Banner

Bat For Lashes

Two Suns

Mieke Boone - 24 april 2009

Het is niet altijd eerlijk verdeeld in deze wereld. Worden onze dromen steevast aan flarden gereten door de te vroeg blèrende radiowekker, dan krijgen die van Natasha Khan klaarblijkelijk alle tijd van de wereld om ronduit mythische proporties aan te nemen. Gordels vast voor de kennismaking met Pearl.

Aan de roepnaam Bat For Lashes bleek Natasha Khan uiteindelijk niet genoeg te hebben. Op de opvolger van haar gesmaakte debuut Fur And Gold duikt de Brits-Pakistaanse deze keer een parallel universum in waar ze transformeert tot de op destructie beluste blonde Pearl, een verleidelijke maar verderfelijke sirene. Het is een alter ego dat zowat de antipode is van de naar Joan of Arc gemodelleerde rechtschapen freule die op het debuut haar wapenuitrusting aantrok om op queeste te vertrekken en op Two Suns nog steeds onderweg is.

Khan gebruikt de alter ego’s om een web van verhalen te spinnen waarin goed en kwaad tegen elkaar worden uitgespeeld en de liefde wordt voorgesteld als planeten die zich in elkaars schaduw ophouden maar nooit met elkaar in aanraking komen, tot ze eens echt crashen en op hun beurt een boel nieuwe planeten creëren. Al die poeha over het tumult in de kosmos heeft ze echter niet nodig om duidelijk te maken dat ze weer een pak intrigerende songs onder de arm heeft die ook zonder tekstexegese aanspraak kunnen maken op het predicaat ‘fantastisch’.

De opener zet op dat vlak meteen de toon: geruggensteund door droge en donkere percussie licht Khan in “Glass” meteen het deksel van haar doos vol wonderlijke epiek en hoor je hoe ze vocaal heel wat aan zelfvertrouwen gewonnen heeft. Moeiteloos wisselt ze tussen warme en bijna parlando zang en lange, hoge uithalen die niet zelden aan Kate Bush doen denken. De helpende hand van Yeasayer (Ira Wolf Tuton en Chris Keating verlenen hand- en spandiensten op bas en drum) is hoorbaar in de puike eerste single “Daniel” en zeker in de electropop van “Pearl’s Dream”, een volbloed popsong zoals Khan die op het debuut met “Prescilla” en “What’s A Girl To Do” ook al uit de hoge hoed wist te toveren en die toont dat haar vorige geslaagde catchy popnummers geen toevalstreffers waren.

Hoewel de plaat door een rijk muzikaal universum suist (we horen een harmonium, elektronica, gesamplede wijnglazen, strijkers en in “Peace Of Mind” zelfs een uit de kluiten gewassen gospelkoor) weet producer David Kosten in elke song maat te houden en worden er ook rustpunten ingebouwd, o.m. met het al eerder genoemde semi-akoestische “Peace Of Mind”. Maar het euvel waar Fur And Gold al onder leed, steekt ook hier weer de kop op, alweer kunnen niet alle verstilde nummers een schot in de roos worden genoemd. In het wel erg fletse “Moon And Moon” is het moeilijk een verveelde geeuw te onderdrukken en in “Siren Song” balanceert Khan zelfs ronduit op de grens van de potsierlijkheid door met veel gevoel voor drama op te bouwen naar een climax die er allesbehalve een is.

Het zijn schoonheidsfoutjes op een voor het overige uitstekend album van een onmiskenbaar bijzonder getalenteerde en inventieve artieste die met dit tweede album stilaan de weg naar een groter publiek zou mogen vinden, dat, toegegeven, verder moet kunnen kijken dan het uiterlijke vertoon en de zweverige teksten. Zij kent de weg beter dan wij, maar: may the forces be with her.

E-mailadres Afdrukken