Banner

Gang Gang Dance

Saint Dymphna

Elise Noyez - 16 maart 2009

Naast de patroonheilige van de stad Geel is Sint-Dymphna vooral de beschermengel van alle freaks, outsiders en zotskappen op deze aardbol — kortom, van alles wat in de marge valt. Gang Gang Dance had voor zijn vierde volwaardige album geen betere titel kunnen bedenken.

De heren en dame van het Amerikaanse viertal zijn vlotjes geïntegreerd in het New Yorkse kunstcircuit. Hun concerten werden eerder in het gerenommeerde kunstblad Artforum besproken en in 2008 werden ze uitgenodigd op de biennale van het Whitney Museum of American Art. Dat lijkt een kunstleek misschien allemaal onbelangrijk, maar het zegt behoorlijk wat. Dat live-optredens van de band meer weg hebben van uit de hand gelopen arty farty feestjes dan van brave concerten bijvoorbeeld, of dat Gang Gang Dance weigert mee te bollen op de overvolle mainstreamtrein.

Over dat laatste laat de muziek van Gang Gang Dance geen twijfel bestaan. Zonder verpinken schikken de leden dubstep, Bollywood, shoegaze, elektro en zelfs musique concrète over elkaar. Soms haalt de ene laag de bovenhand, dan weer de andere, maar zelden krijgt één genre vrij spel. Het resultaat is een spannende audiocollage, een opeenstapeling van geluiden die alle richtingen tegelijk uit wil.

Het klinkt allemaal vrij complex, en dat is het lange tijd ook geweest. De nummers op Gang Gang Dance (2004) of Revival Of The Shittest (2004) waren vaak zo hermetisch dat je als luisteraar niet meer wist waar te beginnen. Saint Dymphna, de minst ritualistische plaat die Gang Gang Dance op zijn naam heeft staan, dient echter iedereen te bekeren. Invloeden van dance en 90’s rap zijn hier prominenter aanwezig en dat zorgt voor een ongelooflijk esthetisch verantwoorde — en aanstekelijke — feestplaat.

Er zijn nog steeds tal van oosterse en ambient-invloeden te bekennen, maar ook steeds meer conventionele. Goede voorbeelden zijn respectievelijk "Bebey" en "First Communion". Dat eerste nummer opent de plaat met een elektronische en percussionele wervelwind die overloopt in een Aziatische dans; het tweede explodeert met Lizzi Bougatsos’ orgastische schreeuwen in een dansplaat om U tegen te zeggen — een hyperkinetische combo van Goldfrapp, The Knife en Siouxie.

Ondanks hun verschillend karakter vloeien de nummers overigens naadloos in elkaar over. Net daar ligt de kracht van Gang Gang Dance: door de meticuleuze layering van geluiden wordt alles nauwkeurig met elkaar verbonden. Als de Londense grime MC Tinchy Stryder zich in knaller "Princes" na een kleine minuut indietronica met de woorden "Oh shit! Gang Gang!" in een beukende rap stort, kijk je dan ook maar een milliseconde vreemd op. De electro zet zich bijna ongemerkt onder de diepe beat voort en houdt zo het nummer samen.

De collagetechniek werkt bovendien uiterst aanstekelijk. Zo aanstekelijk dat minder heen en weer sleurende nummers al snel gaan vervelen. Niet dat bijvoorbeeld "Vacuum" niet rijkelijk gevuld is met drums, electro en een heel gamma aan vreemde geluiden, maar het is steeds hetzelfde melodietje dat de bovenhand haalt. Eenzelfde verveling dreigt ook het anders fantastische "Inners Pace" de dieperik in te helpen. Een knap staaltje dubstep à la Burial introduceert het nummer, maar laat daarbij net iets te lang op dat extra duwtje in de rug wachten. Dat komt er uiteindelijk gelukkig wel, vrolijk voorzien van blazers op de koop toe.

Saint Dymphna is geen instantplaat. In eerste instantie kan de uitvoerige combinatie van genres en onidentificeerbare geluiden gewoon wat moeilijk en overdadig lijken. Wie zich echter door het uitbundige ritme laat meevoeren, zal zich al snel in een ontembaar feestgedruis wanen. En eens het zover is, wordt de gelaagdheid van de nummers alleen maar aantrekkelijker.

E-mailadres Afdrukken
 
Gang Gang Dance

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST