Banner

Om

Pilgrimage

Guy Peters - 21 november 2007

Het mag geen verrassing heten dat de titel van Oms derde album boudweg laat weten waar het al die tijd om te doen was. De muzikale trip van het duo wordt immers afgelegd met een sacrale toewijding die suggereert dat beide heren een hoger doel voor ogen hebben. Het zal geen mens verwonderen dat Pilgrimage de meeslepende tocht van Variations On A Theme (2005) en Conference Of The Birds (2006) voortzet.

In 1965 bracht jazzgigant John Coltrane een album uit met Om als titel. De lettergreep verwees naar een klank die in het hindoeïsme een heilig statuut had verworven als belichaming van het oneindige. De aartsmoeilijke, transcendente jazz van Coltrane mag dan wel een pak gecompliceerder zijn dan de albums van Om, de overeenkomsten zijn ook te sterk om zomaar opzij te zetten. Net als bassist Al Cisneros en drummer Chris Hakius, ooit de ritmesectie van doommonniken Sleep, was Coltrane immers begeesterd door de spirituele zoektocht naar een hogere wijsheid en eenheid die zijn besluit niet in dit aardse tranendal zou vinden. De uitvoering ervan gebeurde, net als bij Om, met onconventionele muziek met open eindes: hypnotiserende ritmes, gebeden en eindeloze variaties zouden de zoekende pelgrim vergezellen op zijn queeste.

Pilgrimage biedt kale, contemplatieve muziek ontdaan van franjes en frivoliteiten, die van het in zichzelf gekeerd zijn een deugd maakt. Het titelnummer is een subtiele meditatie en een verderzetting van "At Giza" op het vorige album. Het is geen song die zorgvuldig wordt opgebouwd met oog op een climax, maar een bezwering die noties als begin en einde van zich af wil schudden met variaties op sleutelnoten, tamboerijn- en tomslagen en zang die melodie laat voor wat ze is en in plaats daarvan zo vlak klinkt dat ze evenzeer bijdraagt aan een zalvende drone, een mystiek-minimalistische mantra die onnodige interventies weerstaat en tegelijkertijd te doelgericht voortgaat om geïmproviseerd te zijn. Net als water zoeken de songs van Om zich een weg, geraken ze op hun plaats van bestemming via een route die niet op voorhand vast lijkt te liggen en zich tijdens de zoektocht openbaart.

Na de berustende opener slaat het tweetal terug met de overrompelende tactiek die ze bij Sleep al volledig onder de knie hadden. "Unitive Knowledge Of The Godead" belooft van meet af aan iets geheel anders te worden, en toch is de machtige inval na drieënvijftig seconden bijna shockerend. Het is hier dat de kolossale sound en de studioarbeid van Steve Albini hun vruchten afwerpen. Dat besloten werd deze song pas met zoveel uitstel aan te wenden, was een meesterzet: het zorgt niet enkel voor een schok, maar laat meteen horen dat het maagomkerende basgeluid van Cisneros deze keer ook dezelfde intenties heeft. Zo mogelijk nog beter zijn de twaalf minuten van "Bhima’s Theme", een song die de luisteraar eraan herinnert dat Om zowel de lucht in geprezen werd door de indie-elite van Wire als de metalheads van Studio Brussels Whiplash.

Opnieuw vindt een verstrengeling plaats van schijnbaar eenvoudige drumslagen en een bas die er niet de noodzaak van inziet om de laagste frequenties te ontlopen. Halverwege de song is er ook een sinistere break, waarbij Cisneros even stillere oorden opzoekt en zijn ritmisch uitgesproken teksten hun bezwering laat uitvoeren. Op papier past zijn psychedelische gemompel prima bij de tegen new age-gewauwel aanleunende prietpraat van een Leary-adept met een zwak voor zwaarbeladen terminologie (het is al kosmos hier en bewustzijnsniveau daar wat de klok slaat), maar in de context van de song zorgt de stem eerst en vooral voor een extra instrumentale invulling. Nog een paar minuten gedonder volgen, waarna de plaat afgesloten wordt met een korte, nog meer ingetogen herneming van het dromerige titelnummer.

Het is jammer dat Pilgrimage niet wat langer is (zonder de coda blijven er amper achtentwintig minuten over), al is de voldoening er niet minder om. Het is ironisch dat een band die de muzikale ascese zo rigide uitvoert en zo spaarzaam omgaat met inkleuring, toch zo’n enorme impact kan hebben, zowel creatief als emotioneel. De beleving staat centraal, en door de luisteraar te onderwerpen aan een ervaring die voorbijgaat aan de conventies en tegelijkertijd zoveel ruimte laat voor interpretatie, weet Pilgrimage dieper te raken dan eender welk dagboek. Pilgrimage biedt opnieuw een vervoerende trip die zijn waarde niet vindt in het parcours zelf, maar in de belevenis van het afleggen ervan, en die beleving is wederom imposant.

E-mailadres Afdrukken