Banner

Shrinebuilder

Shrinebuilder

Guy Peters - 09 oktober 2009

Labels en distributiekanalen hebben het niet begrepen op muziekrecensenten. Onderstaande bespreking is gebaseerd op een promo-exemplaar dat het vijfde (en laatste) nummer van het album mist. We kunnen alleen maar raden naar wat we missen, alsof iemand zo sympathiek was om een volledig hoofdstuk uit een boek te scheuren. Het laatste.

Stonden de voorbije jaren in het teken van de reünies (de ene vaak nog bedenkelijker en cynischer dan de andere), dan is 2009 het jaar van de supergroep. Them Crooked Vultures en The Dead Weather werden al met de nodige verhoogde temperaturen onthaald. Hoewel Shrinebuilder commercieel gezien niet van dat kaliber is, zijn we bereid om toe te geven dat deze formatie ons op voorhand al meer ontzag inboezemde dan al hun concurrenten samen. Maar wat wil je: als je Scott ’Wino’ Weinrich (Saint Vitus, The Obsessed, Spirit Caravan, The Hidden Hand), Scott Kelly (Neurosis), Al Cisneros (Sleep, Om) en Dale Crover (Melvins) ziet samenhokken, dan gaat de gordel om en kan je amper wachten op het resultaat.

In de natuurkunde gebruikt men vaak het begrip ’soortelijke massa’ om de dichtheid van een stof voor te stellen. Het is die dichtheid die het gewicht bepaalt. Als bands ook uitgedrukt werden in deze termen, dan lag de soortelijke massa van deze vier samen ver buiten het bereik van de meetapparatuur. Apart tekenden ze voor een resem mijlpalen van de heavy muziek, door elk een loopje te nemen met de regels van die muziek en/of de lat net iets hoger te leggen. Bleef de impact van Wino vooral beperkt tot de cultregionen (waar hij aanbeden wordt als een god), dan is dit voor de anderen wel anders. Zo schreef Cisneros bulldozergeschiedenis met Sleep en is hij aardig op weg om ook met Om een gevestigde naam te worden, terwijl de Melvins en Neurosis tot de sleutelbands van de voorbije twintig jaar behoren. Vier zware jongens, met zware verledens en een imposante nalatenschap. Wat zou dat opleveren?

Shrinebuilder komt volledig tegemoet aan de verwachtingen. En toch ook weer niet. Al te vaak (zie hierboven) wordt blindgestaard op dat ’heavy’ element, en wie verwacht om verpletterd te worden door een overstuurde sludge-kolos van verzuurde doomriffs en apocalyptische onheilsdrama’s, die is eraan voor de moeite. Het album is subtieler, genuanceerder dan dat en laat horen dat het resultaat geen optelsom is van de gewichtige delen, maar een vermenging. Er wordt niets nieuws uitgevonden op het album, maar de aanwezigheid van elk is voelbaar, zonder dat je het gevoel hebt dat er eentje is die het album domineert. De afzonderlijke leden kunnen er niet omheen dat ze een herkenbare speelstijl of stem hebben en net dat zorgt dan ook voor momenten van herkenning en verrassing.

Dat de band pas de avond voor de drie dagen durende opnames (waarvan verslag werd uitgebracht op Kelly’s blog) voor het eerst voltallig kon repeteren, bleek geen nadeel maar een bonus: enkel met veteranen kan je het risico lopen om met een onbeschreven lei naar het slagveld te gaan en ongehavend uit de strijd komen. Het lukt allemaal wonderwel op Shrinebuilder, dat de deur intrapt met zijn meest imposante knaller, "Solar Benediction". Een gortdroge drumintro en vervolgens meteen Wino’s onheilspellende stem over een zinderende riff, gevolgd door een vertraging en Kelly’s Bosjesmangebrul. Wat opvalt is dat de muziek erg open klinkt, heavy zonder log te zijn en zonder de dichtgeplamuurde sound van Neurosis. Na een psychedelische doomsolo van Weinrich ziet het er even naar uit dat het vooral bij een weerbarstig postmetal-territorium gaat blijven, maar dat is buiten het repetitieve, haast ambient aanvoelende einde van de song, die wordt gedreven door subtiel drum- en gitaarwerk en naar een laatste climax toewerkt gerekend. De kop is eraf, en hoe.

Met "Pyramid Of The Moon" wordt het pad van de melancholische doom bewandeld. Opnieuw valt op dat dit eigenlijk helemaal geen beukmuziek is, maar introspectieve mystiek met een semi-Wagneriaans gewicht. Verwacht je aan gesproken/gezongen zang van Kelly en een eb en vloed van aandrijvende en wegdeinende riffs, die na een minuut of vier plots uitmonden in een spirituele mantra-achtige fase van epische allure. Het beste komt dan nog: de song stokt even, gitaar en simbalen houden het ritme ingetogen gaande en daar komt Cisneros die over een Om-groove z’n afgebeten lijnen praat en de song uitgeleide doet. Opvolger "Blind For All To See" is nog zo’n voorbeeld van superieure dosering, gedreven door Crovers lijzige vocalen en ritme en in elkaar gestrengelde, jankende, huilende en zingende gitaren. Het rolt en rolt en rolt. Geen climax, geen ontlading, geen monumentale riffs, en toch: wow!

"The Architect" is de meest conventionele en kortste song van dit kwartet, openend met een gestaag intensifiërende riff die ten slotte uitbarst in een typische Wino-zanglijn. Kelly is ook weer van de partij en het is meteen ook de enige keer dat we het gevoel hebben dat er iets niet klopt: ’s mans intense gebrul lijkt immers niet op z’n plaats, voelt haast ongepast bruut aan in een song die daar niet op voorzien lijkt. Opnieuw een sterke gitaarsolo en een gerekte bas/drum-outro die abrupt stopt. We kunnen er voorlopig maar naar raden hoe de plaat wordt afgesloten, maar afgaande op onze intuïtie verwachten we nog een hoogtepunt, of misschien zelfs de cruciale track die alles samenbrengt, die de plaat momenteel nog lijkt te ontberen.

Deze versie van Shrinebuilder duurt dertig minuten, maar weet veel meer dan een half uurtje muziek op de schijf te proppen. Het is duidelijk te horen dat er iets bijzonders gaande was in die studio begin januari, anders hadden vier mensen nooit zo’n plaat in mekaar kunnen steken. De verwachtingen waren hoog en er is geen reden tot klagen. Het blijft enkel nog uitkijken naar de concerten. De band staat volgend jaar in april op Roadburn, iets dat geen enkele fan van het genre aan zich voorbij kan laten gaan (en ga er even van uit dat er nog een ticket te bemachtigen valt).

E-mailadres Afdrukken