onverstaanbaar gekonkelfoes of vloeiend, haast onopgemerkt. Het resultaat zorgt voor filmische avant-garde die steeds iets nieuws te bieden heeft.

Op een dergelijke manier werken kan ook tot enige frustratie leiden: zo kan het immers gebeuren dat een wondermooie passage (zo zit er eentje rond 2:30 in het tweede deel), esthetische pracht die moeiteloos kan wedijveren met het beste van zijn filmwerk, plots opzij geschoven wordt voor een ontluisterende kentering. Op die manier heeft Femina soms ook iets van de aan Jean Genet opgedragen suite Elegy, die Zorn begin jaren negentig opnam, zij het dat het er hier veel minder onheilspellend aan toe gaat. Het is een trip langs experiment en klassiek, melodieuze exotica en koortsig eclecticisme, vertrouwd en toch steeds anders.

Het korte vierde stuk, een prachtig stukje melancholie, klinkt bekend, maar het zijn de voorafgaande stukken die een imposant evenwicht vinden tussen het oorstrelende werk van de recente jaren, gekoppeld aan de aanpak die vijfentwintig jaar geleden al potten brak. Het is een korte plaat, maar ze klinkt geweldig (terwijl Spillane intussen erg gedateerd aanvoelt) en kan bogen op virtuoos spel van alle betrokkenen, terwijl de hand van de meester steeds duidelijk aanwezig is. De werkwijze kan bevreemdend werken, maar die combinatie van speelsheid, schoonheid en onvoorspelbaarheid zorgt voor een gepast eerbetoon, niet enkel aan bovenvermelde iconen, maar ook aan de vrouw tout court: grillig, mooi en blijvend mysterieus. De meest essentiële Zorn-plaat van het jaar.

(*) Dat belooft voor 2010: er zijn nu reeds twaalf (!) releases aangekondigd.

E-mailadres Afdrukken
 
John Zorn

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST