Banner

Sylvester Anfang II

Sylvester Anfang II

Jurgen Boel - 10 juni 2009

Stof de riek af en ontvlam een nieuwe fakkel: het satansgebroed uit de stinkende helleput Maldegem heeft een nieuw album uit: zeventig minuten (of daaromtrent) infernaal lawaai en zelfs nog meer als u de dubbel-lp koopt. Het herboren duivelskruidrockcollectief Sylvester Anfang II treedt met luide brul de wereld opnieuw binnen.

Na op minder dan een jaar tijd drie albums uitgebracht te hebben, bleek het vet van de soep. Het improcollectief had het meest waardevolle uit de kluizen gebundeld en verzameld maar verloor zijn kritische zin wat uit het oog bij het compileren ervan. In het bijzonder het op Aurora Borealis uitgebrachte Kosmies Slachtafval stelde wat teleur. Live bleef de band echter potten breken, mede dankzij nieuw lid Ernesto González (Bear Bones, Lay Low).

Herdoopt tot Sylvester Anfang II (naast González hebben ook leden van Kiss The Anus Of A Black Cat en Burial Hex de band vervoegd) laat de groep op Sylvester Anfang II een nieuw geluid horen. De lange en vaak dronende improstukken zijn nog steeds aanwezig maar tezelfdertijd incorporeert de band een psychedelische inslag die voorheen nog niet, of toch veel minder, aanwezig was. De nieuwe leden hebben -- althans op een aantal songs --duidelijk hun stempel gedrukt.

Toch is het geen volledige breuk met het verleden geworden want hoe onclassificeerbaar “Satan likt mijn hielen” ook mag zijn (piepend gepriegel en een hilarisch gedeclameerde tekst van Father Sloow), “Na regen komt zondvloed” sluit wel degelijk aan bij het oud(st)e werk. De tribale drumslagen en ritualistische gitaarpartijen dompelen zichzelf net geen acht minuten lang onder in een heidense wereld van mensenoffers en grillige goden.

Het nummer loopt feilloos over in het gelijkaardige maar slependere “The Devil Always Shits In The Same Grave pt. I”, dat eveneens zweert bij een lang uitgesponnen trip als soundtrack voor een duister ritueel. De verassende toevoeging is de unheimliche zang/spreekstem van Clay Ruby die aan het nummer een nieuwe dimensie verleent. Ruby is overigens opnieuw te horen in de vervolgtrack “The Devil Always Shits In The Same Grave pt. II” dat muzikaal echter heel andere horizonten opzoekt.

De psychedelica, al gebruikt de groep de term satanadelic, is in deze song veel prominenter aanwezig en laat een ruimtelijk geluid horen waarbinnen alle tastbaar gemaakte angsten eeuwig echoën. Ook “Het zilte nat” laat een heel ander en ditmaal rommelig geluid horen. Het lijkt wel alsof de groep het nummer diep onder de grond opgenomen heeft waardoor de verschillende instrumenten als een vormeloze brij klinken. Dat het vooralsnog werkt, bevestigt hoezeer Sylvester Anfang II op sferen mikt in plaats van pure songs.

Die sfeerschepping bereikt een voorlopig hoogtepunt in het heidense “Boom van de eerste menstruatie” waarin een akoestische gitaar en ijle kreten boven keyboards-drones en hol klinkende percussie zweven. Wie naar “duidelijkere” structuren snakt, kan bij “Ossezaaddans” een eigen Sint-Vitusdans neerpoten op de ritmisch herhalende patronen die het occulte aan het psychedelische koppelen en zo voor een beklemmende trip zorgen. Geen enkele song op de plaat kan zich echter meten met het vijftien minuten durende “Burkelbos” dat als op zichzelf staand universum een geperverteerde impressie geeft van krautrock en psychedelische rock.

Op zijn eerste drie platen trachtte Silvester Anfang zijn luisteraar een plaat lang met wisselend succes mee te nemen op een lange trip, maar ditmaal kiest de band voor een andere aanpak. Op Sylvester Anfang II overheerst de psychedeathic die slechts met mondjesmaat te verteren valt. De plaat in een lange rit uitzitten is onmogelijk geworden, daarvoor is hij te grillig en te veeleisend. Sylvester Anfang II is een geniaal album maar wel op voorwaarde dat de verschillende trips niet allemaal na elkaar genomen worden.

E-mailadres Afdrukken
 
Sylvester Anfang II

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST