Banner

P.J. Harvey

Uh Huh Her

Philip Fonteyn - 07 juni 2004

Het liefdesleven van PJ Harvey kleurt gitzwart dezer dagen, maar onze favoriete Catwoman countert dat door welgemikt enkele rauwe songs in de ballen te trappen. La Harvey krabt, klauwt en bijt immers weer als vanouds op haar zevende album, het nonchalant corrosief getitelde Uh huh her. Uiteraard doet ze het dan ook nog eens nagenoeg allemaal zelf: written, performed, recorded, mixed & produced by Harvey.

Slechts twee mannen weken niet van haar zijde: Rob Ellis zette zich schrap achter de drumkit en Mr. Head nam naast Harvey plaats achter de knoppen. Al van bij de eerste diepe gitaarrochels wordt duidelijk en bruusk afstand genomen van het vier jaar oude Stories From The City, Stories From The Sea. Het slepende "The life and death of Mr. Badmouth" sputtert uit de startblokken als een gammele trein. De grommende conducteur heeft een rothumeur omdat zijn vrouw ervandoor is met een beffende advocaat. Het is wachten met gebalde vuisten op het eindstation.

Op het met een Mercury Prize omgorde Stories … bezong Harvey nog de aangenamere kant van verliefdheden en andere ongemakken. In het bitterzoete "This is love" bijvoorbeeld klonk het toen heel wat optimistischer dan wat ze ons hier opdient. De mascara is volledig uitgelopen en het kan haar geen reet schelen. PJ schrijft het allemaal van zich af met een in puur vitriool gedrenkte pen: "Take the cap/Off your pen/Wet the envelope/Lick and lick it" klinkt het in de verbluffende sexy single "The Letter", dat in de fruitmand erg lang naast iets lekkers van Radiohead heeft gelegen. Onze zwarte madam zingt het, kirt het dan nog eens alsof ze zo geil is als hele sloten margarine.

Uh Huh Her is, net als Rid of me dat was, een pure gitaarplaat: messcherpe uithalen waar Jack White best mee aan de slag zou kunnen. "Who the fuck?" is zo een kopstoot. Twee spannende minuten vraagt ze zich schuimbekkend af wie de klootzak wel denkt dat hij is. Het klinkt als Sonic Youth en wij zouden dat nooit in een belediging verwerken. Het is maar dat we duidelijk proberen te zijn. Wij zouden zelfs niet graag in de buurt van PJ’s ex wonen.

Polly Jean kleurt de potige garagerock deze keer wel spaarzaam bij met enkele andere instrumenten. Zo geeft een tamboerijn het ritme aan in "The pocket knife" terwijl ze verwonderd vaststelt dat de wereld ondanks alles blijft draaien. Soms valt de snelheid ervan dik tegen, maar als ze het allemaal zelf een beetje in de hand kan houden is het al heel wat: "I’m not trying to cause a fuss/I just wanna make my own fuck-ups".

De Zevende van Harvey is een ode aan het zelfbeklag, aan overtuigde (zelf)haat ook wel. Naar het einde van Uh Huh Her toe, komen er echter barstjes in het gietijzeren beton en priemen toch wat schuchtere hoopvolle lichtbundels tot in de garage. In de twee laatste songs, die passend gescheiden worden door een minuutje rustgevend geklaag van plaatselijke zeemeeuwen, mag de liefde weer hopen. In "The desperate Kingdom of Love", dat ons nog eens naar die Greatest Hits van Leonard Cohen doet verlangen, is de diagnose nog wat wrang: het is een ziek kind en er is nog heel wat werk aan. In het bedrieglijk lieflijke "The darker days of me & him" verlangt ze naar pure eenvoud: "I long for a land where/No man was ever known/With no neurosis/No psychosis". Verder manken in dit leven, maar dan wel met opgeheven hoofd.

Het is af en toe ongemakkelijk schuifelen op de stoel bij zoveel gal en mannenhaat, maar met deze Uh Huh Her werden wij alvast fijn in de testikels getroffen.

E-mailadres Afdrukken
 
P.J. Harvey

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST